In het Staantribune Museum wordt elke week iets ‘bijgezet’. Heb jij een bijzonder item met een leuk verhaal erbij? Stuur dan een mail mét foto van het voorwerp naar info@staantribune.nlDeze week: de Internazionale-vlag van Staantribune-volger Jannick van de Westerlo.

Adriano, Zlatan Ibrahimovic en Diego Milito. Ik noem zomaar wat namen die mij als jong ventje hebben geholpen om een Nerazzurri-fan te worden. Het kon ook niet anders, wat een perfecte voetballers hadden ze door de jaren heen. Daarnaast liepen er ook nog spelers rond als Francesco Toldo en Christian Vieri, echte Italiaanse helden. Dankzij hen had ik al vroeg een voorliefde voor het land Italië.

Waar mijn vrienden van de basisschool massaal in het oranje gekleed gingen tijdens een WK of EK, zat ik trots in een azuurblauw shirt op de bank. Dat het sportief voor de wind ging, hielp natuurlijk ook mee: Italië won het WK van 2006 en Inter veroverde vier jaar later de Champions League.  

Mijn passie voor Inter was duidelijk te zien. Steevast gestoken in een shirt van Internazionale vertrok ik naar de lokale voetbalclub om daar net als mijn grote idool, doelman Júlio César, onder de lat te gaan staan. Mijn tijd als keeper ging voorbij, maar mijn liefde voor het blauw-zwarte shirt bleef. 

In 2012 kreeg ik voor het eerst de kans om mijn helden in het echt aan het werk te zien. Als vijftienjarige mocht ik met mijn oom mee naar de Derby della Madonnina. Vanaf het moment dat ik dit geweldige nieuws te horen kreeg, waande ik me in gedachten al op de steile tribunes van Stadio Guiseppe Meazza

Eenmaal in Milaan, gingen we eerst het centrum bezichtigen. De meeste mensen kijken hun ogen uit bij de aanblik van il Duomo, maar ik had vooral oog voor al die fans gehuld in de kleuren van de Milanese clubs. Op de wedstrijddag leek het leven van de Milanezen alleen maar om de derby te draaien. Overal waar ik keek stonden kraampjes met fan-artikelen. 

Voorafgaand aan de wedstrijd was ik onder indruk van de voorbereidingen die de tifosi troffen voor het moment supreme: de opkomst van de spelers. Met het uitrollen van gigantische spandoeken door de curvas was voor mij het spektakelstuk begonnen. Overweldigd door sfeer ging ik helemaal op in de wedstrijd. Inter opende al vroeg de score, maar uitgerekend Ibrahimović – van wie ik in zijn Inter-tijd misschien nog wel meer fan van was dan van Milito – maakte gelijk vanaf de strafschopstip. 

Direct na rust was het meteen weer raak. Weer Ibrahimović. Mijn Inter-hart huilde. Ik raakte op zijn minst gezegd geïrriteerd. Tot overmaat van ramp stond vlak voor mijn neus een vervelend Aziatisch gezelschap uitbundig te juichen. Mijn on-Nederlandse temperament  – misschien wel vergelijkbaar met dat van een Italiaan – hielp niet mee om rustig te blijven. Maar gelukkig kwam Inter terug in de wedstrijd en mijn ‘nieuwe’ held Milito scoorde tweemaal. Dat het met een 3-2 voorsprong nog niet gedaan was, bleek toen het gehele blauw-zwarte gedeelte van het stadion opveerde en haast ontplofte van vreugde. Maicon, de Braziliaanse rechtsback, schoot alle frustratie van zich af en scoorde een ‘Van Bronckhorstje’.

Mijn geluk kon niet op. Ik had in mijn eerste bezochte wedstrijd van ‘mijn’ Inter aartsrivaal Milan met 4-2 af zien gaan. Wat een heerlijk gevoel. Na het afdalen door de grote betonnen spiralen kwamen we weer langs de vele kraampjes. Ik mocht van mijn oom een souvenir uitzoeken, om iets in huis te hebben waarbij ik altijd terug kan denken aan deze mooie ervaring. Mijn oog viel op een schitterende vlag, die sindsdien boven mijn bed hangt. Iedere keer als ik ‘s ochtends mijn ogen open, word ik weer even herinnerd aan die bijzondere zondagavond in Milaan.

Heb jij net als Staantribune-volger Jannick van de Westerlo een bijzonder item met een leuk verhaal erbij? Stuur dan een mail mét foto van het voorwerp naar info@staantribune.nl!