Eind vorig jaar was hij weer even regionieuws, na zijn zoveelste spelerscomeback. Spits Jhon van Beukering (35) was ingevallen bij het door broer Dennis gecoachte Silvolde, een hoofdklasser. Vermoedelijk werd hij bij het betreden van het veld uitgelachen om zijn Michelinmannetje-postuur en fluisterden omstanders: “Daar heb je Van de Burger King.” Twee goals later lachte Van Beukering het hardst.

In 2001 zag ik als Vitesse-supporter – op Canal+ was dat nog – Van Beukering debuteren in het profvoetbal. In de Amsterdam ArenA scoorde hij als invaller, het woord jongensboek viel. Jhonny was een goedlachse tiener met Indonesische roots én twinkelende ogen, die bij zijn eerste minuten in GelreDome zonder schroom een bal uit een onmogelijke hoek op de lat volleyde.  

Samen met Theo Janssen en Nicky Hofs werd hem een grote toekomst voorspeld. Van Beukering was een Der Bomber-achtige spits. Dikke reet, neusje voor de goal. Een kruising tussen Dejan Curovic en Nikos Machlas. Een jongen die, net als generatiegenoten Janssen, Hofs, Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder en Andy van der Meyde opgroeide in een volkswijk, waar je leerde schijt te krijgen aan wat anderen over je roepen. Boefjes waren niet bang.

Hoewel Van Beukering er met zijn twinkelende ogen en postuur uitziet als een knuffelbeer en hij sinds die wereldberoemde slowmotionsprint in De Kuip een erkende cultheld is, werd hij nergens een blijvende clubheld. In Arnhem niet, omdat hij zijn beste periode meemaakte bij aartsrivaal NEC. En in Nijmegen zullen ze zijn Europese goals nooit vergeten, maar ook niet dat hij er van ‘De-Beuk-erin’ transformeerde in Jhonny van de Burger King.

Spelen voor Vitesse, NEC én De Graafschap. Kun je eigenlijk niet maken, maar Velpenaar Van Beukering deed het “omdat hij niet van reizen” hield. Dingen doen die je eigenlijk niet kunt maken, het loopt als een rode draad door zijn leven. Misschien was hij te veel een boefje, misschien is hem – door die onschuld uitstralende pretoogjes – te lang veel vergeven. Misschien was zijn kracht als voetballer (nooit nadenken, doen) zijn zwakte als mens, al zullen veel twijfelaars juist jaloers zijn op die eigenschap.

“Ik leef mijn leven, zoals ik dat wil, ik bemoei me ook niet met een ander.” De tekst van André Hazes is Van Beukering op zijn lijf geschreven. Oost-Indisch doof voor mensen die hem vertellen hoe hij moet leven, wat hij wel en niet mag eten en wel en niet mag zeggen. In zijn nog prille trainerscarrière waren er aanvaringen met arbiters, die ook allemaal regionieuws werden. Of, zoals hij het zelf ooit omschreef: “Als ik een scheet laat, komt het vanavond op Hart van Nederland.” Klopt natuurlijk.

De voetballerij met zijn datadictatuur is verzakelijkt, waardoor de media massaal en ietwat wanhopig duiken op het selecte groepje voetballers dat zich niet voorgeprogrammeerd gedraagt. Mannen als Theo Janssen en Royston Drenthe worden tot cultheld gebombardeerd en als romanpersonages beschreven in hun eigen boeken. Een Jhon van Beukering-boek zou ik graag schrijven, dan wel lezen.

Toen broer Dennis eens voor de grap twitterde dat de al gestopte Jhon bezig was met een comeback, vlogen de media op het non-nieuws af als vliegen op een hoop stront. Altijd leuk: scoren met beelden van een te zware voetballer waarvan wordt verondersteld dat hij geen zelfkennis heeft, in de hoop van hem het lachertje van de week te maken. “Iedereen wilde me interviewen, met camera erbij. Toen heb ik voor de grap het spelletje meegespeeld. In werkelijkheid trainde ik niet om terug te komen, maar omdat ik gewoon een paar kilo wilde afvallen.”

Als jeugdtrainer van Vitesse had hij zijn eigen manier om spelers te motiveren. Vanuit zichzelf redenerend, bood hij zijn spelers eens een opvallende premie: bij winst trakteerde hij de hele selectie op een kapsalon. Voetballen en voordoen kon hij amper, maar indruk maakte hij op de jochies zodra hij ging afwerken op de goal. Van alle standen schoot en kopte hij binnen.

Vorig seizoen haalde Van Beukering als coach met derdeklasser MASV de finale van de Districtsbeker. Het contrast met DFS-trainer Scott Calderwood – die eruitzag alsof hij naar de rechtbank ging – was groot. Van Beukering coachte de verloren finale op slippers, na afloop liep hij vrolijk rond met een schaal frikandellen. Hoewel anderen niet altijd even gelukkig met hem waren, lijkt hij wel gelukkig met zichzelf. Het helpt dat hij zichzelf niet zo serieus neemt. Jhonny is geen slaaf van succes of imago, wel van zijn eigen levensgeluk. Een eigengereide, ongrijpbare Pietje Bel die lacht om hen die hem, Jhonny van de Burger King, uitlachen. Want wie het laatst lacht…

Foto header: Pro Shots/Erik Pasman