Door een brand in het supportershome zijn veel dierbare herinneringen aan HFC Haarlem verloren gegaan. Staantribune ging terug naar de Jan Gijzenkade om te kijken wat er nog over is van de rijke historie van de club. 

In tegenstelling tot het oude onderkomen van SC Amersfoort is van het oude Haarlemstadion aan de Jan Gijzenkade gelukkig nog wel een tribune overgebleven. Het terrein is omgeven door hekken en lijkt hermetisch afgesloten. Na een rondje om het terrein besluit ik langs te gaan bij Partycentrum Haarlem, de oude businessclub van de club, gelegen naast de voormalige hoofdtribune.Het lijkt uitgestorven, maar na enige minuten tref ik toch een van de medewerkers. Op de vraag of hij nog oude spullen van HFC Haarlem in zijn pand heeft, antwoordt hij resoluut: “Nee. Volgens mij is het ook moeilijk om nog spullen van de club te vinden. Het enige wat ik je kan aanraden is om hiernaast te gaan kijken bij Haarlemmer-Kennemerland.”


Na het faillissement van HFC Haarlem werd een amateurclub opgericht die kon worden beschouwd als de opvolger van de club: de Nieuwe Haarlemse Footballclub Haarlem. De leden van die nieuwe club stemden in om gesprekken te starten met HFC Kennemerland over een fusie. Op 26 april 2010 vond deze fusie plaats en de club ging voortaan verder als Haarlem-Kennemerland.

Eenmaal op het sportpark van Haarlem-Kennemerland aangekomen, zie ik niemand die me verder kan helpen. Een inspectie van het stadion dan maar. Ik probeer het veld op te komen, maar overal staan metershoge hekken. Ik ben niet lenig genoeg om er overheen te klimmen, een onbegonnen zaak dus.Ik besluit Dennis Ligthart, een van de initiatiefnemers van de Stichting HFC Haarlem 1889, te bellen. Hopelijk kan hij me verder helpen. Ligthart begint meteen honderduit te vertellen over zijn herinneringen aan zijn club. “Ik ging vanaf mijn negentiende naar bijna alle wedstrijden van Haarlem. Vanaf 1983 had ik een seizoenkaart, reken maar uit, haha. De mooiste herinneringen heb ik aan de UEFA Cup-wedstrijden tegen AA Gent en Spartak Moskou. Niemand had verwacht dat we ooit Europees voetbal zouden halen. Na de uitschakeling van Gent ging het in de tweede ronde mis tegen Spartak Moskou, maar dat maakte niemand wat uit. Het was één groot feest.”

Het faillissement is voor veel supporters een moeilijk onderwerp, zo ook voor Dennis. Met een brok in de keel: “Dat is echt een zwarte bladzijde uit mijn leven. Ik voelde het wel aankomen, maar als het dan definitief wordt uitgesproken, komt het alsnog als een mokerslag aan. Veel supporters besloten direct naar het stadion te gaan, vooral om troost te zoeken bij elkaar. Volwassen mannen vielen elkaar huilend in de armen. Daar probeer ik maar niet zoveel aan terug te denken.”

Brandstichting
Een van de herinneringen aan de club was het supportershome, maar dat brandde in 2008 volledig af. Brandstichting, aldus de politie. Een groot gemis, vindt Ligthart. “Na  belangrijke wedstrijden en de promoties zat het daar stampvol. Het mooie was dat de spelers zelf ook vaak langskwamen. Dat kon toen nog gewoon .”

Het supportershome was ook een verzamelplaats van Haarlem-memorabilia. “Door de brand is bijna alles verloren gegaan. Dat is natuurlijk zonde en daarom heb ik samen met een aantal andere supporters de Stichting HFC Haarlem 1889 opgericht. We willen in de toekomst een soort Haarlem Museum maken, zodat de spullen die nog over zijn uit de proftijd tentoongesteld kunnen worden.”

Maar dat is niet de enige reden dat de stichting is opgericht. Ligthart en zijn kameraden organiseren ook activiteiten om de Haarlem-supporters bij elkaar te brengen. “Zo willen we de gedachte aan de club levend houden. We organiseren elk jaar een wedstrijd tussen Oud-HFC Haarlem en een ander team. In oktober was dat tegen Oud-Koninklijke HFC. Dat brengt altijd veel mensen naar het stadion en dat resulteert natuurlijk in mooie verhalen over vroeger.”

“Ook hebben we hier de presentatie gehouden van een nieuw boek van Ruud Gullit. Ruud ging als oud-speler graag op ons verzoek in”, vervolgt Ligthart. “Naast dit soort voetbalgerelateerde dingen maken we soms uitstapjes naar andere sporten. Gaan we golfen. Weet je, de sportieve resultaten van Haarlem waren meestal niet bijzonder, maar bij ons ging het niet alleen om het voetbal. De derde helft was ook bekend hier. Zaten we met z’n allen in het supportershome, supporters en spelers door elkaar, en dan bleven we soms tot in de late uurtjes zitten, haha. Jammer dat het home er niet meer is.”

Mini-museum
Na het telefoongesprek wil ik het nog één keer proberen bij het stadion. Ik loop het complex van Haarlem-Kennemerland op en zie in de verte twee mannen bezig bij het clubhuis. Ik vraag of zij mij verder kunnen helpen. De mannen kijken me in eerste instantie glazig aan, maar zodra ik vertel dat ik van Staantribune ben en op zoek ben naar verhalen en spullen uit de tijd van HFC Haarlem, verandert hun blik.

“Dan heb je geluk dat je ons tegenkomt”, zegt een van de gepensioneerde mannen. “Ik heb een sleutel van de bestuurskamer van Haarlem-Kennemerland. Volgens mij staan daar nog een aantal dingen uit de tijd van HFC Haarlem. Ik denk niet dat het veel is, maar we kunnen altijd even kijken.”

Eerste stop is de kantine van Haarlem-Kennemerland. Daar staat nog een oude vitrine met spullen uit de tijd van HFC Haarlem. “Het staat allemaal een beetje door elkaar hoor”, zegt een van de mannen bijna verontschuldigend. “Er staan nog een aantal dingen in, maar we hebben er ook bekers bij gezet die door Haarlem-Kennemerland zijn gewonnen.” Het eerste dat opvalt zijn de verwijzingen naar een ‘Memorial Match’ tussen Spartak Moskou en Haarlem. Tijdens de uitwedstrijd in Moskou Cup op 20 oktober 1982 vond namelijk de Loezjnikiramp plaats, waarbij volgens de officiële bronnen 66 mensen omkwamen door verdrukking. Na een late 2-0 van Spartak kwam het op de gladde trappen tot valpartijen, waarbij iedereen over elkaar viel. 

De ramp bewoog de broers Edwin en Michael Struis ertoe een benefietwedstrijd te organiseren tussen de voormalige elftallen. “De spelers en supporters van Haarlem hebben destijds niets gemerkt van de ramp. Pas zeven jaar later werd hen pas verteld wat er toen is gebeurd”, vertelt supporter en journalist Edwin telefonisch. “Die wedstrijd spookte altijd een beetje door mijn hoofd. Tien jaar na dato wilde ik al iets organiseren, maar toen lag het allemaal nog te vers in het geheugen. Ik wist ook niet of Spartak mee wilde werken. Vijfentwintig jaar na dato stuurde ik een mail naar de perschef van Spartak en binnen een uur had ik een reactie terug. De Russen wilden graag meewerken.”

Tennisser Andrej Tsjesnokov, die het later schopte tot de top tien van de tenniswereld, was ooggetuige. Toevallig liepen Edwin en Michael hem, toen zij in Rusland waren om een en ander te regelen, tegen het lijf in een café. “Tsjesnokov gaf aan dat er veel meer doden waren dan 66. Je moet begrijpen dat in Rusland een mensenleven anders telt dan bij ons. Wij willen in Nederland altijd tot op de man nauwkeurig weten hoeveel doden er zijn gevallen, maar in Rusland zijn ze daar niet zo van. Tsjesnokov zei ons ook dat hij rijen lijken had zien liggen. Naast elkaar, zeker een tennisveld lang.”

Oude bel
We vervolgen onze weg naar de bestuurskamer. Hier val ik met mijn neus in de boter. Oude teamfoto’s, ingelijste foto’s van spelers in actie voor de club en ook een bel die de club kreeg voorafgaand aan de UEFA Cup-wedstrijd tegen AA Gent. “In die tijd namen de clubs cadeautjes mee naar uitwedstrijden. Een loodzwaar ding. Ik laat hem lekker op zijn plek staan”, zegt de gepensioneerde vrijwilliger.

Na het maken van een hele reeks foto’s vertrekken we weer uit de bestuurskamer. Een van de mannen ziet me naar de oude tribune kijken en vraagt me of ik misschien even het veld op wil. Hij heeft een sleutel van het hek en wil deze best even voor mij open doen. Een aanbod waar ik niet lang over na hoef te denken.

Langzaam loop ik over het veld. De plek waar Haarlem vroeger zijn wedstrijden speelde. Waar Ruud Gullit ooit liep, Piet Keur, Martin Haar, de legendarisch besnorde Abe van den Ban en internationals van Feyenoord, Ajax en PSV. Maar het enige dat nu nog over is van het stadion, zijn het veld en de hoofdtribune. En helaas, ook die moet er binnenkort aan geloven. Er zijn plannen om de tribune te slopen, waardoor van de herinneringen aan HFC Haarlem alleen de spullen in de kantine Haarlem-Kennemerland overblijven. En natuurlijk de gedachten aan vroeger. Het is niet anders. Eeuwig zonde.