Een van de meest betekenisvolle termen in het Italiaanse voetbal is bandiera. Het staat zowel voor ‘vlag’ als voor een speler die zijn hele carrière voor dezelfde club speelt. Voetballers van een uitstervend ras. Grote namen als Giacinto Facchetti, Sandro Mazzola, Giuseppe Bergomi, Franco Baresi en Paolo Maldini hebben hun clubliefde tot aan het einde van hun carrière in ere gehouden, maar hedendaagse opvolgers kennen zij nauwelijks. In de top van de Serie A lijkt Francesco Totti, die vandaag veertig is geworden, voorlopig de laatste die trouw is gebleven aan zijn jeugdliefde AS Roma.

Totti: een jongen van de stad Rome die tijdens zijn lange loopbaan in woord en daad herkenbaar is gebleven voor de man van de straat. Het grote talent stond regelmatig in de belangstelling van Europese topclubs. In 2004 was hij er zelfs dichtbij een Galactico te worden in Madrid, maar op het laatste moment besloot hij toch de Giallorossi trouw te blijven. En met die beslissing bezegelde hij in zekere zin zijn sportieve lot.


Een Europese hoofdprijs heeft hij met Roma nooit kunnen bemachtigen, terwijl hij alleen de scudetto in 2001 won. Met twee Italiaanse bekers en twee Italiaanse supercups niet bepaald een indrukwekkend clubpalmares. Maar ook zonder uitpuilende prijzenkast behoort Totti tot de grootste Italiaanse voetballers aller tijden. Alleen verstokte supporters van Lazio Roma zullen er misschien anders over denken. Met het Italiaanse elftal had hij meer succes: zilver tijdens het EK van 2000 en wereldkampioen in 2006, beide keren in de finale tegen Frankrijk.
1490670_576898565730097_1081093822_o
Nu Totti lijkt te zijn begonnen aan zijn laatste professionele seizoen, is het interessant te weten hoe hij de ontwikkelingen in het moderne voetbal ziet. “Voetballers zijn nomaden geworden die kiezen voor het geld en niet met het hart.” Als iemand het mag zeggen, is het Totti wel. Hij heeft weinig op met huurlingen die met alle winden meewaaien. Met zo’n uitspraak scoor je bovendien punten in de Eeuwige Stad. En over scoren gesproken, afgelopen zondag maakte hij uit tegen Torino zijn 250ste treffer in de Serie A, waarmee hij zijn tweede positie op de Italiaanse topscorerslijst aller tijden extra cachet gaf. En hij had dit seizoen al een ander persoonlijk record scherper gesteld: in ieder seizoen minstens eenmaal doel treffen voor La Maggica.

Stoppen is het laatste waaraan Totti lijkt te denken. Met zijn club zou hij ondanks alles nog eenmaal een trofee willen bemachtigen. Daarnaast zou hij liever gisteren dan vandaag teruggaan naar een maximum van twee buitenlandse spelers per team. Het tekent zijn voorliefde voor de voetbalromantiek die hij tijdens zijn carrière langzaam maar zeker heeft zien verdwijnen. De kans dat zijn wensen uitkomen, lijkt in het licht van de suprematie van Juventus en de almaar voortdenderende trein van de commercie in het voetbal, echter nul te zijn.

Als enige constante factor binnen de selectie van AS Roma, kan de laatste der Mohikanen maar niet wennen aan de huidige tijd, waarin de aanhang van veel clubs ieder jaar weer wordt geconfronteerd met een batterij aan nieuwe spelers. “Je kunt je supporters niet blijven verraden”, vindt hij. Zoals hij ook zijn verbazing niet kan verhullen over het feit dat allerlei spelers, coaches, trainers en massagetherapeuten bij Roma anno 2016 geen Italiaans maar Engels spreken. Uit Totti’s woorden spreekt vervreemding van zijn omgeving en van de tijd waarin hij nu leeft. Maar met zijn staat van dienst en morele kompas, zij het hem vergeven.

Buon compleanno, Capitano!

Illustratie: Steve Welsh