In het Staantribune Museum wordt elke week iets ‘bijgezet’. De ene week schrijft een van de redacteuren van Staantribune een persoonlijk verhaal over een bepaald attribuut, de volgende week mogen jullie als lezers een voorwerp aanleveren. Heb jij een bijzonder item met een leuk verhaal erbij? Stuur dan een mail mét foto van het voorwerp naar info@staantribune.nl en misschien komt jouw item wel in het museum. Deze week: de Ruud-Gullit handdoek van Staantribune-redacteur Joris van de Wier.

We waren de besten in 1974, 1978, 1990, 1992 en 1998, maar alleen in 1988 wonnen wij een prijs. Ik was negen jaar in die zomer en het was mijn eerste eindtoernooi dat ik helemaal bewust meemaakte, want van het WK twee jaar eerder had ik slechts flarden gezien. Het was een mooie zomer in 1988. Na de overwinning op de Duitsers werd in onze straat gezongen dat we onze fietsen terug hadden en na de finale werd zelfs geapplaudisseerd als het stoplicht op oranje sprong.

De held van het EK was natuurlijk Marco van Basten, maar toen mijn moeder op de woensdagmarkt op het Besterdplein in Tilburg drie oranje handdoeken meenam met Van Basten, Rijkaard en Gullit, koos ik toch die laatste. Ik had al een Ruud Gullit-pet compleet met rastaharen, want ik was groot fan van de Zwarte Tulp. Die handdoek wilde ik dus hebben. De zomers erna was ik de held op Zeeuwse campings als ik ermee rondliep.

Bijna dertig jaar later heb ik de handdoek nog steeds. Sterker nog, ik gebruik hem nog altijd, terwijl de Van Basten- en Rijkaard-varianten van mijn broertjes allang zijn weggegooid. Het oranje is wel erg vaal geworden, maar als je goed kijkt kun je een sierlijke Gullit in het schitterende oranje visgratenshirt zien.