Even opletten allemaal, jongens. Hónderd jáár Het Kasteel vandaag! Eerst proosten met z’n allen en dan er vól tegenaan!” Het is niet Sparta-coach Alex Pastoor die zijn spelers aanmoedigt, maar de schreeuwende dirigent vooraan het met fanatieke Spangenaren gevulde hoekvak van Het Kasteel. De fans tillen hun plastic bekers bier de lucht in. “Proost!” schreeuwen ze luidkeels, om vervolgens het jarige stadion hartstochtelijk toe te zingen. En dat met hoop en optimisme, maar toch met een kleine weemoedige blik naar het verleden. Typerend voor Sparta.

Elk stadionbezoek kent dat ene moment, die ene fractie van een seconde wanneer je in de buurt van een stadion loopt, een hoek omslaat en vervolgens soms dichtbij, maar vaak in de verte het stadion plots ziet liggen. Bijna nergens in Nederland is dat ene moment zo bevredigend als bij het honderdjarige Het Kasteel in Spangen. Daar geldt: vanaf Café Brouwershuys op het P.C. Hooftplein rechts de hoek om naar de Huygensstraat, om dan op een paar honderd meter overrompeld te worden door de contouren van de iconische façade van Het Kasteel. Niet geheel toevallig was dit zaterdag dan ook precies de route van enkele honderden fanatieke Spangenaren die een speciaal ingelaste verjaardagstocht (of populair gezegd: corteo) liepen.

Voorafgaand aan de wedstrijd Sparta – Willem II, precies hetzelfde affiche als honderd jaar geleden, werden er rondom het stadion, in het supportershome, maar ook al bij Café Brouwershuys herinneringen aan Het Kasteel opgehaald door jong en oud. De zeventigers Ton en Joop, allebei al tientallen jaren Spartaan, mijmeren over vroeger.


“Het mooiste moment in Het Kasteel, vraag je? Nou, het mooiste moment was gewoon in het Olympisch Stadion in Amsterdam, hoor. Het was 1959, ik was veertien jaar en ik ben op de brommer die kant op gegaan”, doelt Ton op het laatste landskampioenschap van Sparta, bijna zestig jaar geleden. Het is de tijd van de eerder dit jaar overleden Tonny van Ede, maar ook van de Engelse trainer Denis Neville, die allebei een tribune op Het Kasteel naar zich kregen vernoemd. “Heb ik ook nog een prent gekregen. Ik mocht daar helemaal niet met de brommer rijden”, vertelt Ton. “Was ook niets tegenin te brengen hoor; een diender had destijds nog autoriteit. Nu niet meer, kijk maar eens om je heen”, zegt hij, terwijl hij wijst op de grote aanwezigheid van agenten rondom het café.

Het zijn daarnaast vooral de kleine herinneringen aan het stadion die Ton koestert. “Ik herinner me nog een wedstrijd tegen het Xerxes van Faas Wilkes. Van de wedstrijd weet ik niks meer, al won Sparta volgens mij wel, maar wat mij bij is gebleven, is dat er een schitterend rek was, waaraan kegels hingen. Dat diende dan als scorebord.”
image1-20
Het overgrote deel van de supporters bij het café zijn echter jongeren. Zij hebben de tijd van Pim Doesburg, Rinus Terlouw, Louis van Gaal, René van der Gijp en Dennis de Nooijer niet meegemaakt. Misschien is het daarom ook dat bij hen de wedstrijd meer leeft dan het ivoren jubileum. Voor twintiger Sebastiaan en tiener Tristen liggen de afgelopen zes jaar Jupiler League het meest vers in het geheugen, dus heel veel nostalgie om op terug te vallen heeft hij niet, vertelt Sebastiaan. “De degradatie in 2010 was echt een ramp, daar wil ik de beelden nooit meer van terugzien.” Tristen valt hem later bij: “Dat honderdjarig jubileum is mooi, maar als we vandaag geen drie punten pakken, verliest het natuurlijk wel flink zijn glans.”

De tocht begint. Wederom een mix van de hedendaagse realiteit en een trotse blik op het verleden. De fanatiekelingen zingen, steken fakkels af en zwaaien met vlaggen, geleid door een trommelaar voorop. Een stukje Zuid-Amerikaanse voetbalsfeer in Spangen. Toch zijn er veel verwijzingen naar vroeger. Het geschilderde portret van succestrainer Denis Neville siert de grootste vlag voorop. Ook houden de voorste supporters een doek met de tekst ‘Spangenaren’ vast, waar in het midden het hoofd van Leonidas I is afgebeeld, zo’n 2500 jaar geleden de koning van het Griekse Sparta en tegenwoordig bekend van de filmische uitspraak: “This is Sparta!”

screen-shot-2016-10-17-at-11-06-32
screen-shot-2016-10-17-at-11-06-21
screen-shot-2016-10-17-at-10-55-14
Voor de ingang van de kasteelpoort staan enkele tientallen supporters de groep zingende Spangenaren op te wachten. Rood-wit domineert uiteraard het straatbeeld, de clubkleuren die Sparta te danken heeft aan haar bestuursleden die in 1899 na een bezoek aan Sunderland het shirt van de Engelse club kopieerden. Sowieso lopen er rondom Het Kasteel relatief veel supporters met Sparta-sjaals, -petten en andere merchandise rond. En vooral veel fans die in het speciaal voor vandaag uitgegeven retro-shirt lopen. Daarover zo meer.

Aangekomen in het stadion begint al snel de misschien wel de bekendste voetbalpsalm van Nederland: de Sparta-Mars, die in 1909 door Jacques Blazer werd gecomponeerd en nog altijd bij iedere thuiswedstrijd door Spangen galmt. Of zoals Sparta-supporter Hugo Borst het ooit verwoordde: “Het fijne van ons clublied is dat we, als we zingen, nog niet achterstaan. Het stomme is dat we hopen al zingend het onheil te kunnen bezweren.”

Kunstgras
De eerste helft is, met een bescheiden gevoel voor overdrijving, de saaiste uit de afgelopen honderd jaar te noemen. Daardoor valt het oog nogal eens op andere opvallende dingen, waaronder op Michel Breuer. Dit decennium zat er zelden een shirt zó gegoten om de schouders van een voetballer als zaterdag om die van de Sparta-verdediger. Als enige op het hele veld draagt hij zwarte kicksen. De gele, groene of pak ‘m beet turquoise schoentjes van zijn tien teamgenoten staan haaks op de sponsorloze tenues die ze dragen, gekenmerkt door de traditionele knoopjes, de kraag, vanzelfsprekend de verticale rood-witte strepen en de korte mouwen – het enige verschil met de uitgave van begin twintigste eeuw, toen iedereen nog met lange mouwen voetbalde.

“En dat ze op kunstgras voetballen klopt niet helemaal natuurlijk”, zegt Peter van der Zwan, secretaris van de supportersvereniging van Sparta. Met een licht Rotterdams accent: “Het initiatief van de shirts is mooi, maar dat Willem II niet meewerkt, is echt een domper. Een paar van hun spelers roepen dat het katoenen shirt niet lekker zit en iedereen neemt het over. Heel erg jammer.”

Vanuit het Tilburgse bezoekersvak zijn twee spandoeken zichtbaar, waaruit blijkt dat ook de eigen supporters van Willem II de keuze van de club niet begrijpen. We support the shirt, not the players en Op katoen werden we drie keer kampioen, zo valt er te lezen.

screen-shot-2016-10-17-at-10-56-04
screen-shot-2016-10-17-at-10-56-15
screen-shot-2016-10-17-at-11-06-12
Het scoreverloop zit niet mee voor Sparta. Vlak na rust kijken de Rotterdammers tegen een 0-2 achterstand aan, totaal niet passend in het feestelijke voorspel van de verjaardagswedstrijd. “Ach, dit is niet de eerste keer”, vertelt Peter. “We hebben vaker dit soort jubileumduels gehad. Dan kregen we Fortuna Sittard of Telstar op bezoek en die verpestten dan ons feestje – precies tóen speelden we de slechtste wedstrijden van het seizoen. Doe dan maar aan klantenbinding.”

Uiteindelijk komt het toch nog redelijk goed voor Sparta. Door een plotselinge aansluitingstreffer en een gelijkmaker in de absolute slotfase zijn de Rotterdammers de morele winnaar van de avond. “Ik ben nog nooit zo blij geweest met een punt”, klinkt het. Waar vooraf nog vooral over het verleden werd gemijmerd, wordt er achteraf voornamelijk over de wedstrijd nagepraat rondom de poorten van Het Kasteel. Behalve voor Peter, die toch nog even evalueert.

“De afgelopen jaren in de Jupiler League was het verleden onze enige houvast, al smachtend naar nieuw succes. Dan denk je aan de jaren negentig, bijvoorbeeld toen Dennis de Nooijer in de halve finale van de beker in 1996 de golden goal maakte in de sudden death tegen Feyenoord. Hij trok zijn shirt uit, wat destijds nog mocht. Maar dit seizoen is alles anders, vooral qua supportersbeleving. Met veel meer passie en hartstocht, niet alleen maar ‘Hup Sparta’ en de Sparta-Mars, zoals het ooit was. Men kijkt meer vooruit in plaats van achteruit. De tijd dat we echt een hang naar vroeger hadden, is steeds meer voorbij. Je leeft in het heden, in het nu, en daar moet je juist proberen trots op te zijn.”

Toch keren de meeste Spartanen trots huiswaarts. Trots op de late gelijkmaker, trots op Het Kasteel en trots op hun historie, iets wat ook door heel voetbalminnend Nederland wordt erkend. Peter: “Wij hebben altijd de gunfactor gehad, maar je koopt er helemaal niets voor. Had Sparta maar iets minder sympathie en iets meer punten.”

Tekst: Kees Leurink
Foto’s: Frank Spruijt