Honderd jaar geleden eindigde de hel op aarde: de Eerste Wereldoorlog. Er is geen oorlog geweest waarin soldaten zo lang hebben geleden. Vier jaar lang in de loopgraven met ratten, modder en lijken gaat zelfs de meest geharde soldaat niet in de koude kleren zitten. Doordat Groot-Brittannië geen dienstplicht kende, was het Britse leger afhankelijk van vrijwilligers. Zo zaten de loopgraven vol met bakkers, timmerlieden, loodgieters, maar ook voetballers.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stuurde Groot-Brittannië zijn beroepsleger naar Vlaanderen en Frankrijk. Het leger bestond uit 250.000 man, werd in de eerste weken overweldigd door de Duitsers en had dringend versterkingen nodig. In de publieke opinie ontstond er enorm veel druk op gezonde mannen tussen de achttien en dertig jaar om zich aan te melden voor het Britse leger. Het werd niet letterlijk gezegd, maar de suggestie werd gewekt dat je een lafaard was als je niet ging. Voetballers waren het belangrijkste doelwit. Nergens vielen jonge mannen zo op als op het voetbalveld.

De Britse propagandamachine richtte zich dan ook specifiek op de spelers, met behulp van affiches met rugbyspelers die wél gingen en een verzonnen artikel uit een Duitse krant over de vermeende lafheid van voetballers. Het was koren op de molen van populisten. Het parlement riep op om voetbal te verbieden en dat leek te gaan lukken.

Maar juist op dat moment besloten spelers van twee clubs zich massaal aan te melden als vrijwilliger. De opoffering van Heart of Midlothian en Clapton Orient zorgde ervoor dat de grote druk op de andere voetballers verdween en mede daardoor werd voetbal niet verboden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De twee clubs die hun spelers zagen vertrekken, hadden natuurlijk het meest te lijden onder de oorlog. Clapton Orient, het huidige Leyton Orient, raakte in één keer 41 voetballers en stafleden kwijt, nadat zij zich allemaal opgaven. Ze kwamen terecht in het 17th Battalion Middlesex Regiment, dat al snel de bijnaam The Footballers’ Battalion kreeg. Ook spelers van andere clubs die zich hadden aangemeld voor The Greater Game, zaten in dat bataljon.

Clapton Orient – Leicester Fosse was de laatste wedstrijd van het seizoen. Na die wedstrijd vertrokken de voetballers richting het front. Maar liefst twintigduizend mensen kwamen naar Brisbane Road om hun helden uit te zwaaien. Clapton Orient won met 2-0 en onder een staande ovatie verlieten de spelers het veld. Even later kwamen ze weer terug, geheel gekleed in hun legeruniformen. De 41 mannen maakten een ereronde en vertrokken naar hun kampen. De beelden van die parade in het stadion zijn nog altijd iconisch.

Na afloop van de oorlog kwamen de meeste voetballers weer terug, al dan niet invalide. Drie spelers zagen Old Blighty nooit meer terug: George Scott, William Jonas en Richard McFadden. Zij stierven tijdens de Slag aan de Somme in 1916. William Jonas was de eerste. Hij was de populairste speler van allemaal bij Clapton, zeker bij de vrouwen. Jonas zag er zó goed uit dat hij wekelijks stapels brieven kreeg van vrouwelijke fans. Op een bepaald moment liep het zó uit dat de hand dat de secretaris van Clapton in het programmaboekje de vrouwen opriep geen fanmail meer naar Jonas te sturen, want die was “heel gelukkig getrouwd met zijn Mary Jane”. Dat bleek, want op het moment dat Jonas de loopgraaf uit klom, waren zijn laatste woorden tegen zijn beste vriend McFadden: “Vertel Mary Jane dat ik ontzettend veel van haar houd.” Van de aanvallende middenvelder werd nooit meer een spoor teruggevonden.

Een maand later stierf George Scott. Hij raakte gewond op het slagveld en werd gevangengenomen door de Duitsers. In een militair ziekenhuis kwam er een einde aan het leven van de voorstopper. McFadden overleefde verschillende aanvallen. De Schotse spits leek 1912 sprong hij in de rivier de Lea toen hij een jongetje zag verdrinken, terwijl hij zelf niet kon zwemmen. Het leverde McFadden al voor de oorlog de status van held op. Aan de Somme raakte hij gewond, maar na enkele weken in het ziekenhuis stond hij er weer. McFadden was ondertussen opgeklommen tot sergeant-majoor. Maar ook helden sterven. Een kogelregen zorgde ervoor dat McFadden het derde slachtoffer werd van Clapton Orient.

Het offer dat Clapton bracht, is nooit vergeten. Zo bezocht koning Edward VIII in 1921 Clapton Orient – Notts County vanwege de opoffering die de club had gebracht in de Eerste Wereldoorlog. Ook de fans zijn hun helden nooit vergeten. Vlak naast het stadion is een park ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, met in het midden een monument. In het Franse plaatsje Flers, dat in de oorlog compleet was weggevaagd en waar de mannen van Clapton hard hebben gevochten, staat dankzij de fans van Leyton sinds 2011 een monument ter ere van het Footballers’ Battalion. Rond 1 juli, de dag waarop in 1916 de Slag aan de Somme begon, gaan ieder jaar fans en bestuursleden van Leyton Orient naar Flers om hun helden te eren en kransen te leggen.

Clapton Orient was de club die de meeste spelers afstond, maar Heart of Midlothian betaalde uiteindelijk de hoogste prijs. Maar liefst zeven spelers stierven voor volk en vaderland, terwijl er nog eens drie nooit meer zouden voetballen. Er is geen club die meer geleden heeft onder de Eerste Wereldoorlog dan Hearts. Hearts stond eind november bovenaan in de competitie en had een geweldig elftal. Juist daardoor waren ze een landelijk mikpunt geworden. Zo werden ze in een ingezonden brief de White Feathers of Midlothian genoemd. Het werd als laf beschouwd dat gezonde jongemannen voetbal speelden, voor geld nog wel, terwijl leeftijdsgenoten die minder begaafd waren met de bal, aan flarden werden geschoten in Vlaanderen.

Op 28 november 1914 besloot het hele elftal zich als één man aan te melden voor het leger. Heart of Midlothian raakte daardoor zijn complete eerste elftal kwijt aan het leger, al werd een aantal voetballers afgekeurd voor legerdienst. De spelers werden niet meteen naar het front gestuurd, maar kregen een zware training. Vaak hadden ze midden in de nacht oefeningen, terwijl ze de volgende dag weer moesten voetballen. Het zure voor Hearts was dat het zonder de oorlog zeer waarschijnlijk kampioen was geworden. Er was een gaatje geslagen met Celtic en zelfs een heel groot gat met Rangers. Tot begin april lukte het de uitgeputte Hearts-spelers om bovenaan te blijven staan, maar door al die zware trainingen won Celtic, dat geen enkele speler onder de wapenen had, uiteindelijk nét de titel. Het seizoen erop werd Hearts vijfde en weer een jaar later veertiende. Pas in 1958, veertig jaar en een wereldoorlog later, lukte het eindelijk om kampioen te worden.

Tegen die tijd waren de helden uit 1914 langzaamaan vergeten. In het begin kwamen er altijd massa’s mensen naar Haymarket op Remembrance Sunday, waar in 1922 een monument was gebouwd voor de Hearts-spelers uit 1914. Maar in de loop der jaren werd het enthousiasme minder, zeker toen de Tweede Wereldoorlog er ook nog eens overheen kwam. Maar in 2003 verscheen het boek McCrae’s Battalion van historicus Jack Alexander. Dat boek vertelt het verhaal van het bataljon waarin alle Schotse sporters, waaronder die van Hearts, werden ingedeeld.

Meteen na het verschijnen van het boek, besloten de Hearts-fans geld in te zamelen voor een monument in Frankrijk. En één jaar nadat het boek was uitgebracht, stond het monument er. Het is gebouwd in het plaatsje Contalmaison, waar veel spelers van Hearts vochten en stierven. Sindsdien maken jaarlijks veel Hearts-fans op 1 juli de reis naar Frankrijk om hun helden te eren. Ook de club stuurt altijd een vertegenwoordiger mee naar de herdenkingsdienst.

In 2014 stond het hele seizoen bij Hearts in het teken van de Eerste Wereldoorlog. Zo was er een speciale herdenking in Contalmaison met een extra grote afvaardiging van de club. Daarnaast besloot Hearts om met het logo uit 1914 te spelen en het shirt sponsorloos te laten.

De Schotse voetbalbond had meegedacht, want uitgerekend in het Remembrance Weekend – waarin in Groot-Brittannië de gesneuvelde soldaten werden herdacht – speelde Heart of Midlothian thuis tegen Raith Rovers. Na Hearts was Raith Rovers de club die de meeste spelers afstond aan McCrae’s Battalion. Het verloor drie spelers tijdens de oorlog. Het was een bijzondere wedstrijd met veel aandacht voor de gestorven spelers en het offer dat zij brachten. Prachtig dat de Schotse bond juist dit duel in het Remembrance Weekend had gepland. Als er één volk een groot historisch bewustzijn heeft, zijn het de Britten wel.

Dit verhaal verscheen eerder in Staantribune #0 (verscheen in december 2014 en was binnen een maand volledig uitverkocht).