Op een druilerige donderdagochtend in Leeuwarden waren we net begonnen aan een afwerkvorm. In de verte hoorden we gezang en zagen we fakkels branden. Vuurwerk knalde. ‘Wij eisen nacompetitie, naaacompetiiitiiieee’, werd er gezongen, op het deuntje dat Jan Vertonghen gebruikte voor zijn beruchte ‘Het zijn maar kutkakkerlakken’.

Nacompetitie, dat wilden wij ook. En dan promoveren. Weg uit die vermaledijde Jupiler League en op naar betere tijden op het hoogste niveau. Volle stadions, vette contracten… Daarvoor moesten we wel beter gaan voetballen. Nul overwinningen in de laatste zeven wedstrijden, de nacompetitie kwam in gevaar. FC Oss was te sterk gebleken, evenals FC Emmen. Ook van Almere City wisten we niet te winnen. Nou ja, ‘we’, ik had mijn debuut nog niet gemaakt.


Cambuur-supporters Staantribune

We gingen braaf door met de afwerkvorm, maar de aandacht verslapte steeds verder. De zingende menigte kwam dichterbij en stopte niet bij de hekjes langs het veld, maar denderde door, het trainingsveld over. Het zal een man of honderd zijn geweest, en een enkele vrouw. Capuchon op, sjaal voor de mond, halve liter bier in de hand en een enkeling met ogen van een grootte die zonder pepmiddelen het Guinness Book of World Records zou hebben gehaald.

Ze vroegen om verantwoording. Aan Alfons Arts, Henk de Jong, Mark de Vries, Sandor van der Heide, Charles Dissels, Léon Hese… Die reageerden goed, beantwoordden de vragen die er leefden. De sfeer sloeg om, van kritisch en enigszins bedreigend naar aanmoedigend en supporterend. Ze zongen verder, maar nu anders. Over twee kleuren, geel en blauw.

‘Oh Leeuwarden, de MI Side, dit is de club waar ’t allemaal om draait.

Het geel en blauw, zit in je bloed, dit is de club waar je ’t allemaal voor doet.’

Er volgde applaus.

 

LEEUWARDEN, 04-08-2013 , Cambuur Stadion , Eredivisie , seizoen 2013-2014 , SC Cambuur - NAC , supporters Cambuur hebben het warm. foto: Henk Jan Dijks

De volgende dag speelden we tegen Volendam. Dat was een rare gewaarwording. Arts oogde enigszins nerveus in de bespreking en het was wat stiller dan anders. Maar eenmaal op het veld, tijdens de warming-up, kwam er een hartverwarmend applaus vanaf de Noordtribune. Mede dankzij een hakje (Dissels) en een stiftje (De Vries) stond het al snel 3-1. En juist in deze wedstrijd mocht ik mijn debuut maken, zo’n twintig minuten voor tijd. Ik scoorde nog ook.

In de weken die volgden denderden we door met 20 punten uit 10 wedstrijden en in de nacompetitie kreeg VVV Venlo ons pas in de laatste seconde van de tweede wedstrijd op de knieën door een doelpunt van cultheld Michael Uchebo: 4-3.

Het verstoren van een training zal ik altijd afkeuren, zeker gezien de dreigende sfeer. Maar voetbal leeft nou eenmaal enorm in Leeuwarden; wie door de stad fietst, ziet ontelbare geel-blauwe vaantjes in auto’s hangen. Als we na een slechte serie een verre uitwedstrijd op vrijdagavond verloren, stonden er om twee uur ’s nachts tientallen teleurgestelde supporters die om opheldering vroegen. Wonnen we op bezoek bij een concurrent, dan stonden er midden in de nacht honderd fans om ons toe te zingen.

Geen andere club is zo afhankelijk van de supporters; Cambuur pakte in de afgelopen vier seizoenen meer dan tweederde van de behaalde punten in eigen stadion. Met De Jong staat er een trainer die als geen ander in staat is om die twaalfde man te mobiliseren.

Een seizoen of vijf geleden lukte het Ype Smid, Gerald van den Belt en consorten om een faillissement op het nippertje af te wenden. En kijk nu, de club floreert als nooit tevoren. Afgelopen seizoen miste Cambuur de nacompetitie wél, maar dan die voor Europees Voetbal. Dat hadden de mannen met capuchons en grote ogen drie seizoenen geleden vast niet gedacht, op die druilerige donderdagmorgen.

 

cambuur-auto

Tekst: Marco van der Heide