“You only have one life, and I gave mine to Wolves.” Het is misschien wel de bekendste uitspraak van Stan Cullis en hij meende het. Op z’n achttiende werd hij aangetrokken door Wolverhampton Wanderers. Van 1934 tot en met 1947 speelde hij in het gouden shirt. Cullis was een uitstekende voorstopper die al op jonge leeftijd aanvoerder werd. Hij speelde ook twaalf wedstrijden namens Engeland, maar de meest bekende interland is er eentje die hij niet speelde. In 1938 was het Duitsland – Engeland in Berlijn en Cullis weigerde als enige speler de Hitlergroet te brengen. Daarop werd hij uit het team gezet.

Adolf zou hem nog meer dwarszitten, want door de oorlog lag de competitie in zijn beste jaren stil. Daarnaast zorgden blessures ervoor dat hij al op dertigjarige leeftijd moest stoppen. Hij werd assistent-manager, maar een seizoen later, in 1948, werd Cullis gepromoveerd tot manager. Het zou een gouden greep blijken van het bestuur van Wolverhampton Wanderers.

Wolves was tot dan toe een goede club, maar zeker geen topper. Wolverhampton was erbij toen de Football League werd opgericht, maar werd nooit landskampioen. Wel had de club zes keer de finale van de FA Cup bereikt en die in 1893 en 1908 gewonnen. Het kon dus slechter, maar zeker ook beter.

En dat laatste lukte Cullis. Hij ontwikkelde een soort ultiem hoofball. In zijn eerste seizoen werd voor de derde keer de FA Cup gewonnen. Het seizoen erop eindigde Wolves als tweede in de competitie, met evenveel punten als kampioen Portsmouth maar met een minder doelsaldo. Wolverhampton Wanderers werd een topclub en in 1954 lukte het eindelijk om de titel te pakken, evenals in 1958 en 1959. In 1960 werd de FA Cup voor de vierde en voorlopig laatste keer gewonnen. Ook de Charity Shield verdween vier keer in de prijzenkast van Molineux.

De befaamde voetballer Len Shackleton heeft een hoofdstuk in zijn biografie genaamd The Average Dictator’s Knowledge of Football. Het bestaat uit een lege bladzijde. Dat hoofdstuk is zeker van toepassing op het toenmalige bestuur van Wolves. In 1964 werd Wolverhampton Wanderers zestiende en meteen werd Cullis ontslagen. In de zestien seizoenen onder hem was Wolves, voorheen een wat anonieme middenmoter, drie keer kampioen geworden, drie keer tweede en drie keer derde, twee keer de FA Cup gewonnen en waren een aantal indrukwekkende wedstrijden tegen clubs uit Europa gespeeld. Maar één minder seizoen en Cullis moest eruit.

Het bestuur kreeg wat het verdiende en in 1965 degradeerde Wolverhampton Wanderers. Na een jaar in de put te hebben gezeten, ging Cullis aan de slag bij Birmingham City. Maar voor hem als Wolves-man was dat niets. Na een paar anonieme seizoenen besloot Cullis uit de voetbalwereld te stappen en een reisbureau te beginnen.

Bill Shankly, een van de bekendste collega’s van Cullis, gaf in zijn biografie een verklaring: “Stan was honderd procent Wolverhampton. Zijn bloed was waarschijnlijk zelfs van goud. Hij zou willen sterven voor Wolverhampton. Boven alles was Stan een heel slimme man die in welk beroep dan ook succes zou hebben gehad. Ik denk dat zijn hart gebroken was toen hij werd weggestuurd bij Wolves.”

Meer over Wolverhampton Wanderers lees je in Van Middlesbrough naar Millwall. Je kunt dit boek (t.w.v. € 19,95) als welkomstgeschenk ontvangen als je abonnee wordt van Staantribune. Of bestel het boek nu voordelig in combinatie met Staantribune #12 (Engeland Special).