Zo’n vijf jaar geleden spraken mijn vader Henk en ik af ooit samen een voetbalreis naar Buenos Aires te gaan maken. Het wachten en verheugen op de reis duurde lang, maar het was het allemaal waard. Inmiddels ben ik weer terug in Nederland en kan ik zeggen dat het allemaal nog mooier was dan ik had verwacht. We bezochten tien fantastische wedstrijden in tien dagen tijd, maar ook de stad zelf heeft ons hart gestolen.

Zaterdag 16 april: Ferro Carril Oeste – Sportivo Estudiantes (1-0)
We arriveerden op zaterdag 16 april in Buenos Aires, waar we ’s ochtends meteen hartelijk werden ontvangen door Staantribune-redacteur Remi Lehmann, die jaren geleden verliefd werd op de stad en op porteña Florencia. Slechts een paar uur na onze landing stapten we al in de taxi naar het Estadio Arquitecto Ricardo Etcheverry voor de wedstrijd tussen Ferro Carril Oeste en Sportivo Estudiantes in de Primera B Nacional, het tweede niveau van Argentinië. Bij binnenkomst op de staantribune achter de goal werden we direct gegrepen door het constante gezang, getrommel en gezwaai met de armen. Je kent de beelden en geluiden van internet en televisie, maar het zelf voor de eerste keer meemaken is onvergetelijk.

Zondag 17 april: River Plate – Rosario Central (2-0)
Op zondagochtend hadden we alle tijd om ‘onze’ wijk Palermo te verkennen. Een levendige wijk met veel restaurants, bars en discotheken, maar wel erg veilig en iedere muur in de wijk is mooi versierd met kleuren en muurschilderingen. Terwijl wij rond 10 uur ’s ochtends over straat liepen, stapten de Argentijnen nog dronken uit de disco. Ieder land zijn gebruiken, zullen we maar zeggen.

’s Middags lunchten we bij de Argentijnse familie Prato, die ons ’s avonds meenamen naar River Plate – Rosario Central. De weg naar het Estadio Monumental was al één groot feest, want terwijl wij compleet vast stonden op de snelweg, scheurden de tientallen supportersbussen vrolijk voorbij. De fanatieke fans van Los Millionarios dansten en zongen zo hard dat de oude bussen bijna uit elkaar vielen, maar alles ging net goed. Te laat komen bij een wedstrijd is nooit fijn, maar een kolkend Estadio Monumental binnenstappen was zeker geen straf. De wedstrijd tegen Rosario Central kwam niet echt op gang, maar halverwege de tweede helft besloten de 60.000 fans hun ploeg te ondersteunen met massaal gezang. Het leverde binnen de kortste keren twee goals voor River Plate op. Ook mijn vader had kippenvel op zijn armen, in het stadion waarin die vervloekte bal op de paal van Rob Rensenbrink hem als jonge voetballiefhebber tranen van verdriet had bezorgd.

Maandag 18 april: Vélez Sarsfield – San Lorenzo (2-2)
Op maandagavond stond er met Vélez Sarsfield – San Lorenzo een mooie stadsderby op het programma in de Argentijnse Superliga. Na een oproepje op Twitter van Remi hadden we binnen de kortste keren drie gratis kaarten bemachtigd voor de hoofdtribune, waarin we een prachtig uitzicht hadden op het veld en de sfeervolle tribune achter het doel. Het Estadio José Amalfitani werd voor het WK 1978 vergroot tot een capaciteit van 45.000 plekken. Net iets te groot voor de club Vélez en daarom zelden een uitverkocht huis, maar de sfeer was er zeker niet minder om.

Na een meeslepende wedstrijd, waarin routiniers Mauro Zárate (31) en Fabricio Coloccini (36) de uitblinkers waren, werd het 2-2. Vélez-coach Gabriel Heinze (40) stond negentig minuten lang vloekend en tierend langs de lijn, maar kon trots zijn op het resultaat van zijn tegen degradatie strijdende ploeg. De talentvolle middenvelder Matías Vargas (20), een naam om te onthouden, zorgde kort voor tijd voor de gelijkmaker namens Vélez.

Dinsdag 19 april: Barracas Central – Club Atlético Talleres Remedios de Escalada (0-0)
Op de dinsdag hadden we weer een druk programma. ’s Ochtends namen we de taxi naar La Boca, voor een stadiontour door La Bombonera. Op onze slotavond zouden we hier nog een wedstrijd gaan bezoeken, maar we wilden het stadion ook nog leeg en in daglicht zien. Daar krijgen we zeker geen spijt van. La Bombonera is voor de meeste voetballiefhebbers hét ultieme voetbalstadion. De vorm, de compactheid en overal de felle gele en blauwe kleuren maken het een uitzonderlijk stadion.

Daarna gingen we door naar het Estadio Tomás Adolfo Ducó van Huracán en wilden we zo’n driehonderd meter verderop de wedstrijd tussen Barracas Central – Club Atlético Talleres Remedios de Escalada (wat een clubnaam!) in de Primera B Metropolitano bezoeken, maar dat kwam er helaas niet van. Terwijl we het schitterende stadion van Huracán fotografeerden, stopte er een politieagent, die ons vriendelijk verzocht om de buurt zo snel mogelijk te verlaten. Na een lang verhaal over berovingen, drugs, geweld en criminaliteit besloten we dat het misschien beter was om zijn advies op te volgen. Daar ging onze ambitie om iedere dag een wedstrijd te bezoeken, maar we hadden in ieder geval wel onze portemonnee, camera en telefoons nog op zak. Daarna trokken we maar naar het restaurant/voetbalmuseum Cantina Palermo (Fitz Roy 2238 in Palermo), waar mannen als Diego Maradona, Enzo Francescoli, Diego Milito en Gonzalo Higuaín graag komen.

Woensdag 20 april: Independiente – Corinthians (0-1)
In eerste instantie waren we na het boeken van onze reis van plan om nog met de boot naar Montevideo af te reizen voor twee dagen, maar toen was daar plots het gunstige programma in de Copa Libertadores, de Zuid-Amerikaanse editie van de Champions League. Onze Argentijnse gids bracht ons naar Avellaneda voor de wedstrijd tussen Independiente en de Braziliaanse kampioen Corinthians, dat met doelman Cassio Ramos (ex-PSV en Sparta) en voormalige Feyenoorder Colin Kazim-Richards twee bekende namen in de gelederen heeft.

Independiente was de betere ploeg, maar Corinthians boekte een geniepige 0-1 overwinning in het Estadio Libertadores de América, dat zo’n tien jaar geleden grondig werd gerenoveerd. Dit gebeurde onder andere van de twintig miljoen euro die de club in 2006 kreeg voor hun wonderkind Sergio Kun Agüero, waar buiten het stadion nog een aantal afbeeldingen van te zien waren. Het minpunt van deze wedstrijd was dat onze gids ons een plezier dacht te doen met een plek in een skybox, maar dat ontnam ons het zicht op een groot deel van de sfeervolle tribunes achter de beide goals.

Donderdag 21 april: Racing Club – Vasco da Gama (4-0)
Een dag later stapten we opnieuw met onze gids in de auto naar Avellaneda, nadat we ’s middags eerst een polo-toernooi in het fraaie Campo Argentino de Polo hadden bezocht. Een fascinerende sport, zeker wanneer je de paarden op enkele meters afstand achter de bal aan hoort en ziet rennen.

’s Avonds kwamen we aan bij het Estadio Presidente Juan Domingo Perón, op zo’n 350 meter afstand van waar we de avond daarvoor Independiente hadden zien spelen. Onze avond in El Cilindro werd echter vele malen mooier. Allereerst vanwege het schitterende ronde stadion en de kolkende tribunes, maar ook vanwege de wedstrijd zelf. De afgelopen maanden had ik al veel gezien en gelezen over Lautaro Martínez (20) en tegen Vasco da Gama liet hij weer eens zien waarom de Argentijnse bondscoach Jorge Sampaoli, die we voor de wedstrijd het stadion in zagen stappen, het zo in hem ziet zitten. El Toro zou zomaar de revelatie van het WK 2018 kunnen gaan worden.

Zijn collega-spits Lisandro López (35), voormalig speler van FC Porto en Olympique Lyon, werd echter de man van de avond. In de eerste helft had de aanvoerder van Racing Club al twee strafschoppen gemist, maar in de 60ste minuut kreeg Racing opnieuw een penalty. López wilde het nu aan Martínez laten, maar daar wilde coach Eduardo Coudet niets van weten. Direct viel overal in het stadion de naam van Martin El Loco Palermo, die in 1999 op de Copa América tegen Colombia (3-0 verlies) liefst drie strafschoppen miste. Dat leed bleef López gelukkig bespaard.

Het mooiste van de vrijwel perfecte voetbalavond waren echter de spelende kinderen op de betonnen veldjes onderaan onze tribune. Op de momenten dat het spel stillag of het saai werd, kon je altijd naar beneden kijken hoe de nieuwe generatie talenten van Racing zich vermaakte. Een jongen met één been dolde zijn vriendjes tachtig minuten lang zoek, maar ging in de slotfase toch nog even op zijn krukken staan om nog wat van de wedstrijd op het hoofdveld te zien. In Argentinië kunnen kinderen tot en met acht jaar gratis naar binnen in de stadions, waardoor bij iedere wedstrijd veel jeugd te zien is. Ook kinderen van twee en drie jaar gaan gewoon met hun ouders mee en vermaken zich wel. Het zorgt voor een mooi familiegevoel op de tribunes. De Argentijnse voetbalbond besloot enkele jaren geleden bovendien geen uitsupporters meer toe te laten bij de meeste wedstrijden. Niet voor alle fans even leuk, maar voor de veiligheid van vrouwen en kinderen in de stadions wel enorm belangrijk.

Vrijdag 22 april: Argentinos Juniors – Olimpo (1-0)
Met temperaturen van boven de 25 graden en constant een stralende zon hadden we het goed getroffen tijdens onze eerste week, maar daar kwam op vrijdagavond verandering in. In de stromende regen trokken we naar het Estadio Diego Armando Maradona in de wijk La Paternal, voor de competitiewedstrijd tussen Argentinos Juniors en het reeds gedegradeerde Olimpo.

Argentinos Juniors keerde vorig seizoen onder leiding van coach Gabriel Heinze terug op het hoogste niveau en staat nu op een keurige achtste plaats in de Argentijnse competitie. Na een gigantische vuurwerkshow van twee minuten schoot Argentinos Juniors uit de startblokken, maar na de vroege 1-0 werd het toch nog een moeizame wedstrijd. In de stromende regen vermaakten we ons echter prima, want de sfeer in het stadion was uitstekend. We voelden ons bovendien bevoorrecht om voetbal te kijken op historische grond. Niet alleen speelde Maradona hier de eerste vijf jaar van zijn carrière, ook Lionel Messi maakte er in 2004 zijn debuut als Argentijns jeugdinternational. Het stadion van Argentinos Juniors is aan de buitenkant compleet versierd met mooie graffitikunst van Maradona, maar ook de wijk rondom het stadion is de afgelopen maanden grondig versierd door kunstenaar San Spiga met tientallen oude foto’s van Maradona.

 

Zaterdag 23 april: Defensores de Belgrano – Barracas Central (2-2) en San Lorenzo – Chacarita Juniors (1-0)
Op onze tweede zaterdag in Buenos Aires deden we onze eerste ‘dubbel’. Vroeg op de middag gingen we naar het Estadio Juan Pasquale (vlakbij El Monumental) voor de wedstrijd tussen Defensores de Belgrano en Barracas Central, twee ploegen die strijden om promotie van de Primera B Metropolitano naar de Primera B Nacional. Barracas kwam al snel op een 0-2 voorsprong, maar in de slotfase knokte Defensores zich terug tot een 2-2 gelijkspel. Het uitzicht vanaf de hoofdtribune was prachtig, met de vele flats achter de sfeervolle tribune achter het doel.

In de avond namen onze vrienden van de familie Prato ons mee naar hun favoriete club San Lorenzo, die het opnamen tegen stadgenoot Chacarita Juniors. Direct naast het stadion El Nuevo Gasómetro ligt een grote sloppenwijk (villa miseria), dus we waren blij met onze begeleiding. Het gezang van de supporters van San Lorenzo was indrukwekkend, maar doordat de spelers zeker acht grote kansen onbenut lieten, werd het helaas geen al te groot feest op de tribunes.

Wel was dit weer een stadion dat compleet anders was dan we de avonden ervoor hadden gezien. Dat maakt het bezoeken van stadions in Argentinië ook zo mooi: de stadions zijn allemaal nog volkomen authentiek en compleet verschillend. San Lorenzo heeft plannen om binnen vijf jaar terug te keren naar een nieuw stadion op de oorspronkelijke plek, maar wat mij betreft komt daar – volgens goed Argentijns gebruik – nog flink wat vertraging bij.

Zondag 24 april: Boca Juniors – Newell’s Old Boys (3-1)
Bij een lange voetbalreis is het altijd belangrijk om een goede opbouw te hebben: beginnen bij de kleinere clubjes en toewerken naar het hoogtepunt. Dat kan in Buenos Aires natuurlijk maar één stadion zijn: La Bombonera, de thuishaven van grootmacht Boca Juniors. Bij een stadion met zo’n grote naam en zoveel positieve verhalen ligt teleurstelling altijd op de loer, maar daar was wat ons betreft geen enkele sprake van.

La Bombonera overtrof onze stoutste verwachtingen. Het stadion kolkte al een halfuur voor de aftrap en de blauw-gele mensenmassa (55.000 supporters) bleef maar zingen en springen, zeker toen het in de tweede helft ook nog hard begon te regenen en onweren. Boca won met 3-1 van Newell’s Old Boys uit Rosario, vooral dankzij de sterk spelende linkshalf Cristian Pavón (22). Aanvoerder Carlos Tévez (34), bezig aan zijn derde periode bij Boca na zijn ‘avontuur’ in China, maakte niet veel indruk meer, maar toch was het aardig om hem weer eens in actie te zijn.

Vanwege slordig puntverlies in de afgelopen weken zagen we helaas niet de kampioenswedstrijd van Boca Juniors, maar we keren zeker nog eens terug in La Bombonera voor de Superclásico tegen River Plate. Pas dan is een voetbalreis naar Buenos Aires helemaal compleet, maar aan dit debuut kon al heel weinig tippen. Het klinkt cliché, maar dit is echt iets wat iedere voetballiefhebber ooit in zijn leven gedaan moet hebben. Ik heb al tientallen wedstrijden in Engeland, Duitsland, Italië en Spanje bezocht, maar de sfeer in Argentinië is met niets te vergelijken.