Voor de nieuwe Staantribune, te koop bij meer dan duizend verkooppunten, schreef Daan Rieken over het ‘Stripfigurenelftal’ van Feyenoord, dat vijfentwintig jaar geleden kampioen werd. Een voorproefje:

Furieus was Gaston Taument. Vooral op zichzelf. De aanvaller speelde voor zijn gevoel troosteloos die eerste maanden van het seizoen 1992-1993. Maar dat coach Willem van Hanegem hem zó vroeg in de tweede helft van het thuisduel met MVV al wisselde, was het andere uiterste. Woedend stampvoette de langharige buitenspeler door de catacomben van De Kuip. Hij had de dreigende nederlaag (3-4) misschien nog kunnen voorkomen. Die kans werd hem ontnomen. Nog voor het eind van die avondwedstrijd eind november zat hij balend thuis op de bank.

Met lood in de schoenen keerde Taument een dag later terug in het stadion. Hij verwachtte een tirade. “Moest jij een pakkie peuken halen bij de Shell dat je ineens zo snel weg was, zei Van Hanegem toen ik hem tegenkwam’’, herinnert Taument zich. ”Daarmee was de kous af. Dat gaf me een bijzonder gevoel. Andere trainers zouden compleet uit hun plaat gaan tegen een speler die tijdens een wedstrijd naar huis rijdt.’’

Van Hanegem was anders. De Kromme deed dat seizoen zijn eerste klus als hoofdcoach, maar maakte zich niet al te druk. Waarom zou hij autoritair zijn? Liever stond-ie tussen de spelers in. Op een dag betrapte hij Taument en Regi Blinker al rokend op hun hotelkamer. In plaats van een reprimande, volgde een vonkende aansteker. Als die jongens al zaten te dampen, kon hij er zelf toch ook wel een opsteken? Hij paste bij Feyenoord. Kleurrijke coach van een kleurrijk elftal, dat bestond uit allemaal spelers waarvan je als toeschouwer dacht dat je die zelf had kunnen zijn. Of beter nog: je buurman. Want behalve iets aantrekkelijks, hadden ze ook iets morsigs.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Dat net iets te vlassige snorretje van József Kiprich, het net iets te stoere voorkomen van John de Wolf en de net iets te weelderige krullenbol van Peter Bosz. ‘Te’ is synoniem voor ‘overdreven’. En dat leken die voetballers wel, meende journalist Bart Jungmann: overdreven versies van zichzelf, stripfiguren.

”Het rood-wit wordt door veel varianten van het menselijk ras gedragen’’, schreef hij na de thuiswinst op Go Ahead Eagles (4-2) in de Volkskrant van 1 maart 1993. ”Heel zwarte mannen, één heel witte man, één kale man, één rode man, twee rasta-mannen – en dan was de behaarde man er nu nog niet eens bij. Als de voetbalstrip Appie Happie van Dick Bruynesteyn ooit wordt verfilmd, dan staan zijn veelsoortige ploeggenoten klaar in De Kuip.’’

Jungmann was de eerste. Sinds de landstitel een paar maanden later groeide zijn Appie Happie-vergelijking uit tot een van de grootste clichés van de Nederlandse voetbaljournalistiek. ”We waren echt geen stripfiguren hoor’’, countert linksbuiten Blinker – in 1992-1993 goed voor dertien goals – vijfentwintig jaar later. Hij krijgt bijval van Taument, zijn maatje op rechts. ”Een vriendenploeg noemen ze ons, maar ik ging alleen met Regi om. Hoe langer het is geleden, hoe mooier de verhalen over het team van toen worden. Dat Appie Happie-verhaal is flink geromantiseerd.’

Lees het hele artikel in Staantribune #19. Hier een voorproefje in elf seconden:

In deze editie een speciaal Dossier Fortuna Sittard, vanwege het vijftigjarig bestaan van de Limburgers. Hierin onder meer een interview met oud-spits John Linford, die tegenwoordig eigenaar is van een pub in zijn geboorteplaats Norwich, een fotoverhaal over De Baandert en een uitgebreid artikel van redacteur én Fortuna-supporter Martijn Schwillens over de terugkeer naar de eredivisie en de lange weg daarnaartoe. Daarnaast schreef Menno Pot een indrukwekkend verhaal over Abdelhak Nouri, een jaar na het drama.

Verder onder meer:

  • Fotoreportage laatste thuiswedstrijd Ludo Coeckstadion (Berchem Sport)
  • De derby van Kosovo
  • Interview met Sjaak Polak
  • De kabouterverzamelaar
  • Achtergrondverhaal Deportivo La Coruña
  • De stand van zaken rondom uitsupporters/uitwedstrijden

Met uniek fotomateriaal van onder meer Marco Magielse en Stuart Roy Clarke. De schitterende Fortuna-cover met het iconische LU-shirt is ontworpen door onze illustrator Emilio Sansolini, die ook de fraaie achterzijde van het magazine maakte.

 

Header: Pro Shots/Stanly Gontha