Stop met lezen en zet eerst The Man Don’t Give a Fuck van Super Furry Animals op. Deze plaat is opgedragen aan de hoofdpersoon in dit verhaal. Robin Friday staat, een obsceen gebaar makend tegen een op de grond liggende keeper, zelfs op de hoes. In het lied wordt meer dan vijftig keer ‘fuck’ gezegd. Friday had dat wel kunnen waarderen, want de man die George Best doet verbleken tot een braaf koorknaapje, hield wel van choqueren.

Oktober 1977. Brighton & Hove Albion versus Cardiff City. Robin Friday is op weg naar de kleedkamer na de zoveelste rode kaart in zijn carrière. Iets verderop ligt Mark Lawrenson, die later veel successen zou behalen met Liverpool en tegenwoordig vooral bekend is als analist, bloedend op de grond. Friday heeft hem keihard in zijn gezicht getrapt. De reden: de aanvaller is de opdringerige mandekking van Lawrenson kotsbeu. Voordat Friday zijn spullen pakt en het stadion verlaat, bezoekt hij nog even de kleedkamer van tegenstander Brighton. Hij zoekt en vindt de sporttas van Lawrenson en schijt die helemaal vol. Zijn billen veegt hij af met de sokken van de verdediger. Na dit incident speelt Friday nog eenmaal voor Cardiff City. Niet veel later besluit hij om te stoppen. De knettergekke voetballer is dan pas 25 jaar en is de voetballerij helemaal zat. Als reden geeft hij op dat hij het zat is dat mensen hem vertellen wat hij moet doen.

Robin Friday is afkomstig uit een arbeidersfamilie uit Londen. Zijn opa is prof geweest bij Brentford en van hem erft hij zijn voetbaltalent. In zijn tienerjaren voetbalt Friday in de jeugdopleidingen van Crystal Palace, Queens Park Rangers en Chelsea, maar bij iedere club vertrekt hij met problemen. De aanvaller houdt er dan al niet van dat hem wordt verteld wat hij moet doen. School is al helemaal niets voor Friday en op z’n vijftiende stopt hij daar dan ook mee. Hij heeft veel vage baantjes, belandt in de gevangenis wegens diefstal en bezwangert een donkere vrouw. Dat laatste was een schande in het Engeland van 1969. Op zijn zeventiende heeft Friday een kind en is getrouwd. Maar een burgermannetje wordt hij niet. Friday zuipt, snuift en gaat continu vreemd. Bij een van zijn baantjes ontmoet hij een voetballer van de amateurclub Walthamstow Avenue. Friday besluit daar ook te gaan spelen en is een sensatie. Scouts weten niet wat ze zien. Friday scoort uit alle hoeken en standen en doet dingen die veel profvoetballers niet eens kunnen.

Hayes, een semiprofclub, neemt hem over. Ook bij die club is Friday een geweldenaar. Profclubs komen kijken en bieden hem een contract aan, maar dat ziet de anarchist niet zitten. Het bevalt hem wel bij Hayes. Hij is groter dan de club en kan alles maken. Zo zit hij tijdens een wedstrijd nog in de pub. Friday wordt snel opgehaald en stomdronken in het veld gezet. Uiteraard maakt hij het enige doelpunt.

In 1974 waagt Friday toch de stap naar de profs: hij gaat voor Reading spelen. Friday is binnen de kortste tijd de absolute vedette van het team. De aanvaller heeft ineens geld tot zijn beschikking en veel vrije tijd. Friday gaat helemaal los in het uitgaansleven. In kroegen springt hij op de toog, gaat wild tekeer met vrouwen op het toilet, ligt soms laveloos op de stoep en danst naakt, met alleen cowboylaarzen aan, op de dansvloer. Hij verzint ook een dans die hij ‘The Elephant’ noemt. Dronken doet hij zijn broekzakken binnenstebuiten en haalt zijn geslachtsdeel uit zijn broek. Ieder ander was de kroeg uitgegooid, maar Friday was een held in Reading en komt overal mee weg.

Ondanks zijn drugs- en drankmisbruik blijft Friday op het veld presteren. Zelfs Arsenal komt hem een keer scouten, maar kent zijn reputatie ook en durft de gok niet aan. Reading promoveert in 1976 en Friday is topscorer van de ploeg. Die zomer ligt de voetbalwereld aan zijn voeten. Een lucratieve transfer lijkt een kwestie van tijd, maar Friday komt totaal ongetraind terug na de vakantie. De genialiteit druipt nog steeds van hem af, maar zijn conditie is waardeloos. Zijn rare gedrag wordt ook minder geaccepteerd. Vooral zijn steeds heviger drugsgebruik en het missen van trainingen zijn een doorn in het oog van medespelers. Reading wil Friday verkopen. West Ham United en Queens Park Rangers willen hem graag aantrekken, maar het gedrag van de aanvaller zorgt ervoor dat een transfer afketst. Uiteindelijk koopt Cardiff City hem, tot ontzetting van de fans van Reading.

Op 30 december neemt Friday met tegenzin de trein naar Wales. Hij besluit zwart te reizen en wordt opgepakt. De eerste kennismaking met het bestuur en de manager van Cardiff City is daardoor op het politiebureau. Nieuwjaarsdag 1977 maakt de geniale gek zijn debuut voor de Bluebirds tegen Fulham, dat Bobby Moore in de gelederen heeft. Friday speelt geweldig, scoort tweemaal en Cardiff denkt een wereldspeler te hebben. Maar briljante momenten wisselt hij af met steeds extremer gedrag. Het volschijten van de sporttas van Mark Lawrenson is zijn laatste hoogtepunt. Friday verdwijnt uit de voetbalwereld.

In 1990, Robin Friday is dan 38, sterft hij in zijn flatje aan een hartaanval als gevolg van een overdosis heroïne. De man die het talent had om Engels international te worden, is niet meer.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in Staantribune #4. Voor dit nummer maakte redacteur Raoul de Grote een reportage over Racing Mechelen, gingen we samen met VV Wâlden mee naar een uitwedstrijd op de Waddeneilanden, bezochten we Partick Thistle, de derde club van Glasgow, en de derby van Montevideo en schreef journalist Remco Regterschot een verhaal over zijn vriend Glenn Helder. Het magazine is na te bestellen in de webshop!