Bij de Klassiekers tussen Feyenoord en Ajax zijn al jaren geen supporters van de bezoekende club welkom, maar ze zijn er natuurlijk wel: stiekem, incognito. Journalist, schrijver en Ajacied Menno Pot bezocht als supporter dertien Klassiekers in De Kuip. Op uitnodiging van Rotterdamse vrienden zat hij tijdens de laatste editie in Rotterdam undercover in het hol van de leeuw. In Staantribune #9 doet hij hiervan verslag. Een voorproefje:

Was dit wel zo’n verstandig plan? Zou ik niet herkend worden door de bewoners van vak M of – erger nog – door het volk op de parterre, vak W, pal ervoor? Dat is dat vak aan de rand van het veld, volgepakt met heftig gesticulerende types. Het is dat vak dat een zwerm munten en aanstekers uitbraakt wanneer Ajax een hoekschop neemt. Als Ajax-spelers een doelpunt mogen vieren in De Kuip, doen ze dat op televisie vaak met vak W als intrigerend decor: een levend behang van tierende, spugende, smijtende en agressief armzwaaiende Feyenoordsupporters.


Het is een decor waar je als Ajacied met enige verwondering naar kijkt, want zo fanatiek, zo boos, zo ziedend vijandig hebben we ze niet in Amsterdam. Niet omdat Ajacieden allemaal ‘nep’ zijn (dat is de flauwe, infantiele duiding van het cultuurverschil tussen beide clubs), maar gewoon omdat het voetbalcultuurtje bij Ajax anders is. Een echt voetbalcultuurtje, daar niet van, maar wat laconieker, met de hinderlijke desinteresse en relativerende charme van dien.

Geen zorgen, hadden mijn Rotterdamse gastheren gezegd, het komt wel goed. Ik zet een zonnebril en een blauwrood honkbalpetje van de Atlanta Braves op mijn hoofd (met een grote, geborduurde A voorop, van Ajax, Amsterdam en, eh, abattoir) en neem de trein naar Rotterdam, vergezeld door twee mede-Ajacieden en lotgenoten op deze excursie: ‘Tuintje’ en ‘Gogme’. Laatstgenoemde is behept met de Amsterdamse ouwehoerziekte én een Mokums accent waar je plakken van kunt snijden; een in De Kuip potentieel problematische combinatie van eigenschappen.

Op Rotterdam Centraal wachten Erik en Lucas ons op. Ze houden, als taxichauffeurs die een zakendelegatie komen oppikken, een vel papier omhoog waarop ‘familie Cohen’ staat geschreven.  Welkom in Rotterdam.

Het laatste stuk naar De Kuip wandelen we. We kopen een blikje fris bij een benzinestation. De eerste de beste Rotterdammer die me aankijkt, een sympatiek ogende pensionado, informeert vriendelijk: “U schrijft toch stukjes over Ajax?” Mijn enthousiasme om op een armlengte van vak W in De Kuip te gaan zitten, wordt er niet groter van.

Lees de hele reportage van Menno Pot over de laatste Klassieker in Staantribune nummer 9, na te bestellen via de webshop.