Tegenwoordig lijkt het normaal: een rijke zakenman die een voetbalclub koopt. Soms met succes, en soms – na mislukte megalomane plannen – de club zieltogend achterlatend. Begin jaren tachtig was er in Frankrijk ook al zo iemand: Jean-Luc Lagardère.

In 1982 ziet deze Franse zakenman bestaansrecht voor een tweede grote club in Parijs, naast Paris Saint-Germain. Lagardère laat zijn oog vallen op het bescheiden RCF Paris (Racing Club de France), dat uitkomt in Division 3.


Tijdens de amateurjaren van de Franse sportbond was deze club eenmaal kampioen geworden, in 1907. In 1936 werd RCF Paris opnieuw kampioen, ditmaal van de profcompetitie, en bovendien won de club tussen 1936 en 1949 ook vijfmaal de Coupe de France. Daarna hielden de successen op en bivakkeerde de club in de lagere divisies in Frankrijk.

Racing Paris
Nadat RCF Paris in eerste instantie de overname afwijst, neemt Lagardère Paris FC over, dat uitkomt in Division 2, en hernoemt de club Racing Paris 1. Vervolgens steekt hij de club in dezelfde kleuren als Racing Club, overigens met toestemming van de laatste. Racing Club gaat niet veel later toch akkoord met een fusie wanneer Racing Paris 1 zich dat seizoen weet te handhaven in Division 2, wat ook gebeurt. De clubs fuseren en nemen de naam Racing Club Paris aan. Lagardère bekommert zich weinig om de spelers die bij de nieuwe fusieclub buiten de boot vallen. Zij nemen onder de ‘vrijgekomen’ naam Paris FC de plek in Division 3 in.

Racing Club Paris promoveert in 1984 naar het hoogste niveau, mede dankzij een aantal nieuwe spelers. Lagardère investeert die zomer opnieuw flink, maar dat je met geld nog geen goed team neerzet, bewijst hij ook: de club wordt laatste en degradeert. In 1986 promoveert Racing Club opnieuw, en andermaal doet Lagardère enige grote aankopen, onder wie de Duitse international Pierre Littbarski. De club handhaaft zich dit keer (13e), maar Lagardère wil meer: hij wil Europa in.

Voor de zakenman is ook de clubnaam niet heilig: hij wijzigt de naam Racing Club Paris aan het begin van seizoen 1987-1988 in Matra Racing. Matra is het bedrijf waarvan Lagardère directeur is. Vastbesloten om van ‘Matra’ een Europese grootmacht te maken, trekt hij de Portugese succescoach Artur Jorge aan, die juist met FC Porto de Europacup 1 heeft gewonnen. Ook Sonny Silooy komt de gelederen versterken. Bij de Franse club in opmars kan de Nederlander meer verdienen dan bij zijn club Ajax.

Logo Matra Racing

 

In februari 1988 staat de club tweede en lijkt de missie van Lagardère te slagen, maar in de laatste twaalf wedstrijden van het seizoen pakt de club opeens geen punt meer en eindigt zevende. Coach Jorge stapt tijdens het seizoen erna op wegens familieomstandigheden. De club glijdt af naar plek zeventien en ontloopt nipt degradatie. Zoals vaker het geval is, is de kunstmatige club niet populair en toeschouwers blijven weg. Sportief succes blijft vervolgens uit en een gedesillusioneerde Lagardère houdt het na 1988-1989 voor gezien en stopt ook de sponsoring.

Sonny Silooy

De grote spelers worden verkocht en de naam wordt weer veranderd naar Racing Paris 1. In de jaren erna zullen er nog vijf (!) naamswijzigingen volgen. Een seizoen later degradeert de club logischerwijs, maar vanwege geldproblemen wil de club niet in Division 2 starten. Racing Paris daalt vervolgens noodgedwongen af naar Division 3.

Stade Olympique Yves-du-Manoir
Het grote Parc des Princes wordt verlaten en ingeruild voor het bescheiden Stade Olympique Yves-du-Manoir in de Parijse voorstad Colombes, waar de club ook al speelde vóór de periode van zakenman Lagardère. Begin jaren negentig worden de slecht onderhouden tribunes aan drie van de vier zijdes afgebroken in verband met de veiligheid en blijft er slechts een tribune over.

Daarmee is het nog niet gedaan met de ellende: de club verliest haar profstatus. Als in 1993 de Franse voetbalpyramide wordt geherstructueerd, wordt Racing ingedeeld op het vierde niveau. De club speelt vanaf dan een marginale rol en daalt langzaam af naar de lagere klassen. Anno 2017 speelt de club op het zesde niveau in Frankrijk op een veld naast het Stade Olympique Yves-du-Manoir (Stade annexe Lucien Choine).

Stade Lucien ChoineOndanks de megalomane plannen van Lagardère bleef nieuw succes uit voor Racing. En daar zal het voorlopig ook bij blijven voor de club, die momenteel door het leven gaat als Racing Club de France Football Colombes 92.