“Ik twijfel of ik naar die uitreiking van het Voetbalboek van het Jaar ga”, zei ik tegen mijn vriendin. “Ga je toch niet, als je geen zin hebt? Dan ga je gezellig mee naar de familiedag”, antwoordde ze. “Er staan allerlei activiteiten op het programma. Tai chi en djembe spelen.”

Djembe spelen… Dus reisde ik zaterdagmiddag af naar boekhandel De Vries-Van Stockum in Den Haag. Zonder verwachting, want ik maakte me geen illusies. Mijn boek, O-o-Oranje, maakte nul kans. De prijs werd uitgereikt volgens het Meeste Stemmen Gelden-principe. Stemmen betekende verkiezingen en verkiezingen betekende campagne en die had ik niet gevoerd. Zonder campagne geen champagne. Geen kritiek overigens, want zoals Jim Holterhuës, hoofdredacteur van Staantribune, al zei: “Natuurlijk is stemmen verre van perfect, maar het beste boek laten kiezen door een vijfkoppige jury levert ook discussie op.”

Nee, ik ging niet klagen over het systeem, dan toonde ik me een Henk Spaan. Die had vooraf aangegeven alleen te komen om de beker op te halen en anders niet. Spaans afwezigheid zei dus genoeg. Zijn boek over Nouri had niet gewonnen.

Wie er wel ging winnen werd direct duidelijk toen ik de ruimte betrad waar de uitreiking plaatsvond. Tussen twee enorme boekenkasten in stond een klein legertje zwartgeklede jongemannen met blikjes bier in de hand en Elitepauper-T-shirts aan. Een zo’n jongeman had zelfs een Elitepauper-tatoeage, die hij op verzoek toonde. Eerlijk is eerlijk: de jongens brachten een stukje voetbalcultuur de boekhandel in. Soms, als het woord Elitepauper viel, steeg er gejuich op dat deed denken aan het vallen van een doelpunt in een voetbalstadion.

Freek van Kraaikamp, twinkelende ogen en een jongensachtig uiterlijk, bleek veel meer dan de schrijver van het door mij nog ongelezen Elitepauper. Van Kraaikamp was de aanvoerder van een heuse beweging. Toen ik hoorde dat Van Kraaikamp en co Haarlem-fans waren begreep ik het. Nu er geen voetbalclub meer was, werden de jongens maar fan van een boek dat naar het schijnt een ode bracht aan hun levensstijl: mannen onder elkaar, biertje erbij, op de vlucht voor de sleur en burgerlijke betutteling. Ik voelde een beetje verwantschap. Een beetje, want hoewel ik was gevlucht voor een familiedag, zag ik er met mijn rode jas toch een paar tikkeltjes braver uit dan de Haarlemse Men in Black-posse.

Het kwam vast door Den Haag dat mijn fantasie met me op de loop ging. Ik zag voor me hoe Van Kraaikamp met Elitepauper de politiek inging en een paar Tweede Kamer-zetels veroverde. Hoe de publieke tribune volstroomde met Elitepauper-fans die juichten tijdens een pleidooi van Van Kraaikamp voor betaalbare voetbalkaartjes en voor goedkoop bier en sigaretten.

Nadat Elitepauper daadwerkelijk won (het werd gevierd alsof er bekend werd gemaakt dat FC Haarlem zijn proflicentie terugkreeg), praatte ik met de mij nog onbekende Nick Klaessens, schrijver van de voetbalroman Alles rustig?. Net als Elitepauper had ik Alles rustig? niet gelezen, maar Klaessens bleek een interessant figuur. Afgelopen nacht stond hij nog op het boekenbal, waar hij een dansende Tommy Wieringa zag én de tepels (niet aangeraakt) van de Chinese vrouw van de Franse sterauteur Michel Houellebecq.

Klaessens vertelde kort over zijn boek, dat ging over een multicultureel amateurelftal in Amsterdam-Noord. De filmrechten waren verkocht, hij hoopte dat het resultaat een All Stars 2.0 zou worden, ook financieel (want van boeken schrijven word je, over het algemeen genomen, arm). Net toen ik hem een biertje wilde aanbieden, vertelde Klaessens dat hij ‘even van het bier af was’. Morgen liep hij een marathon.

Daarna sprak ik met Joris van de Wier over de toekomst van de voetbalbiografie. Het enige nog te doorbreken taboe: een bekende homoseksuele (ex-)voetballer. Joris wist er wel eentje, maar die kon echt niet uit de kast komen, wat ik na een korte toelichting begreep.

En toen vertrokken de Elitepauper-supporters, met de Cup met de Grote Oren en de goedlachse Van Kraaikamp voorop. Reden van vertrek: ze hadden het bier opgedronken. Terechte winnaar(s).

De bekroning tot Voetbalboek van het Jaar werd gevierd alsof bekend werd gemaakt dat FC Haarlem zijn proflicentie terugkreeg.