De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Sander Jonkman (FOX Sports).

Een spits in Nederland moet alles kunnen. Hij moet natuurlijk scoren. Hij moet snel zijn. Liefst ook sterk. Hij moet technisch zijn. Een man kunnen passeren. Hij moet goed kunnen passen. Hij moet een goed schot hebben. Overzicht. En als het even kan, moet-ie ook nog mee kunnen verdedigen.

Misschien is dat wel de reden dat we al jaren roepen: Oranje heeft geen spits. Zijn we niet veel te kritisch en veeleisend? De vraag stellen, is hem beantwoorden. Volgens de definitie is de hoofdtaak van een spits ‘het maken van doelpunten’. Een uitleg die in Italië gelukkig nog strikt wordt nageleefd. Met Filippo Inzaghi als purist.

Fillipo Inzaghi wordt op 9 augustus 1973 in Piacenza geboren. Volgens Sir Alex Ferguson in buitenspelpositie. Zijn bijnaam is Pippo. Maar dat wordt al snel Superpippo als hij in 1997 Capocannoniere wordt van de Serie A namens Atalanta. 24 goals. Eén doelpunt per 119 minuten. Op YouTube staat een geweldig filmpje, met één voor één die 24 goals.

Mijn favoriet is doelpunt nummer veertien. Het is Atalanta tegen Vicenza, speeldag twintig. Atalanta leidt met 1-0, als Marco Sgrò een hoge bal probeert aan te nemen in de vijandelijke zestien. De bal springt een metertje van z’n voet, maar eigenlijk is dat precies genoeg om een actie in te zetten. Sgrò passeert z’n directe tegenstander, kijkt en geeft ‘m eerste paal. Op de man die al langzaam die kant op beweegt: Filippo Inzaghi. De voorzet heeft de perfecte snelheid, maar is eigenlijk te laag om te koppen. Maar ook te hoog om simpel binnen te tikken. Wat volgt is een intuïtief knikje. Niet met de knie, maar met binnenkant bovenbeen. Keeper Luca Monidi van Vicenza is kansloos: 2-0. Inzaghi rent vervolgens naar de cornervlag, met de klanken van With Arms Wide Open van Creed op de achtergrond. Niet geheel toevallig gekozen.

Het zal voor Inzaghi niet bij dat ene successeizoen blijven. Er volgen nog 132 goals in de Serie A. Allemaal terug te vinden op YouTube en daarin is een duidelijke tendens zichtbaar. Waar hij bij Atalanta nog wel eens vrije trap erin schiet of een fantastische volley, ontwikkelt hij zich bij Juventus en later Milan steeds meer tot doelpuntenmaker in de puurste zin van het woord. Met intuïtie als grootste kwaliteit.

Want het is echt niet te geloven wat je ziet als je al die 156 goals terugkijkt. Als een bal terugkomt van de lat, staat Inzaghi klaar om ‘m in te tikken. Als een voorzet niet goed is, gaat Inzaghi gewoon op de verkeerde plaats staan, zodat de voorzet toch goed lijkt. En als een schot via via in het doel belandt, zit daar standaard een been van Inzaghi als laatste tussen. Altijd gevolgd door zijn snelste sprint van de hele wedstrijd, die naar de cornervlag.

Terwijl in Nederland wordt gediscussieerd of Bas Dost wel goed genoeg kan meevoetballen, koester ik de herinneringen aan Superpippo. De man die helemaal geen zin had om mee te doen aan een rondo om vervolgens achter de bal aan te lopen, maar alleen geïnteresseerd was in doelpunten maken. Die afscheid nam van het voetbal op 13 mei 2012, met natuurlijk het winnende doelpunt tegen Novara vlak voor tijd. Die soms wordt vergeten, in een tijd waarin het hip is om met valse 9’s te spelen.

Maar gelukkig was daar begin deze maand, op 10 februari, Patrick Cutrone uit Como. Milan op bezoek bij SPAL, speelronde 24. Het staat 0-1, als Suso op rechts dribbelt met de bal aan de voet. Hij kiest voor de actie binnendoor, à la Robben. Een schot volgt. SPAL-doelman Alex Meret redt, maar niet genoeg. De instormende Cutrone loopt ‘m vervolgens binnen. Toch? Nee, PAAL!

Maar dan de rebound… Te laag om te koppen, te hoog om binnen te tikken… Een voorzichtig knikje binnenkant bovenbeen volgt… GOAL CUTRONE! Met een vleugje Inzaghi.

Sander Jonkman