Van alle clubs die verdwenen zijn, mis ik Veendam het meest. Daar op De Langeleegte heb ik een van mijn leukste uitwedstrijden beleefd met Willem II. Een dag waarop ik, na jaren ellendig spel, weer kon genieten van voetbal. De tribune waar ik tijdens die wedstrijd stond, werd vandaag met de grond gelijk gemaakt.

Na een aantal seizoenen amper uitwedstrijden te hebben bezocht, zorgde de degradatie in 2011 ervoor dat ik weer zin kreeg om Willem II achterna te reizen. Nieuwe stadions, weinig combi’s en lekker gloryhunten; ik zag het wel zitten. Goed, die maandagavondwedstrijden waren minder, maar als snoeihard werkende ambtenaar was ik vrijdagmiddag altijd vrij. Ideaal dus.


Veendam uit. Meteen bij het uitkomen van het speelschema was duidelijk dat we toch echt in de Jupiler League speelden. De uitwedstrijd naar Veendam was destijds de meest gevreesde trip in het betaalde voetbal. Voor veel voetballers was die wedstrijd het ultieme horrorscenario. Lees oude interviews met voetballers in de VI er maar op na. Spelen in de eerste divisie willen ze niet, want daar wacht Veendam. En Veendam is véél te ver weg.

Maar eigenlijk moeten voetballers niet zeuren, want zij krijgen betaald. Wij fans moesten betalen om naar Veendam te gaan! Niet dat ik dat erg vond. Integendeel zelfs, want Veendam stond meteen na de degradatie bovenaan mijn lijstje om te gaan bezoeken. Het heeft wel wat, zo’n lange trip naar het einde van Nederland. Vanuit Tilburg ben ik eerder in België, Frankrijk, Duitsland of Luxemburg dan in Veendam. Veendam uit was een bedevaart die iedere voetbalsupporter eens gemaakt moest hebben. Het Mekka voor de voetbalsupporter met De Langeleegte als de Ka’aba.

Een van de andere voordelen van voetballen in de Jupiler League was dat je minder last had van draconische maatregelen, zoals de combi en de uitkaart. Je hebt net wat minder het gevoel dat je de hoofdrol speelt in de roman 1984. Iedereen die naar Veendam wilde, kon gewoon zelf gaan. Enige voorwaarde was dat je vooraf je kaartje bij de receptie van Willem II moest halen. Veendam wilde namelijk wel weten hoeveel man er zou komen. Dat zouden er uiteindelijk zo’n vierhonderd zijn. Het gelul dat er geen ‘uitcultuur’ in Nederland bestaat, is zo’n onzin. Het is puur door de belachelijke maatregelen dat de aantallen zo laag zijn.

De auto was dan ook snel vol en met vier man gingen we de roadtrip naar Veendam maken. Eenmaal voorbij Apeldoorn kwamen we in een voor ons wat onbekend deel van Nederland. De ene negorij na de andere verscheen op de borden langs de snelweg. We kwamen langs veel dorpjes die de fantasie prikkelden, zoals Spier, Eexterveen, Annerveenschekanaal en Wildervank. Plekken waar ik nog nooit was geweest en waarschijnlijk ook nooit ga komen. Het was ook heel leeg en landelijk. Eigenlijk was het wachten totdat de eerste kolchozen en sovchozen zouden opduiken. Helaas zagen we die niet, want ineens waren we in Veendam.

Daar gingen we eerst even naar het stadion. Alvast sfeer proeven. De Langeleegte was wel wat anders dan De Kuip. Welkom in de Jupiler League. De Veendammers geloofden wel in een stuntje deze avond en haalden een typische Seth Gaaikema-grap uit de kast. Er hingen overal posters met de tekst: ‘Willem II straks de sigaar?’ Ik rolde over de grond van het lachen om deze grap uit de jaren zeventig.

Voor de wedstrijd had ik afgesproken met André, een doorgesnoven Veendammer die ik ken van reizen naar Engeland. Hij wist wel een restaurant voor ons. Dat bleek Snackbar Sorghvliet te zijn. Van buiten zag het er allemaal erg treurig uit, dat mag ik graag zien. Het hele gebouw zou niet misstaan in een buitenwijk van Moermansk. Een lokaal boefje had de tekst ‘Johannes is Dood!’ op de muur gekalkt. Vooral dat uitroepteken op het einde moest kennelijk voor angst zorgen.

André adviseerde ons om voor de lokale specialiteit raspatat te kiezen, maar wij kozen allemaal conservatief voor gewone friet. Awaydays staan bol van de gekkigheid, maar het moet ook weer niet te gek worden. André had uiteraard wel raspatat en ik at een van die frietjes. Die waren nog lekkerder dan de gewone variant. Ik had een rouwmoment. Het aloude gezegde When in Veendam do as the Veendammers do, ging weer eens op. Het was voor de rest goed toeven in de snackbar. Het cliché luidt dat noordelingen stug zijn, maar daar heb ik in Veendam niets van gemerkt. De snackbareigenaar was erg blij met ons, want er waren wel eens supportersgroepen geweest die de boel vol met stront hadden gesmeerd (FC Dordrecht) en hadden verbouwd (ADO). We werden getrakteerd op een gratis drankje, omdat we geen doorgesnoven mafkezen waren. Leve Veendam.

Ook bij het stadion was iedereen een en al vriendelijkheid. Waar ze je bij veel clubs behandelen alsof je Osama bin Laden bent, was het hier allemaal heel relaxed en gemoedelijk. Heerlijk. Natuurlijk hoopte ik dat jaar op een kampioenschap voor Willem II, maar in de ‘Juup’ spelen is zoals voetbal hoort te zijn. Weg met al die nare regeltjes die ze in de eredivisie opleggen aan uitfans. Hier was het allemaal heel vrij en werd je als mens behandeld. Er waren zelfs enkele supporters die een barbecue naar binnen hadden gesmokkeld om wat frikandellen te cremeren. Lang leve de vrijheid.

Willem II won die dag met 1-3, maar zoals vaak is de wedstrijd maar bijzaak bij awaydays. Veendam was mij erg goed bevallen. De Langeleegte was niet het mooiste stadion van Nederland, maar wel een gezellige plek om voetbal te kijken. Ik heb dat jaar nog een aantal toffe uitwedstrijden meegemaakt, Fortuna Sittard en FC Volendam bijvoorbeeld, maar Veendam was mijn favoriet. Eeuwig zonde dat de club is verdwenen en dat de sloopkogel het stadion gaat verminken. Daar is, uiteraard, wel geld voor.