Ik sta in een grasveld, bij een sloot. Aan de overkant van de sloot staat een heer in zijn tuin met een iPad. Daarop zoekt hij voor mij uit waar de Dreessingel is, daar waar Kees Verhaar woont. ‘De Andréstraat? Hij vindt niks hoor…’ schreeuwt de heer de sloot over.

Ik ben een hopeloos verdwaalde Arnhemmer in een uithoek van Rotterdam. Met mijn oldtimer bel ik Kees Verhaar, vader van Spartaan Thomas Verhaar, met wie ik heb afgesproken om de rubriek ‘Het Plakboek’ te maken. Even eerder smste ik hem al dat ik later zou zijn vanwege ruzie met een kaartautomaat. Nu bel ik Kees met nog meer gênant nieuws. ‘Kees, ik ben, ehm, ik ben verdwaald…’ Het is dat ik inmiddels wat levenservaring bezit en niet mijn zusje ben, anders hadden de tranen nu over mijn wangen gebiggeld.

Kees vraagt me de omgeving te beschrijven waar ik sta; tien minuten later word ik opgepikt door een auto met daarin Staantribune-fotograaf Marco Magielse en een navigerende Kees. Een valse start, misschien ‘mot’ ik toch aan de Smartphone. Kees wuift mijn ‘sorry hoor, sorry’ weg. ‘Geen probleem, jongen. Maak je niet druk, het is heerlijk weer,’ beurt Kees me op.

Even later zitten we aan de keukentafel van huize Verhaar. Wat me direct opvalt: Kees lijkt op een bekende Nederlandse topacteur, die ene die sinds enkele jaren Bram van der Vlugt heeft vervangen als Sinterklaas. Ehm, Stefan, Stefan de Walle… Kees lijkt op Kees uit Flodder! Ik durf de ontdekte gelijkenis niet met Kees te delen. Zulke vergelijkingen kunnen verkeerd uitpakken natuurlijk. Zo vergeleek ik, ik was redelijk dronken, op de Korenmarkt in Arnhem ooit eens iemand met Theo Janssen, ‘maar dan nog zwaarder’. Die kerel was niet blij; het was namelijk Theo Janssen, die toen nog geen ‘Tattoo Theet’ was.

02 thomas verhaar

Enfin. Kees, muziekleraar van beroep, is een echte Rotterdammer, zo eentje die met trots een ‘t’ achter het woord ‘trainer’ plakt. Als kind keek Kees vanuit zijn raam neer op de magische De Kuip; Feyenoord is dus zijn club. Hoewel hij, waarschijnlijk, tijdens Feyenoord – Sparta dit seizoen, stiekem voor Sparta zal zijn. ‘Tijdens de oefenwedstrijd Feyenoord – Sparta, op de dag van de dood van Johan Cruijff, bleek ik tot mijn eigen verbazing voor Sparta te wezen. Blijkbaar wint vaderliefde het van clubliefde…’

De meeste betrokkenheid voelt Kees met VOC. Niet met dé VOC, de vroegere slavenhandelaren, maar met Volharding Olympia Combinatie, de Rotterdamse amateurclub waar zijn drie zoons (Wessel, Felix en Thomas) jarenlang samenspeelde in het eerste, tot Thomas op de relatief late leeftijd van zesentwintig door Sparta (nogmaals) werd opgehaald om te debuteren in het profvoetbal.

Kees heeft zelf ook nog voor VOC gevoetbald. Hij scoorde zoveel, dat op een dag Feyenoord zich meldde. Als hij me geïmponeerd ziet knikken, schiet Kees in de lach. ‘Het ging om het zevende van Feyenoord, de amateurs! Dat was nadat ik er drie in het mandje had gelegd tegen ze. Nee, zelf ben ik pas op mijn vijftiende met voetballen begonnen. Veel te laat.’

We zijn hier voor het verhaal van Thomas, maar als snel blijkt dat het verhaal van Thomas het verhaal is van het hechte gezin Verhaar, dat fungeert als een vriendenteam, met vrouw en moeder Liesbeth als ‘Stille Kracht’. Die stille kracht is Kees in ieder geval niet, want hij gunt zijn mond weinig tot geen rust vanmiddag (‘Als ik te veel praat moet je het zeggen, hé).

20 thomas verhaar

Naast de plakboeken van Thomas, heeft Kees ook de plakboeken van Wessel en Felix van boven gehaald. Ergens vindt hij het ongemakkelijk, om het gesprek te focussen op Thomas. Wessel, Felix en Thomas, ze zijn hem allemaal even dierbaar. De drie musketiers van VOC, die de club van de Derde- naar de Hoofdklasse brachten. Ho, zegt Kees, dat formuleer je verkeerd. ‘Het was het succes van team. Nee, dat is niet politiek correct, dat is de waarheid. Thomas kon ook alleen naar Sparta, dankzij het geweldige team van VOC. Want als je teamgenoten je niet goed aanspelen, kun je toch niks laten zien?’

‘Ik heb ook nog gevlagd bij VOC,’ vertelt Kees ‘Verschrikkelijk. Echt. Je kunt het nooit goed doen. Of het is de tegenstander, of je eigen team dat zeurt. Ik heb zelfs twee rode kaarten gekregen, terwijl ik toch een hele aardige vent ben, haha. Ik stond, terwijl het spel stillag, in het veld bij een geblesseerde speler van ons, maar werd door de scheidsrechter verzocht naar mijn plek te gaan. Dat vond ik kinderachtig, het spel lag stil, kom op… Een seizoen later kreeg ik weer rood… van dezelfde scheids.’

‘Nee, VOC betaalt geen cent,’ verzekert Kees me. Maar waarom zie ik dan foto’s van de blanke Pierre van Hooijdonk, ex-prof Geert den Ouden, in VOC-shirtje? ‘Geert heeft VOC betaald! Contributie. Of Geert hier potten heeft gebroken? Botten, zijn eigen botten, want hij was vaak geblesseerd. Grapje. Maar serieus: Geert is een geweldige gozer. Hij begon als laatste man; daar bewees hij dat spits toch echt zijn plek is,’ lacht Kees. ‘Geert was afgelopen seizoen de opvolger van Thomas, die vanwege studie geen assistent-trainer van VOC meer kon zijn.’

Bladerend door het plakboek van Thomas stuiten we op een stapel A4’tes met daarop de opstellingen van wedstrijden tussen de zogenaamde belofte-elftallen van zo’n tien jaar geleden, uit Thomas’ eerste profepisode. Interessant om te kijken hoeveel van die beloften er nu eigenlijk zijn doorgebroken. Schrikbarend weinig, luidt onze conclusie. De meeste spelersnamen zeggen ons niks. Een plek in een belofte-elftal belooft stiekem niet veel goeds.

18 thomas verhaar

Als ik Kees zo hoor ouwehoeren, denk ik: inderdaad, je bent een aardige vent. Zo zoon, zo vader. Regelmatig doet Kees een uitspraak waarachter hij de zin ‘ehm, schrijf dat maar niet op’ plakt. Kees is er nog zo een die niemand wil kwetsen. Kees, Founding Father van Kinderkoor Prettig Weekend, waarmee hij Cd’s opneemt voor het goede doel. Cd’s die worden opgeluisterd met gastoptredens van Bekende Nederlanders zoals wijlen Ramses Shaffy, Youp van ’t Hek, Paul de Leeuw en de echte Pierre van Hooijdonk; Kees strikte ze allemaal.

Aan het einde van onze ontmoeting speelt Kees voor Sinterklaas en geeft hij me het prachtige boek ‘3 UNIEKE JAREN’ cadeau, over hoe VOC van de Derde naar de Hoofdklasse promoveerde. Huiswerk voor in de trein terug. Het boek geeft mooie de VOC-mentaliteit weer; zegevieren kun je ook zonder poen doen, op basis van oude waarden als loyaliteit en vriendschap.

Genieten trouwens in die trein terug: ‘3 UNIEKE JAREN’ is doordrenkt met humor en zelfspot. Op de achterkaft zie je hoe een kampioensschaal wordt benut als bitterballendrager. Geert den Ouden schrijft hoe hij bij de familie Verhaar aan de pasta zit, waar de drie zoons Verhaar samen lepeltje-lepeltje op de bank liggen, maar later in het veld tegen elkaar te keer gaan alsof ze De Boertjes zijn. ‘Analist’ Hugo Borst noemt Thomas Verhaar de Messi van VOC, waarnaast Geert den Ouden voetbaltechnisch verbleekt, behalve onder de douche, want daar kan niemand concurreren met ‘de 24 centimeter’ van Geert de Grote.