Om 22.30 uur vanavond kan het zomaar zijn dat de Italiaanse natie in zak en as zit. Voor het eerst sinds 1958 geen eindtoernooi in het land van catenaccio en scudetto. Waar nu Zweden de bijl van de beul in handen heeft, had Noord-Ierland dat wapen bijna zestig jaar geleden. In de januari-kou van Belfast verloren de Italianen van de Britten in een wedstrijd die een vreemde voorgeschiedenis kende. 

Het Italiaanse clubvoetbal glorieerde eind jaren vijftig. AC Milan speelde in 1956 de halve finale van het toernooi om de Europacup I en twee jaar later zelfs de finale. Tussendoor liet ook Fiorentina  van zich horen door de eindstrijd van 1957 te bereiken. Drie keer was het Real Madrid dat Italiaans succes in de weg stond. Maar dat het voetbal in de laars tot het beste van Europa behoorde, stond buiten kijf.


De kwalificatiepoule moest dan ook een makkelijk te nemen hindernis zijn. Met Portugal troffen de Italianen een land in opkomst dat niet echt sprekende resultaten kon overleggen. De poule van drie werd daarnaast aangevuld met Noord-Ierland. Een ploeg die met de broertjes Danny (Tottenham Hotspur, op de foto hierboven met George Best) en Jack (Manchester United) Blanchflower twee bekende namen had, maar vooral uit brave werkers van Engelse subtoppers bestond. 

Het kwalificatietoernooi begon voortvarend voor de Italianen. De Noord-Ieren werden in Rome met 1-0 verslagen, waardoor Italië meteen de groepsleiding nam. Daaropvolgend was een  ontmoeting met de Portugezen. Eind mei 1957 werd in Lissabon met 3-0 verloren. Een klap in het gezicht van de trotse voetbalnatie, maar van een debacle was nog geen sprake. Een overwinning en gelijkspel zouden volstaan om alsnog naar Zweden af te reizen. Zie de stand in de poule:

Vervolgens moesten de Italianen weer tegen de Noord-Ieren. De eilandbewoners hadden Portugal met ruime cijfers verslagen. Ook hadden ze opzien gebaard door te winnen van Engeland tijdens de strijd om het British Home Championship, een toernooi dat tot 1984 ieder seizoen werd gespeeld tussen Wales, Engeland, Schotland en Noord-Ierland.

De Italianen waren dus gewaarschuwd en kwamen met een zo sterk mogelijke elftal richting Belfast. In de gelederen van de Azzurri zaten onder anderen de genaturaliseerden Alcides Ghiggia en Juan Schiaffino, die in WK-finale van 1950 hadden gescoord en zo Uruguay goud hadden bezorgd. Ook hadden ze een aantal spelers van Europacup-finalist Fiorentina en het sterk presterende AC Milan in de selectie. Niets werd aan het toeval overgelaten.

De tot Italiaan genaturaliseerde Uruguayanen Schiaffino en Ghiggia

Het Britse eilandenrijk kent in het najaar een palet aan gure weervarianten. Op 3 december 1957 was het mist wat de boventoon voerde. De Hongaarse scheidsrechter Istvan Zolt was tijdens het overstappen vastgeraakt in Londen. Vliegtuigen stegen die avond niet meer op en Belfast bleef voor de arbiter onbereikbaar.

De Noord-Ierse voetbalbond had ondertussen al een Engelse scheidsrechter geregeld die makkelijk via het Schotse Stanraer naar Belfast kon reizen. Dit was echter tegen het zere been van de Italianen, die dachten dat dit wel eens een Brits onderonsje kon opleveren. De Italiaanse voorzitter wilde wachten tot de volgende ochtend om te kijken of dan vanuit Londen alsnog vliegtuigen op zouden stijgen. Tevergeefs. Londen bleef die dag bedekt onder een dik pak mist. 

Een volgend probleem speelde op. Er waren maar liefst vijftigduizend kaarten verkocht voor de kwalificatiewedstrijd die midden op een doordeweekse dag werd gespeeld. De Noord-Ierse voetbalbond wilde de wedstrijd niet afgelasten. Veel toeschouwers zaten al op de tribunes van Windsor Park en hadden bovendien een vrije dag opgenomen om de nationale trots te zien. Tussen beide bonden werd besloten dat de wedstrijd niet meetelde voor de WK-kwalificatie, maar een oefenwedstrijd werd. De echte wedstrijd zou een maand later worden gespeeld.

Toen de supporters dit vernamen, werden ze woedend. Het met 50.000 toeschouwers gevulde stadion reageerde zich verbaal af op de teams. Alleen bij het Noord-Ierse volkslied werd even stil gehouden, dat van Italië was niet eens te horen door het kabaal dat van de tribunes opsteeg. Op het veld werden de spelers bevangen door de agressieve sfeer op de tribunes. De wedstrijd veranderde in een ordinaire schoppartij en na de 2-2 van Wilbur Cush kwam het publiek het veld op. Politieagenten moesten de supporters tegenhouden, wat amper lukte. Italiaanse spelers werden belaagd en de Noord-Ierse captain Danny Blanchflower beschermde de tegenstander tegen zijn eigen fans. 


Internationale kranten spraken schande over de wedstrijd op Windsor Park

De kranten spraken de volgende dag schande over The Battle of Belfast. In het Italiaanse parlement werden vragen gesteld over het duel. Tussen de bonden was het oorlog, maar er moest nog wel een nieuwe wedstrijd worden gespeeld tussen beide landen.

Die wedstrijd was op 15 januari 1958. Tussendoor won Italië van Portugal, waardoor het duel in Belfast allesbeslissend was. Een gelijkspel zou volstaan voor de voormalig wereldkampioen, een overwinning van Noord-Ierland zou dodelijk zijn. Maar dat laatste geschiedde. Ghiaggi werd al snel van het veld gestuurd en de Noord-Ieren zegevierden met 2-1. Voor het eerst sinds het eerste wereldkampioenschap in 1930 waren de Italianen niet bij het WK. 

Wilbur Cush scoort de 2-1 in de officiële wedstrijd en is daarmee de beul van Italië.

Foto’s:
George Best en Danny Blanchflower – Wikipedia
Schiaffino en Ghiggia – Ennioframe 
Wilbur Cush – http://historia.id/