Waar de Duitse hoofdstad Berlijn nauwelijks voetbalsucces kent, is het tegenovergestelde het geval in Brussel. Sinds eind jaren veertig zwaait Anderlecht de scepter, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw was dat voorbehouden aan Union St. Gilloise, Racing Club de Bruxelles en Daring Club de Bruxelles. Laatstgenoemde wist in haar bestaan, na een bekerwinst in 1935, ook vijfmaal kampioen te worden van België: In 1912, 1914, 1921, 1936 en 1937.

De club wordt opgericht in 1895 als Daring Football Club, om in 1900 na een eerste fusie met Brussels Football Club verder te gaan met de voor de hand liggende naam Daring Bruxelles Football Club. Omdat Brussels FC al in 1889 is opgericht, wordt dit later door de Belgische voetbalbond als oprichtingsdatum gezien en de club krijgt daardoor stamnummer 2 en is op Antwerp FC na dus de oudste club van België.


Na nog drie fusies is de naam in 1903 weer terug veranderd naar Daring Club de Bruxelles. De club krijgt in 1920 het predicaat Royal (‘Koninklijk’) toebedeeld, waardoor de club voortaan Daring Club de Bruxelles Société Royale heet en verkast naar een terrein in de wijk Molenbeek. Daar wordt de club in 1921 kampioen, maar het moet daarna tot 1935 wachten op nieuw succes. Na het kampioenschap van 1937 gaat het snel bergafwaarts met Daring Club de Bruxelles.

In 1939 staat de club aan het einde van het seizoen laatste en moeten er bij stadsgenoot Union Saint-Gilloise punten worden gepakt om niet te degraderen. Een Union-speler laat zich omkopen om niet te scoren. Omdat daarna de laatste wedstrijd tegen Antwerp FC verloren gaat, degradeert de club alsnog. De omkoping rondom de wedstrijd tegen Union komt echter uit en vanwege dat feit zou daar nog eens een degradatie bijkomen, waardoor de club op het derde niveau zou komen te spelen. Door een afspraak te maken met Union Hutoise kan de club echter toch uitkomen op het tweede niveau. Vervolgens duurt het tien jaar voordat de club, dan met de naam Royal Daring Club de Bruxelles, opnieuw op het hoogste niveau mag uitkomen. Succes brengt het echter niet meer, hoewel er nog wel tweemaal Europees voetbal wordt behaald.

In 1969 degradeert de club naar het tweede niveau. Een jaar later weet het, onder de naam Royal Daring Club Molenbeek, nog wel de bekerfinale te behalen (6-1 verlies tegen Club Brugge), maar op eigen kracht opnieuw aan de top komen is onmogelijk.

In 1973 fuseert de club daarom met Racing White tot het roemruchte RWDM. Het stamnummer 47 van Racing White wordt overgenomen, waardoor er officieel een einde komt aan Daring Club de Bruxelles en haar stamnummer 2. Het huidige Edmond Machtensstadion in Molenbeek, waar het nieuwe RWDM haar wedstrijden afwerkt, is echter in 1920 geopend als stadion van Daring Club de Bruxelles en zo waart haar geest toch nog stiekem rond.