Gedurende een aantal ellenlange jaren heb ik me op de late zaterdagavonden geen raad geweten. Zocht ik mijn heil in de kroeg, de bioscoop of andere theaters; of vluchtte ik naar andere zenders. Soms zelfs ging ik uit arren moede maar bijtijds naar bed, iets wat een enkele keer de vergelijking met mijn voorheen wekelijkse hoogtepunt in het voetbalseizoen enigszins kon doorstaan. Maar eind vorige, begin deze eeuw waren de voetbalweekenden zonder Match of the Day als Jut zonder Jul; als Abbott zonder Costello. Het was die godvergeten periode dat de Premier League haar ziel en haar gezicht verkocht aan ITV.

Vraag me niet precies hoe het zat, maar daarna werd mijn MOTD-verslaving nog een keer zwaar op de proef gesteld. Het was iets met provider-toestanden, waarbij de BBC niet in mijn zenderpakket bleek te zitten. Verdomme ook nog eens vlak voor het WK! Heb toen meteen een andere provider genomen. Hoe verzin je het?! Alsof je een ‘beste voetballers ooit’-serie maakt zonder Maradona.BBC 1 N West Match of the Day 11-05 22-32-17


Er zijn niet veel onbetwistbare zaken in het leven, maar dat het jubilerende MOTD het beste voetbalprogramma ooit is, staat buiten kijf. Voor vriend en vijand, binnen- en buitenland, Mancunians en Liverpudlians. De openingstune, de anchormen, de pundits, de commentators, de uitentreuren herhalingen: alles is uniek en onnavolgbaar. Oervervelende, erbarmelijk slechte wedstrijden werden bloedstollend spannende duels van hogeschool-niveau. Bij Theo Koomen moesten we er nog zelf de beelden bij verzinnen, door MOTD kregen de begrippen ‘samenvattingen’ en ‘herhaling’ (action replay) een hogere dimensie. Het hotsen-knotsen-begonia-voetbal van Engeland werd door MOTD gecomprimeerd en tot kunst geboetseerd en getransformeerd. Waardoor de Engelsen tot op de dag van vandaag geloven dat niet slechts football’s coming home, maar dat het ouderlijke voetbalhuis altijd en alleen maar op Engelse bodem heeft gestaan.

Dankzij MOTD konden we met eigen ogen aanschouwen dat ‘onze’ jongens, Frans Thijssen en Arnold Mühren, de James Rodriguez en Angel di Maria, maar ook de roependen in de woestijn waren van de First Division in de jaren ’80. Middenvelders die niet alleen maar tackelden en holden van box to box, maar ook nog iets met de bal wilden en konden doen. Zij waren de wegbereiders voor de Ronaldo’s, Bergkampjes en Suárezjes.

Een onvervalste Engelsman in de Premier League is momenteel net zo zeldzaam als een topclub zonder schulden. Welke speler luistert nog naar de naam van Trevor Brooking, Peter Osgood, Brian Kidd of Teddy Sheringham? De Premier League is ‘s werelds grootste voetbalvreemdelingenlegioen. Maar terwijl het Engelse voetbal steeds meer van kleur verschoot en hoedanigheid veranderde, bleef MOTD hondstrouw aan de beginformule. Slechts minimale aanpassingen getuigden van een knieval voor de moderniteit. Alles onder het motto never change a winning formula.

Hoewel ik ruimschoots de gerechtigde leeftijd heb om aan de wieg te hebben gestaan van het 50-jarige MOTD, was ik er zeker niet van het begin af aan bij. In 1964 gingen wij nog bij de meer welgestelde buren of vriendjes televisie kijken (waarvoor we niet zelden moesten betalen). En toen even later ik vanwege mijn voetbalkwaliteiten een tweedehandse zwart-wittelevisie bij ons thuis binnenbracht – een ‘Frank Rijkaardje’ avant la lettre – zat de BBC nog lang niet in het zeer beperkte zenderaanbod. Bovendien was het toestel dermate tweedehands dat mensen die op bezoek kwamen steevast vroegen waarom we de tv niet aan hadden staan. Terwijl hij wel degelijk stond ingeschakeld… Het waren, kortom, andere tijden.

Mijn eerste, bewuste kennismaking met MOTD moet eind jaren ’70 zijn geweest. De vleesgeworden Dalton Brother annex centenbak Jimmy “Chinny Reckon” Hill was het uiterst karakteristieke boegbeeld. De eerste, vaste studioanalisten – de zogenaamde pundits – die ik me herinner, was het schier onafscheidelijke duo Alan Hansen & Mark Lawrenson dat decennialang niet weg te branden leek. Vooral Hansen werd een iconische cultheld met zijn vaste uitspraken bad defending en it’s in the back of the net. Hansen en Lawrenson, tezamen met Hill’s minder karakteristieke, maar toch charismatische opvolger, Des(mond) Lynam, waren een voor mij uiterst vertrouwd trio op de late zaterdagavonden in de jaren ‘80/’90. Zij hebben, mét natuurlijk de levende legendes en commentatoren John Motson en Barry Davies, mijn beeld van en liefde voor MOTD gevormd en bepaald.

De breuk met de BBC en de overstap van MOTD naar ITV voelde dan ook echt als verraad, als een heuse scheiding. Ik voelde me verlaten. Sowieso associeerde ik indertijd commerciële zenders en betaal-tv met Ellendemol en slechte smaak. Hoe een erudiete, gedistingeerde persoonlijkheid als Desmond Lynam zich had laten verleiden tot die vermaledijde commercialiteit, was voor mij destijds onbestaanbaar. Gelukkig kwam men enige jaren later tot inkeer en keerde MOTD terug in de moederschoot van de BBC, where it belongs.

Met al haar karakteristieke, merendeels onvergetelijke persoonlijkheden door al die jaren heen, is MOTD voor mij toch vooral zo dierbaar en onderscheidend vanwege de unieke wijze waarop ze de wedstrijdbeelden registreren. Het wordt zó goed en fraai in beeld gebracht, dat er nauwelijks nog twijfel kan blijven bestaan over de gebeurtenis. MOTD is in alle opzichten voor herhaling vatbaar, iets waaraan het bijvoorbeeld bij NOS Voetbal zo jammerlijk ontbreekt. De echte voetballiefhebber wil zien of zijn vermoedens kloppen. Van buitenspel, een slechte dan wel goede balaanname, een al dan niet gekraakt schot, een overtreding dan wel een ongelukje, een ‘bewussie’ of toeval. Wij willen ons gelijk bevestigd zien, laat staan nóg eens worden getrakteerd op een hoogstandje.

Dát maakt MOTD onvergelijkbaar en onovertroffen. Er is zelfs sprake van een soort revival. Natuurlijk door de kwaliteitsinjectie die de Premier League kreeg door al die buitenlandse sterren, maar toch vooral door die ijzersterke formule en beeldregie. Het levende bewijs hiervan wordt geleverd door de huidige personele bezetting. Commentators als John Motson en Barry Davies worden niet meer geboren. Guy Mowbray, Jonathan Pearce, Tony Gubba en Simon Brotherton: hun namen worden onnavolgbaar uitgesproken en aangekondigd door Gary Lineker, toch is hij bij lange na geen Jimmy Hill of Des Lynam. Alan Shearer en Robbie Savage kunnen niet tippen aan Alan Hansen en Mark Lawrenson. Om maar te zwijgen van saaipieten als Phil Neville en Danny Murphy. Zelfs Ruud Gullit zal er niet in slagen de magie van het programma te verbreken.

Zoals niemand groter is dan de club, zo is al 50 jaar lang niemand groter dan MOTD. Hopelijk hoeven we de BBC niet nog eens te betichten van bad defending en zal Match of the Day nog tot in lengte van dagen back on the net verschijnen.