Het kleine Marine AFC tegen het grote Tottenham

In Crosby in het graafschap Merseyside heb je twee interessante voetbalclubs die in de Engelse voetbalpiramide spelen: Marine AFC en AFC Liverpool. Beide spelen ook nog eens in hetzelfde stadion, want de tweede club heeft geen eigen ground. Marine speelt vanavond in de derde ronde van de FA Cup tegen Tottenham Hotspur, een waar sprookje. Joris van de Wier bezocht de club voor zijn boek Voetbalstad Liverpool.

Vanaf Crosby kan ik de havenkranen van Liverpool en Bootle zien liggen, maar het stadje zelf is chique. Tot 1997 was de MP van Crosby vaak een Tory, iets wat in Liverpool zelf onmogelijk was. In de tijd dat Liverpool een onleefbare stad werd, besloten veel rijke Scousers naar Crosby te verhuizen. Het staat heel goed aangeschreven. Tijd om dat eens met eigen ogen te gaan bekijken.

Als ik uitstap op station Blundellsands & Crosby ga ik eerst naar het strand. In tegenstelling tot veel andere kustplaatsen heb je hier een zandstrand en duinen in plaats van kiezelstenen. Ook is er geen pauperboulevard met gokhalen, fish & chips-tenten en prullariawinkeltjes. Stiekem vind ik dat wel jammer. Vanaf het strand kan ik de radiotoren van Liverpool zien liggen. Zelfs Anfield is zichtbaar dankzij de nieuwe tribune.

Ierse Zee

Officieel ligt Crosby niet meer aan de Mersey, maar aan de Ierse Zee. Op het strand staan veel standbeelden van een naakte man. Het zijn er honderd in totaal. De man is Sir Anthony Gormley, een kunstenaar die een mal van zichzelf liet maken om daarmee de standbeelden te maken. Another Place heet het kunstwerk. De standbeelden staan verspreid over het hele strand. Sommige staan in zee, terwijl andere in de duinen zijn gezet. Ik zie dat iemand een half-scarf van Everton en Liverpool om de nek van een van hen heeft gebonden.

Ook zijn er standbeelden met een gek hoedje of een kerstmuts te vinden. Op degene die het verst in de zee staan, groeien pokken en algen. Ze staan hier sinds 2007 en er werd veel over geklaagd. Vooral omdat het naakte beelden zijn, inclusief piemel. Britten zijn enorm puriteins, dus die waren compleet van slag. Uiteindelijk mochten de standbeelden blijven staan en sindsdien heeft Crosby er een toeristische attractie bij. Ik zie veel mensen foto’s maken van de beelden en er worden zelfs selfies gemaakt waarbij wordt gewezen naar de kleine piemel van Gormley.

Crosby Village

Na uitgewaaid te zijn op het strand loop ik richting Crosby Village. Vergeleken met die nare Oostblokflats in Bootle is dit wel een stuk beter. Ik heb totaal niet het gevoel dicht bij Liverpool te zitten. Zelfs het Scouse is hier niet zo sterk, al is het nog duidelijk aanwezig. Ik besluit een kop koffie te pakken en lees in de Liverpool Echo dat Crosby is uitgeroepen tot een van de beste plekken in Groot-Brittannië om te wonen. Het is vierde geworden in een onderzoek van The Times. Als grote pluspunten worden het strand, de nabijheid van Liverpool en de goede scholen genoemd.

Wat ook wordt gewaardeerd is dat er nog veel onafhankelijke winkels zijn en niet alles is overgenomen door de grote ketens. Ik lees dit in de Costa, een grote koffieketen. Uiteraard wordt Another Place ook genoemd. Na mijn koffie besluit ik wat rond te lopen in het stadje en het heeft iets aangenaams. Er zijn weinig chavs, dat is ook weleens prettig. Ik drink nog snel een cider in The Crows Nest en ga daarna naar Rossett Park, het stadion van Marine waar ik mijn eerste afspraak heb. Een stadion ook waar ooit een heel bijzondere wedstrijd werd gespeeld.

Marine AFC

Na de Tweede Wereldoorlog brokkelt het Britse Rijk af. In 1947 is kroonjuweel Brits-Indië onafhankelijk geworden en het rommelt in meer kolonies. Om de banden tussen de overzeese gebieden en het moederland te verstevigen, wordt in 1949 een voetbaltour georganiseerd. Een Nigeriaanse selectie gaat een maand lang vriendschappelijke wedstrijden spelen tegen Engelse clubs. De eerste wedstrijd is tegen Non-Leagueclub Marine uit Crosby. Dat lijkt op het eerste oog een rare keuze, maar is eigenlijk vrij logisch.

De Nigerianen zijn namelijk met een boot in de haven van Liverpool aangekomen en voordat de Afrikanen naar Londen reizen, willen ze een wedstrijd tegen een lokale club spelen. Liverpool is in die tijd al een multiculturele stad met veel Afrikaanse immigranten. Die willen maar wat graag het Nigeriaanse team zien voetballen. Uiteindelijk wordt Marine als tegenstander gekozen. Het stadionnetje aan College Road puilt uit. Officieel kunnen maar vierduizend mensen in Rossett Park, maar volgens de kranten zijn het er veel meer. De Nigerianen spelen tot verbazing van het publiek blootvoets en winnen met 2-5. Het is de wedstrijd van de eeuw voor de Mariners.

Champs

Marine is een trotse club. Het werd in 1894 opgericht door enkele studenten in Waterloo, dat ooit een zelfstandig dorp was maar nu bij Crosby hoort. De naam van de kroeg waar de oprichters zaten, was The Marine en dat werd ook de naam van de club. Soms hoef je niet lang na te denken over iets omdat het zo voor de hand ligt. Ik wil natuurlijk die pub bezoeken, maar tot mijn teleurstelling zie ik dat het sinds 2015 Champs heet. Een klein rouwmomentje. Gek genoeg zie je op Google Maps nog wel The Marine als je voor de pub staat. Maar als je virtueel wat verder van de kroeg af staat, verschijnt de nieuwe naam.

Alles kan wel een likje verf of twintig gebruiken

In de laatste versie van Google Maps is de auto schijnbaar niet voor de pub langs gereden. Je ziet op die foto’s uit 2014 duidelijk dat de pub z’n beste tijd wel heeft gehad. Er zijn drie letters van de gevel afgevallen, waardoor de kroeg ‘ e Mar ne’ heet en alles kan wel een likje verf of twintig gebruiken. Gelukkig hebben de nieuwe eigenaren wel gevoel voor historie, want boven de bar staat de tekst Birthplace of Marine AFC 1894. Toch blijft het jammer dat de naam van de pub is veranderd.

Rossett Park

Marine begon erg bescheiden en bleef dat ook lange tijd. In 1903 werd Rossett Park in gebruik genomen, de ground waar de club vandaag de dag nog steeds speelt. In de lokale amateurdivisies van Liverpool maakte Marine naam, maar daarbuiten was het een grote onbekende. Toen in 1932 de Mariners ineens in de finale van de FA Amateur Cup stonden, was iedereen dan ook verbaasd. Duizenden mensen uit Crosby reisden naar Londen om hun club te zien spelen op Upton Park.

Zij zagen Dulwich Hamlet heel eenvoudig met 7-1 winnen van Marine. Het is nog altijd een recordnederlaag in de finale van de FA Amateur Cup. Een seizoen later bereikte Marine voor het eerst de eerste ronde van de FA Cup. Er rolde een thuiswedstrijd tegen Hartlepool United uit de koker. Heel Crosby was van slag, maar opnieuw werd het een tegenvaller: 2-5. In de decennia daarna was het weer rustig in het stadje op voetbalgebied.

Howard en Marine staan zelfs in het Guinness Book of Records

In 1972 stelde Marine Roly Howard aan als manager. Dat zou een voetnoot in de geschiedenis zijn geweest als hij niet 33 jaar manager was gebleven. In totaal zat hij 1975 wedstrijden op de bank bij de Mariners en dat is nog altijd een record. Howard en Marine staan zelfs in het Guinness Book of Records. De manager was heel succesvol, want onder zijn leiding werden dertig prijzen gepakt. Waaronder zes keer de Liverpool Senior Cup, misschien wel de belangrijkste prijs voor Non-Leagueclubs in Merseyside.

Voordat Howard werd aangesteld, had Marine deze beker nog nooit gewonnen, maar daar bracht hij dus verandering in. Sinds zijn vertrek is de prijzenregen bij Marine gestopt. Het won in 2008 voor de zevende keer de Liverpool Senior Cup en dat was het wel. De Mariners spelen tegenwoordig op het achtste niveau, en dat lijkt wel zo’n beetje de top te zijn voor de club. Het is wel een club waar iedereen in Merseyside respect voor heeft. Wie ik ook spreek, allemaal zijn ze positief over Marine. “A proper football club”, worden de Mariners vaak genoemd.

Halve wedstrijd

Helaas is Marine mij slechtgezind. Drie keer deed ik een poging om een wedstrijd te vincken en uiteindelijk zag ik slechts 45 minuten voetbal. Twee keer regende het zo hard dat het werd afgelast voordat er een bal was getrapt, en de derde keer werd in de rust besloten om te stoppen. Ik heb overigens één keer een volledige wedstrijd gezien, maar dat was toen dit hoofdstuk al klaar was. Een halve wedstrijd in totaal dus. Soms is het leven zo en als de vinckgod niet wil dat ik een hele wedstrijd van Marine zie, moet ik mij daarbij neerleggen.

De halve wedstrijd die ik wel zag, was tegen Grantham Town. Grantham is een stad waar veel mensen in Merseyside een hekel aan hebben, want het is de geboorteplaats van Margaret Thatcher. Tijdens de wedstrijd wordt tegen de paar uitsupporters die aanwezig zijn gezongen dat het Tories zijn. Die halen hun schouders op en zingen terug dat de drainage van Rossett Park niet zo heel goed is. Er verschijnen tijdens de eerste helft namelijk overal plassen. Daar ziet het voor de wedstrijd nog niet naar uit. Er zijn amper wolken. Het is de dag voor Pasen en veel mensen in Crosby hebben zin om voetbal te kijken. Engelsen zijn in het paasweekend namelijk altijd vier dagen vrij. De stadions zitten daarom altijd net wat voller dan normaal.

Slap volk

Ik koop een kaartje en loop het stadionnetje in. Rossett Park is erg leuk, beter nog dan ik had verwacht. De hoofdtribune is wat saai, maar heeft wel wat doordat die achter een van de doelen is gebouwd. Dat zie je zelden. De overdekte staantribune aan de lange zijde is geweldig. Door het gebrek aan ruimte is het erg claustrofobisch om daar te staan. Achter het andere doel is een onoverdekte terrace gebouwd. Omdat het altijd lijkt te regenen in Crosby is dat geen populaire plek om de wedstrijd te kijken. Alleen de hele echten staan hier, uiteraard zonder paraplu of andere bescherming. Zij kijken neer op degenen die overdekt staan en vinden ons slap volk.

AFC Marine

Vroeger stond op deze plek de hoofdtribune. Een heel mooie van hout weet ik dankzij Google, maar die heeft helaas het loodje gelegd. De leukste zijde is eigenlijk die waar geen tribune is. Daar zijn namelijk huizen en is geen ruimte om te staan. De tuintjes grenzen bijna aan het veld. De huizen zelf zijn typisch Engels. Slecht onderhouden en een rommeltje, maar toch hebben ze wat. Het zijn twee-onder-een-kapwoningen en waar het ene huis donker is, is het andere licht. Het doet mij denken aan Duo Penotti. Ondanks dat de huizen eigenlijk niet bij het stadion horen, is het wel een heel tof element dat Rossett Park wat extra’s geeft.

Het logo van Marine

Wat ook heel leuk is, is de clubshop van Marine. Een volgepakt hok met heel veel merchandise. Niet alleen van Marine, maar ook van huurder AFC Liverpool. Ik koop het boek Mighty Mariners om wat meer over de club te weten te komen en een sjaal. Die laatste wil ik om de nek van een van de standbeelden op het strand knopen voor een kekke foto. In de clubshop zie ik overal het logo van Marine terugkomen. Ik bestudeer het intensief en kom er dan achter dat het echt heel goed is. Twee zeepaardjes, met een vette tattoo van een anker op hun armen, houden een schild vast met daarop een dubieus ijzeren kruis. Wat dat betreft had Hitler wat verder moeten kijken dan Everton, want dit logo had wel in zijn straatje gepast.

Verder is er een draak in het logo te zien die met een vlag zwaait waarop twee herten en een medaille staan afgebeeld. De draak staat op een lauwerkrans. Om het geheel nog drukker te maken is er een Latijnse spreuk toegevoegd: Vis Unita Fortoir, oftewel Verenigde kracht is Sterker. Dit hele tafereel vindt zwevend boven de zee plaats. Het is een van de drukste logo’s die ik ooit gezien heb en ik moet even gaan zitten om ervan bij te komen. Een voordeel van zo’n druk logo is dat niemand het even snel na gaat maken.

Supportersvereniging

Even later ontmoet ik Richard Felton in de social club van Marine. Met hem heb ik vooraf contact gehad. Hij is heel actief in de supportersvereniging van de club en volgt de Mariners uit en thuis, maar het is nog niet zo lang geleden dat Felton fan werd van Marine. Felton: “Ik ben van oorsprong een Liverpool-supporter. In de jaren tachtig stond ik samen met mijn vrienden op The Kop. Ik heb de grote successen van de club meegemaakt en ook de terugval. Tot seizoen 2011/2012 heb ik een seizoenkaart gehad op Anfield. Dat seizoen besloot ik eens bij een Non-Leagueclub te gaan kijken, omdat de competitie stillag vanwege interlandvoetbal. Ik woon hier in Crosby, dus het leek mij het makkelijkste om naar Marine te gaan.”

“Mijn ogen gingen ineens open. Het was hier veel leuker dan op Anfield. De sfeer en de onderlinge vriendschap hier deden mij terugdenken aan de tijd dat The Kop nog een staantribune was. Iedereen leek hier veel meer lol te hebben. Bij Marine ben je geen nummer, maar zijn ze oprecht blij dat je bij hun club komt kijken. Ik heb mijn seizoenkaart bij Liverpool meteen opgezegd en ben vanaf toen hier niet meer weggeweest. Vandaag ben ik hier met mijn zoon en mijn vader. Dat kun je op Anfield wel vergeten.”

Felton loopt naar het hok van de supportersclub en haalt enkele tassen tevoorschijn. Hier zitten allerlei vlaggen en spandoeken in. Ik help mee om ze op te hangen. We lopen langs de kantine van Marine die de naam Scouse House draagt. Aan Felton vraag ik of mensen uit Crosby zichzelf als Scousers zien. Hij antwoordt bevestigend: “Absoluut. We zijn misschien wel chique hier, maar we zijn zeker Scousers. Crosby heeft ook een L-postcode. Op de Wirral hebben ze die bijvoorbeeld niet. Daar hebben ze de CH-postcode van Cheshire. Ik denk niet dat zij het fijn vinden als je ze Scousers noemt, maar hier heeft niemand daar een probleem mee.”

Liverpool en Everton

“Ikzelf zie Crosby als een nette buitenwijk van Liverpool. Bijna al onze supporters zijn ook voor Liverpool of Everton. Ik denk dat de verhouding ongeveer 50-50 is. Of er mensen zijn die alleen fan zijn van Marine? Ja, die heb je wel maar dat is echt een heel kleine groep.” Terwijl we de vlaggen ophangen, begint het hard te regenen. Ik kijk wat bezorgd, maar Felton antwoordt dat Marine een van de beste velden in de Non-League heeft vanwege de zandgrond. Dat laat heel makkelijk water door en wedstrijden worden eigenlijk nooit afgelast. Het blijkt de Jinx der Jinxen te zijn.

Tijdens de wedstrijd sta ik tussen de vader en zoon van Felton. Deze wandelende voetbalencyclopedie blijkt heel babbelziek te zijn en dat bevalt mij wel. Zo heeft hij het over het Rossett Park van vroeger en als stadionfetisjist vind ik dat heel interessant. “Op de plek van de huidige hoofdtribune stond vroeger niets. Er was wel een tribune, maar die was aan de overkant. Ik geloof dat die twintig jaar geleden is gesloopt. Daarachter lag nog een trainingsveld, maar dat heeft Marine verkocht. Die huizen die je nu ziet staan zijn nog helemaal niet zo oud. Ze zijn veel nieuwer dan de huizen aan de lange zijde.”

AFC Marine

“Al stond daar vroeger nog een staantribune op de plek van die tuinen. Je moest extra betalen om daar te staan. Heel vreemd eigenlijk, want het was niet overdekt. Maar dat heeft de club ook verkocht. Het lijkt nu allemaal heel krap, maar het is genoeg voor de club. De nieuwe hoofdtribune is perfect voor ons en meestal komen er een paar honderd man kijken. Er zijn geen plannen om te vertrekken, ook al is dit dure grond. De club staat er financieel goed voor, dus de noodzaak is er niet en dit is echt ons thuis. Niemand heeft zin om te verhuizen naar een industrieterrein omdat dat zogenaamd succes gaat opleveren. Wij zijn geen West Ham-supporters die daar intrappen.”

Aan de kenner vraag ik of er veel lokale spelers in het veld staan. “Het zijn allemaal Scousers, maar de meesten komen uit Liverpool. Uit Crosby zelf zijn er ook een paar, maar met alleen jongens van hier kunnen wij het niet redden op dit niveau. We hebben soms ook heel goede voetballers uit Liverpool. Ken je Graeme Sharp van Everton? Zijn zoon speelde hier. Niet zo goed als zijn vader, maar eigenlijk te goed voor dit niveau. En Lee Trundle, die een legende is in Swansea, heeft hier ook nog gespeeld. Maar als club kun je nooit heel veel van dat soort jongens halen. Het voortbestaan van de club gaat voor alles, dus wij nemen nooit risico met teveel dure spelers.”

Afgelast

Terwijl op het veld steeds meer plassen ontstaan, schopt een verdediger van Grantham de bal over het hek. Die belandt in een van de tuinen. De vader van Felton wijst mij op de nummers die op het hek staan. “Zie je dat? Dat zijn de huisnummers. Zo weten we waar we moeten aanbellen om de bal terug te krijgen. Behalve nummer 21. Daar woont een zeer nare man die de bal nooit teruggeeft.” Het is ondertussen nog harder gaan regenen en een deel van het veld lijkt op een zwembad. In de rust duiken de ballenjongens in de plassen.

Er wordt geen poging meer gedaan om het water weg te krijgen en de wedstrijd wordt afgelast. Na een paar pints in The Edinburgh, een mooie pub naast de ground, brengt Felton mij naar het station van Liverpool. Ondanks dat ik maar een halve wedstrijd heb gezien, was het een mooie dag bij Marine en heb ik aardig wat dingen over de club geleerd.

Voetbalstad Liverpool

Dit is een hoofdstuk uit het boek Voetbalstad Liverpool, verkrijgbaar in de Staantribune Webshop.

Word abonnee
terug naar overzicht

Lees verder...