De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Yordi Yamali (FC Afkicken).

Het zijn de hoogtijdagen van Galatasaray ergens aan het begin van deze eeuw. Ik zit op school in het troosteloze Weesp, mijn ouders en leraren zijn enorm teleurgesteld in mij. Zij vinden dat ik niet doe wat ik kan, op school. Mijn voetbalverslaving neemt heftigere vormen aan zodra mijn avontuur op het voortgezet onderwijs begint. Geïnjecteerd door Championship Manager kan ik mij het moment nog goed herinneren: een van mijn beste vrienden, Joël, zit achter de computer in de woonkamer van zijn ouderlijk huis. Ik zie tekst na tekst voorbij schieten op het scherm en hem tegelijkertijd intens meeleven. Meer dan hem uitlachen zat er niet in. Tot hij eiste dat we tegen elkaar gingen strijden, ik moest het één seizoen volhouden en daarna mocht ik pas oordelen.

Achttien jaar later koop ik het spel niet meer uit zelfbescherming.

De voetbalverslaving beperkte zich niet enkel tot dat sublieme simulatiespel. In het ten opzichte van Weesp zijnde superieure Diemen schurkte ik als broekie tegen het eerste elftal aan en daarna ging het snel. Ik kan gewoon niks verzinnen uit deze periode dat niet met voetbal te maken heeft. Het was of in clubverband, of op de pc, of op straat, of achter de spelcomputer of, zoals nu, nog steeds heel vaak achter de beeldbuis. 

Mijn – voor de goede orde Nederlandse – opa zat in de satellietschotelbranche. Dankzij deze lieve man had ik als puber praktisch alle kanalen die wereldwijd beschikbaar waren. Hier bleef het overigens niet altijd bij voetbal, maar werd er ook weleens een kortstondig uitstapje gemaakt naar een ander genre… Could you really blame me? In dit massale aanbod ontbrak er toch wel één cruciale regio, mijn vaderland Turkije. Galatasaray live kijken was een crime, enige stabiele oplossing was een koffiehuis. Of dat iets had uitgemaakt met terugwerkende kracht? Denk het eerlijk gezegd niet. Serie A was mijn voetbalparadijs. 

Alles kon ik kijken, Manchester United – Liverpool, Barcelona – Real Madrid, Bayern – Schalke, maar ook River – Boca en Vasco – Corinthians. Toch ging de zapper altijd naar Filmnet, Canal+, Sport1 of hoe het dan ook weer heette. Elke zondagavond keek ik mijn ogen uit, ik vond het onbegonnen werk om een favoriet uit te kiezen, het aanbod was te groot. Het was gewoon elke week negentig minuten genieten van voetbal zoals het bedoeld is. Met Emile Schelvis over de speakers. die je alles vertelde wat er in de afgelopen week was gezegd en geschreven in de Italiaanse pers. Bellissimo!

Het beste wat mij op dat moment kon gebeuren, geschiedde. De Italianen hadden goed opgelet. Fatih Terim, met zijn Italiaans klinkende bijnaam Imparator, verrichtte wonderen in Istanbul en tijdens zijn eerste periode aan het roer bij Cimbom werd menig Serie A-team verslagen. Fiorentina, toen in handen van Vittorio Cecchi Gori, nam de gok en stelde de als van een maffiafilmset gelopen Terim aan als nieuwe coach. Een buitenlandse trainer in de beste competitie ter wereld, daar werd genoeg over gevonden. 

Ik was in extase, voor het eerst werd ik supporter van een club in Italië en naar Turkse traditie werden de andere ploegen per direct gehaat. Er stroomde ineens, tussen de rode, gele en witte bloedbanen, een paarse baan, een prachtige kleur paars. Nog voor Terim aan zijn voorbereidingen was begonnen, kon ik alle namen al opnoemen, wist ik waar ze vandaan kwamen en was ik al twee keer achter elkaar kampioen op Championship Manager. 

Toldo, Torricelli, Angelo Di Livio, Paolo Vanoli, Tomas Repka, Bressan, Adani, Pierini, Chiesa, Mijatovic, Nuno Gomes en mijn favoriet Rui Costa. De stilistische middenvelder speelde fantastisch onder de nieuwbakken coach. Al jaren twijfelen mensen aan de tactische kennis van de Turkse oefenmeester. Meestal betreft dit spelers die onder zijn leiding niet uit de verf kwamen, ik laat het graag in het midden. Een facet waar niemand over twijfelt, is zijn kunde om te motiveren. Hij voelt als de beste aan wat de benodigdheden zijn binnen een spelersgroep. Sommige spelers geeft hij vertrouwen, anderen staan vaak onder hoogspanning omdat hij kort op ze zit en er is altijd een enkeling die een vader-zoonband met hem opbouwt. Rui was zijn aangenomen zoon in Florence.  

Mijn nieuwe liefde voor Viola zorgde er voor dat ik nóg een voetbalactiviteit vond, die ik in eerste instantie totaal niet bij mijn persoon vond passen. Terims Italiaanse avontuur werd breed uit gemeten in de Turkse pers. Tijdens een van mijn Toto-bezoeken aan de lokale sigarenboer in Weesp, vielen mijn ogen op zo’n buitenlandse-krantenstand. Daar zaten twee Turkse voetbalkranten tussen. Sinds die dag kocht ik elke morgen beide krantjes vol met leugens, maar vooral met schitterende foto’s uit Italië. Het Fatih Terim-tijdperk in het Serie A-plakboek was geboren. Het was een welkome afwisseling voor wat ik normaliter grotendeels op een schooldag deed: opstellingen en transferbeleid noteren in mijn schriftjes.

Voetbalvader en -zoon waren bezig aan een wisselend seizoen, tegen de grote jongens gaven ze altijd thuis, zeker die uit Milaan. Tegen de kleinere ploegen hadden zij het vaak zwaarder dan nodig was. De Portugees was inmiddels bezig aan zijn zevende seizoen in de stad van Michelangelo. De finale van Coppa Italia was bereikt, op de ranglijst viel er nog wel winst te boeken. Fatih Terim kreeg het aan de stok met Cecchi Gori, een strijd die hij zou verliezen. Ik vond het verschrikkelijk. Misschien nog wel erger dan toen hij vertrok uit Istanbul. 

Het gefrustreerde AC Milan, dat zo vaak was gepijnigd door Terim, had een teleurstellend seizoen. Een zesde plaats. Zowel in de competitie als in de halve finale van de Coppa niet kunnen winnen van het Fiorentina van Costa en Terim. De Turk die zich helemaal thuis voelde in zijn nieuwe land en indruk maakte met zijn snelle beheersing van de Italiaanse taal, wilde niet weg. Milan had bedacht dat, als wij hem aanstellen, kunnen wij in het nieuwe seizoen in ieder geval niet van hem verliezen. Signore Terim è il nuovo allenatore.

Niks was te gek voor Adriano Galliani, met permissie van Silvio Berlusconi, de nieuwe trainer had vrij spel. Pipo Inzaghi, Andrea Pirlo en Alaves-sensaties Javi Moreno en Cosmin Contra waren namen die voor vele miljoenen naar de modehoofdstad van de wereld kwamen. De trainer was – op dat moment nog – een gelukkig man, maar hij had één voorwaarde: Rui moest mee. Fiorentina stond niet te springen om deze coup van Milan onder aanvoering van Terim. Berlusconi moest heel diep in de buidel tasten om deze wens, nee eis, waar te maken. Vader en zoon waren herenigd. Niet veel later liet Rui in de grootste sportkrant van Italië een ode optekenen aan zijn trainer: “Vanaf nu, waar Terim is, ben ik.” 

Ondertussen had ik mijn paarse bloedbaan doodleuk ingeruild voor een zwart-rode. De band tussen de twee raakte mij. Ik heb altijd genoten van de speler Rui Costa, maar na het lezen van het artikel tikte hij ineens Gheorghe Hagi aan wat betreft mijn adoratie. Naïef jochie, denk ik nu. 

Het avontuur van Terim in Milaan liep niet goed af, het waren dertien officiële duels, op het veld ging het er steeds beter uitzien, maar buiten het veld verloor hij de strijd, keihard. Carlo Ancelotti wilde zijn stoel in de dug-out bemachtigen en met slinkse spelletjes lukte hem dat. Ik was rancuneuzer dan Terim richting AC, zou blijken door de jaren heen. Hij komt er nog steeds graag. Ik zie, op Juventus na, het graag iedereen beter doen dan Milan. 

Terim ging terug naar huis, in Istanbul was de zoektocht gestart om het immense gat dat Hagi, door leeftijd gedwongen, achterliet op het middenveld. Rui Costa. Terim dacht het, ik dacht het en waarschijnlijk velen met mij. Er zat nog wat in de pot bij Gala van de recente Europese trofeeën, maar Rui had er geen zin in. Hij liet zijn voetbalvader stikken. Ik wilde het niet geloven; je hebt allerlei moeilijke periodes met je vader, maar laten vallen is geen optie. Het was een belangrijke en pijnlijke les voor een jongen in ontwikkeling. Het bracht een mooi nieuw doel: word nooit zoals Rui Costa.

Met Fatih Terim en Milan ging het goed; ze wisselden grote successen af met moeilijke periodes. Costa speelde nog veel duels, maar zo goed als met zijn vader aan zijn zijde, werd het nooit meer.

Yordi Yamali