Omdat Torino-voorzitter Ferruccio Novo in de voorgaande jaren vooral heeft geïnvesteerd in het sterker maken van de selectie, is de vliegramp bij Superga ook in financieel opzicht een ramp. Het kapitaal stond op het veld en dat kapitaal is nu als sneeuw voor de zon verdwenen. Wil Novo op de ruïnes van de Il Grande Torino een nieuw team gaan bouwen dat op korte termijn weer succesvol kan zijn, dan zullen er snel omvangrijke financiële middelen vrij moeten komen.

Het voorstel van het Argentijnse River Plate om een benefietwedstrijd te komen spelen, is dan ook meer dan welkom. Het genereuze gebaar van een van de topteams uit Zuid-Amerika doet Novo goed. Hij denkt meteen aan Stadio Comunale als locatie voor de gedenkwaardige ontmoeting. De thuishaven van Juventus, waarnaar Torino al eerder is uitgeweken uit recette-overwegingen, kan nu eenmaal veel meer toeschouwers herbergen dan het eigen Stadio Filadelfia.

Iedereen zet zijn beste beentje voor. De beste spelers uit de Italiaanse Serie A, die zullen uitkomen onder de naam Torino Simbolo, hebben belangeloos hun medewerking toegezegd. Ze hebben allen hun eigen herinneringen aan de overleden spelers. Als tegenstanders in de competitie én als ploeggenoten bij het Italiaanse elftal hebben de spelers van Il Grande Torino jaren achtereen zowel op voetballend als op menselijk vlak grote indruk gemaakt. 

River Plate heeft er een vliegreis van 36 uur voor over om de daad bij het woord te voegen. Alfredo Di Stéfano, de 21-jarige ster van het team, heeft de vlucht met moeite doorstaan. Hij heeft namelijk enorme vliegangst. Dat de lange reis wordt ondernomen voor een team dat enkele weken eerder is neergestort, helpt daarbij allerminst.

Wanneer de spelers van River Plate arriveren in Turijn wordt de publiciteitsmachine in gang gezet. Advertenties en artikelen in diverse kranten en bladen benadrukken dat er op 26 mei iets bijzonders staat te gebeuren. De niet geringe successen in eigen land van Los Millonarios – zoals de spelers van River Plate ook wel worden genoemd – worden breed uitgemeten en de parallellen met het overleden team van Torino worden uitvoerig belicht.

In de wandelgangen is bekend dat de Argentijnse voorzitter Liberti bereid is om een paar spelers uit te lenen, maar daarop gaat Novo vooralsnog niet in. Niet uit ondankbaarheid, maar door een ambitie die hij maar niet kan loslaten: alleen de beste spelers zijn voor hem goed genoeg, met middelmaat kan hij niet zo veel.

Liberti zal, hoezeer hij ook meevoelt met Novo, niet zomaar afstand doen van zijn sterspeler. En laat Di Stéfano nou juist de speler zijn op wie de Torino-voorzitter zijn oog heeft laten vallen. De Blonde Pijl, zoals de bijnaam van de Argentijn luidt, is een alleskunner in de stijl van Valentino Mazzola en vertoont bovendien door zijn blonde haar en zijn krachtige postuur ook uiterlijk behoorlijk wat gelijkenis met de legendarische Toro-aanvoerder.

Net als Mazzola is Di Stéfano over het hele veld te vinden en kan hij een ploeg op sleeptouw nemen. Het zou wat zijn als een dergelijke speler de spil kon worden van het nieuwe Torino. Volgens Di Stéfano wordt er ook daadwerkelijk onderhandeld tussen de twee bevriende voorzitters, maar het zal uiteindelijk niet leiden tot de door Novo zo vurig gehoopte transfer.

Van Roberto Pennino (1971) verscheen in het voorjaar van 2018 het boek Onsterfelijk Torino bij de Nederlandse Sportboeken Club. In 2016 sprak hij in Italië met nabestaanden van de slachtoffers, onder wie Sandro Mazzola (de zoon van aanvoerder Valentino) en Bill Lievesley (de zoon van trainer Leslie Lievesley). Uit die gesprekken, aangevuld met zijn ervaringen en passie voor het Italiaanse voetbal, schreef hij een voetbalgeschiedenisboek. Uit het boek blijkt eens te meer dat het noodlot niet alleen de direct betrokkenen treft, maar nog generaties lang kan nadreunen.

Binnenkort verschijnt de Italiaanse vertaling van Onsterfelijk Torino. Uitgever Bradipolibri Editore S.r.l. brengt het boek onder de titel Gli Immortali del Grande Torino e i ragazzi del 1949 uit op de Italiaanse markt.