Verdwenen profclubs (1): HFC Haarlem

Nergens anders heeft het faillissement van een voetbalclub zich zo nadrukkelijk aangekondigd als in Haarlem. De club heeft weliswaar een lange geschiedenis, maar weet de voetballiefhebbers in de twaalfde stad van Nederland eigenlijk nooit echt aan zich te binden.

In Haarlem is het leven na de ondergang van de plaatselijke profclub geruisloos verdergegaan. Slechts een paar honderd getrouwen denken nog met weemoed terug naar wat ooit is geweest, maar nooit meer zal worden. “Eigenlijk heeft de club altijd moeten leuren voor geld. Dat was al zo in de jaren negentig. Op een gegeven moment werd het minder en minder. Het faillissement verbaasde niemand”, weet oud-supporter Andy van der Linde.

Van der Linde maakt de rise and fall van Haarlem van dichtbij mee. De geboren Haarlemmer gaat aan de hand van zijn opa begin jaren tachtig voor het eerst naar Haarlem. “Later ging ik met mijn vader en kreeg ik ook een seizoenkaart. Vanaf 1984 of 1985 was ik er elke thuiswedstrijd bij. In die tijd gingen we met de familie ook nog wel eens naar Ajax of AZ, maar die zorgden bij mij niet voor hetzelfde gevoel als Haarlem. Dat was een gezellige club, minder kil. En bovendien mijn lokale club.

Ook vriendjes op school gingen er regelmatig kijken. Ik groeide op met HFC. Ik woonde op loopafstand. Later, toen ik in Purmerend woonde, ging ik met de auto. Naarmate de jaren vorderden, kon ik de auto steeds gemakkelijker kwijt”, lacht hij. “Haarlem heeft in alle eerlijkheid altijd moeite gehad om stadions te vullen. We zijn natuurlijk al drie keer bijna failliet geweest voordat het echt fout ging.”

Haarlem heeft in alle eerlijkheid altijd moeite gehad om stadions te vullen

“In dat Europa Cup-seizoen leefde het voetbal echt in de stad. Op de stadsbussen hingen rood-blauwe vlaggetjes en de wedstrijdposters zag je overal in de stad hangen. Maar toen de mensen gewend waren aan eredivisievoetbal, werd het snel minder. Ik herinner me nog een thuiswedstrijd tegen NEC voor achthonderd man en de thuiswedstrijd tegen Ajax in 1988 of 1989 trok maar zevenduizend toeschouwers. De selectie werd er zelfs af en toe op uitgestuurd om op de Grote Markt kaartjes aan de man te brengen.

Tienduizend toeschouwers of meer zijn echt incidenten geweest, hoor”, vervolgt Van der Linde. “Eigenlijk is het nooit een vetpot geweest, maar Haarlem heeft heel lang een zuinig bestuur gehad. Daarom kon de club het nog lang volhouden, want al in de jaren negentig had de club voor de eerste keer financiële problemen.”

Die problemen laten zich gemakkelijk verklaren. Grote bedrijven, waarvan er zeker in die tijd voldoende zijn in Haarlem en omgeving, tonen zich niet bereid te investeren in de lokale profclub en ook de toeschouwers laten het afweten. Tussen 1990 en 2011 komt het gemiddeld aantal toeschouwers in Haarlem nooit meer boven de tweeduizend uit. 1.942 in 2004 is het hoogste aantal. Het bestuur kan leven met een marginaal bestaan en budgetteert er ook naar. Op de achtergrond dringt zich echter een belangrijk vraagstuk op: wat gaat Haarlem doen met het stadion, dat door de jaren heen sterk in verval is geraakt?

Nieuw stadion

Het Haarlem-stadion (de officiële naam voor het stadion) had ooit een capaciteit van 18.000 toeschouwers, maar al in de jaren negentig worden de staantribunes achter beide doelen afgekeurd om veiligheidsredenen. De hoofdtribune, vernoemd naar clublegende Kick Smit, biedt plaats aan 2.250 toeschouwers. De noodtribune aan de Jan Gijzenkade (de officieuze naam voor het stadion) kan 1.200 toeschouwers herbergen. De helft van die tribune is ingeruimd voor de uitsupporters. Sponsors kan geen enkele luxe worden geboden. Dat het bestuur werkt aan plannen om elders in de stad een nieuw stadion te bouwen dat commercieel beter benut kan worden, is logisch.

Van der Linde toont een gelikte brochure van ‘Stadion Oostpoort’, vernoemd naar het nabijgelegen NS-station. Onder het stadion moeten kantoren, casino’s, hotels, restaurants en mogelijk een meubelboulevard komen. Doordat het stadion dicht bij de snelweg komt te liggen, lijkt de ‘Kleine Arena’, zoals het stadion door de projectontwikkelaars wordt genoemd, commercieel haalbaar. Niets blijkt echter minder waar. Omwonenden maken direct amok, de politiek neemt geen stelling en de plannen worden keer op keer gewijzigd, totdat in februari 2009 projectontwikkelaar Fortress zich terugtrekt vanwege de kredietcrisis.

Uitstel van executie

Datzelfde deed eerder al Imca Vastgoed van de vermogende supporter Erik de Vlieger. “Zij kwamen telkens met nieuwe eisen en wilden het onderste uit de kan halen. Wij waren nooit een voorstander van het nieuwe stadion op die locatie, in de groene rand van Haarlem. Maar voor HFC zijn de druiven zuur. De vergevorderde plannen voor hun nieuwe stadion liggen in de prullenbak. Dit heeft als bijkomend gevolg dat een aantal sponsors zich terugtrekt en dat deze voetbalclub, die altijd zijn eigen broek heeft kunnen ophouden, hierdoor in de problemen komt”, neemt GroenLinks-raadslid Tenda Hoffmans het op voor HFC, als die club aan het gemeentebestuur een bedrag van 450.000 euro vraagt om de financiële problemen op te lossen. De gemeente steekt in 2009 eenmalig 650.000 euro in de club, maar het blijkt uitstel van executie. De inkomsten van de club nemen in rap tempo af. De begroting wordt teruggeschroefd van 1,8 naar 1,2 miljoen euro. Maar zelfs dat bedrag krijgen de Haarlemmers niet bij elkaar geschraapt.

Dit is een gedeelte uit het boek Verdwenen Profclubs, verbonden door de ondergang van Martijn Schwillens, hét boek over de clubs die sinds 1991 uit het betaaldvoetbal in Nederland zijn verdwenen: Haarlem, FC Wageningen, SVV, Veendam, VC Vlissingen/VCV Zeeland, RBC en AGOVV. Je kunt het boek bestellen in de Staantribune Webshop!

Foto’s: Marco Magielse

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...