“Boersma rookte Caballero als een gek”, mijmerde Ruud Gullit onder de Kick Smit-tribune aan de Jan Gijzenkade. Het rookgedrag van zijn voormalig ploeggenoot en keeper Rob Boersma was blijkbaar een van de sterkste herinneringen die de Wereldvoetballer van het Jaar van 1987 heeft aan zijn tijd bij HFC Haarlem. Bij zijn eerste profclub keerde Gullit gisteravond terug om zijn nieuwe boek Kijken naar Voetbal te promoten, maar vooral om terug te blikken op een mooie tijd bij een unieke club.

De avond in Partycentrum Haarlem was de avond van het weerzien met een legende. De Zwarte Tulp werd op zestienjarige leeftijd weggeplukt bij het Amsterdamse DWS en speelde bij HFC Haarlem zijn eerste profwedstrijden. Gullit was gevoelig voor de sterke wil die zijn ontdekker Barry Hughes toonde om hem in te lijven. De voormalig trainer ving in 1978 eerst bot bij de vader van Gullit. “Kom over een jaar meer weer terug, hij is nog te jong voor deze stap”, was de reactie van Gullit senior. Precies een jaar later keerde de Engelse trainer terug naar het ouderlijke huis. En met succes. Gullit had meer gevoel bij de club Haarlem dan bij topclub Ajax, die ook interesse toonde in het talent.

img_3091
rg6
Gullit werd door sportjournalisten en Haarlem-adepten Edwin Struis en Paul Onkenhout ook herenigd met ploeggenoten uit de glorietijd van de club. Samen met Martin Haar, Tom Nijdam en Terry Hendriks deed hij de zaal terugverlangen naar een onuitwisbaar verleden. Een verleden waar voormalig trainer Barry Hughes een groot aandeel in had. Hij stuurde de selectie regelmatig het Bloemendaalse strand op om aan de conditie te werken. Gullit: “In zijn groene Triump Spitfire wachtte hij ons halverwege op bij Pernassia. Juist de plek waar je afstand kon pikken. Daar stak Barry mooi een stokje voor.”

Vieze eend
Als piepjonge voetballer speelde hij de eerste drie seizoenen van zijn profcarrière bij de Roodbroeken. Hij was middelbaar scholier en nog niet in het bezit was van een rijbewijs. Terugrijden naar zijn woonplaats Amsterdam deed hij met verschillende ploeggenoten. “De eend waar Frank Kramer in reed, herinner ik me nog goed. Die auto lag vol met kranten en was hartstikke vies.” Het vervoersmiddel van visboer en teamgenoot ‘Peter Kabeljauw’ bleek niet veel beter. “Die stonk altijd naar vis”, kreeg Gullit de lachers op zijn hand.

De avond werd afgesloten met een signeersessie en nog veel meer verhalen over HFC Haarlem.