De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: verslaggever Omroep West Sport, poëet, levensgenieter, Voetbaltwitteraar, kortom #hetmerk: Joop Buyt.

Het weekend stond voor mij als jonge jongen in het teken van de bal. Op zaterdag voetbalde ik zelf bij VUC en op zondag keek ik voetbal. In de ochtend keek ik naar de voorbeschouwing van de belangrijkste wedstrijd van de dag, gepresenteerd door Kees Jansma. Om zes uur ‘s avonds zat ik klaar, met het bord op schoot, om naar de samenvattingen te kijken en een paar uur later begon het spannende buitenlandse avontuur.

Als jochie probeerde ik op te blijven om het mee te kunnen maken: Studio Italia, gepresenteerd door Emile Schelvis. Tijdens Studio Italia – waar in mijn herinnering ook Spaans voetbal in te zien was, maar dat weet ik niet meer zeker – zag je al die voetbalclubs die helemaal in het verre Italië lagen. Ploegen als Internazionale, Juventus, Parma, Sampdoria waren voor mij exotisch. Het was spannend en het prikkelde mijn fantasie. Ik kon uren, joggend door de gang met een bal aan mijn voet, wegdromen over een carrière als profvoetballer en dan wel het liefste bij het grote AC Milan. Ik zag mezelf al lopen op Milanello, het trainingscomplex der trainingscomplexen, tussen Franco Baresi en Paolo Maldini.

Waarschijnlijk vertelde Emilie Schelvis ons dat ze in Italië ook op voeding letten van de voetballers. In die tijd was dat re-vo-lu-tio-nair. Italië was het land waar je moest zijn als voetballer, en Emile Schelvis leerde ons dat. Emile is voor mij tot de dag van vandaag de Italië-voetbalkenner bij uitstek. Ik zat met grote ogen en met een open mond te kijken naar reportages van Schelvis vanuit Italië. Emile spreekt namelijk perfect Italiaans en dat maakte op mij, als jongen met zo’n Haagse tongval dat zelfs ABN lastig is te verstaan, diepe indruk. Emile Schelvis heeft mijn generatie kennis laten maken met het Italiaanse Voetbal. Daarvoor eeuwig dank.

Jarenlang heeft bij mij het Italiaanse Voetbal op een laag pitje gestaan. Ik was bezig met mijn eigen voetbalteam, uitgaan en alles wat daarbij komt kijken. En vooral met ADO Den Haag. Maar soms heb je één klein vonkje nodig om weer interesse te krijgen in een oude liefde.

Er is nu weer iemand opgestaan waardoor ik met meer interesse naar mijn oude liefde kijk. Een doodnormale man uit Hendrik-Ido-Ambacht. Hij debuteerde bij Sparta. Hij voetbalde goed in Heerenveen. En toen was daar ineens de transfer naar Atalanta Bergamo. Zijn bijnaam in Bergamo is in het Nederlands Golfbreker, omdat hij simpelweg alle aanvallende golven van de tegenstander breekt. De jongen uit Hendrik-Ido-Ambacht is inmiddels in Bergamo een man geworden, en die man heet: Marten de Roon.

Marten speelde een geweldig seizoen op het middenveld van Atalanta, maar nog meer had hij een geweldig seizoen buiten het veld. Marten genoot samen met zijn gezin van het leven in Bergamo. De sfeer, de stad, het heerlijke eten, getailleerde kleding en goede koffie. De Roon werd razendsnel een halve Italiaan. Maar een jaar goed voetballen in Italië, dat valt ook op. Ook in Middlesbrough. De droomtransfer naar de Premier League was gemaakt.

Maar Noord-Engeland is zeker geen Noord-Italië. Marten miste het eten. Marten miste de goed geklede mensen op straat. Marten miste de koffie. Marten miste het leven in Italië en het voetbal bij zijn club Atalanta Bergamo. En zijn club Atalanta Bergamo miste Marten de Roon a.k.a de Golfbreker. Atalanta handelde daar ook naar en wist niet hoe snel zij hem terug moest kopen van Middlesbrough. Na één seizoen in Noord-Engeland verhuisde De Roon met zijn gezin terug naar huis. Zijn thuis Bergamo, waar hij weer voetbalt voor zijn club in Atalanta. En hoewel Studio Italia niet meer bestaat, volg ik de ontwikkelingen weer op de voet. Het is de verdienste van De Roon.

Joop Buyt

Meer over Marten de Roon en Italië in de nieuwe Staantribune, tot vrijdag 23 maart zonder verzendkosten te bestellen!