Het gebruik om je shirt na een wedstrijd met een tegenstander te ruilen, stamt volgens de overlevering uit 1931. Spelers van het Franse nationale elftal wilden een aandenken hebben aan hun eclatante 5-2 overwinning op Engeland. De Engelsen gaven er gehoor aan.

De traditie zou pas echt van de grond komen tijdens het WK in 1954. Daarna was het hek van de dam. Steeds meer clubs en nationale elftallen namen nadien reserveshirts mee naar wedstrijden om dit nieuwe gebruik te faciliteren.


Er valt ook wat voor te zeggen. Er spreekt respect uit naar elkaar toe, tenminste als je het incident met het shirt van Olaf Thon en wat Ronald Koeman er in 1988 mee deed wegdenkt. Het is bovendien een mooi aandenken, zo’n shirt van een – liefst prominente – tegenstander, al dan niet ongewassen opgeborgen in een ladenkast. Zoiets kun je aan je kleinkinderen laten zien.

Toch kleven er ook nadelen aan het ruilen van je shirt. Het komt regelmatig voor dat het ritueel daarmee niet is gedaan. Niet zelden wordt immers het shirt van de tegenstander, vaak nog dampend, meteen aangetrokken over het eigen bezwete lijf. Zeker met de huidige strakke tenues, wil dat niet altijd soepel verlopen. Om over de hygiënecomponent nog maar te zwijgen.

In Italië bestaat een vergelijkbare traditie, die echter een stuk verder gaat dan het ruilen van het shirt. Zeker na succesvol gespeelde kampioenswedstrijden, moeten de zegevierende spelers vaak rennen voor hun waardigheid. Eigenlijk maken ze pas een kans op het bereiken van de catacomben wanneer zij slechts hun onderbroek nog aan hebben. Supporters vragen niet, maar rukken de overige kleding van de lijven van hun helden.

Een bizarre gebeurtenis die geen massale navolging heeft gehad, speelde zich af op het allerhoogste niveau. We schrijven 18 juni 1978, Buenos Aires. In dezelfde poule als Nederland en West-Duitsland, wint Italië met 1-0 van Oostenrijk door een doelpunt van Paolo Rossi. Ook na deze wedstrijd worden de nodige shirts uitgewisseld. Maar daarbij blijft het niet.

Van wie het initiatief is uitgegaan, is niet bekend, hoewel de Italiaan in kwestie de schijn tegen zich heeft. Hij wist immers sinds het landskampioenschap van zijn club Torino in 1976 hoe het was om opgejaagd te worden voor z’n tenue.

Hoe dan ook, een van de twee spelers moet aan de ander hebben geopperd: “Hey freund/amico, zullen we niet alleen ons shirt maar ook ons broekje wisselen?” En de ander moet – al dan niet verbijsterd – ermee hebben ingestemd. Een foto van dit tafereel circuleert op internet. Francesco Graziani, de Italiaanse spits, heeft het shirt van Bruno Pezzey al aangetrokken en kijkt, staand in zijn strakke blauwe onderbroek, toe hoe zijn tegenstander het ritueel voltooit door het niet meer geheel witte Italiaanse broekje aan te trekken.

In mijn hoofd blijft die ene vraag malen: wat heeft deze mannen op dat specifieke moment in hemelsnaam bezield? Je kunt er van alles van vinden, maar ik ben blij dat we nadien verschoond zijn gebleven van dit soort onderbroekenlol.