Staantribune besteedt de komende tijd, in aanloop naar De Dag van de Verdwenen Clubs, veel aandacht aan de clubs die sinds de opheffing van de tweede divisie in 1971 zijn verdwenen uit het betaald voetbal: SVV, FC Wageningen, SC Veendam, RBC, HFC Haarlem, FC Amsterdam, VC Vlissingen, SC Amersfoort, AGOVV en FC Vlaardingen.
Vandaag een interview met Robert Maaskant, dé trainer van RBC.

Je wordt gezien als dé trainer van RBC. Wat vind je daarvan?
“Haha, ik heb er ook een aantal keer gewerkt hè. In 1999 begon ik er mijn trainersloopbaan. Een leuke tijd, we promoveerden meteen in het eerste jaar door een overwinning uit bij Excelsior. Dat was een gekkenhuis, die promotie kwam totaal onverwacht. We hadden een prima team, dat zeker, en we verhuisden toen ook naar het nieuwe stadion.”


Na je eerste periode bij RBC ging je naar Go Ahead Eagles, maar daar vertrok je na ongeveer een half jaar weer. Waarom?
“Go Ahead kampte toen met financiële problemen. Op een gegeven moment zei de curator tegen mij dat ze me niet meer konden betalen. Ik moest weg. Bijna tegelijkertijd kwam RBC weer en daar ben ik toen weer ingestapt. Dat werd wederom een succesverhaal, we eindigden op een keurige twaalfde plaats in de eredivisie.

Na dat seizoen kreeg ik een aanbieding van Willem II. In mijn eerste jaar presteerden we naar behoren en haalden we zelfs de finale van de KNVB beker, die we met 4-0 verloren van PSV. Als verliezend finalist mochten we het seizoen erna Europa in, maar interne strubbelingen bij de club kostten mij dat seizoen de kop. En niet geheel verrassend kwam toen RBC weer om de hoek.”

Je ging op een lastig moment naar RBC, trainer Dolf Roks was ontslagen en RBC stond onderaan. Waarom besloot je het toch te doen?
“Ik heb altijd een goede band gehad met de mensen binnen de club en ik bewaarde goede gevoelens aan RBC. Ik had het gevoel dat ik ervoor kon zorgen dat de club in de eredivisie kon blijven. Dat is helaas niet gelukt, we eindigden als achttiende en degradeerden naar de eerste divisie. Het volgende seizoen eindigden we als derde, achter De Graafschap en VVV-Venlo. We mochten meedoen aan de play-offs om promotie, maar helaas was VVV te sterk.”

Je hebt ook nog een periode bij FC Groningen gewerkt, maar dat was geen succes
“Dat was een bijzondere club, op een negatieve manier. Naar mijn mening deden we het best goed, we haalden in mijn eerste jaar daar de play-offs voor Europees voetbal. Alleen kwam ik er al snel achter dat het publiek in Groningen naar het stadion kwam om een wedstrijd van FC Barcelona te kijken, terwijl ze naar een wedstrijd van FC Groningen gingen. Dan ga je natuurlijk altijd teleurgesteld naar huis. De klik was er toen gewoon niet, dan moet je de eer aan jezelf houden en ermee stoppen. Groningen was echt een heel verschil met RBC, daar kwamen de supporters naar het stadion om hun team honderd procent te zien geven. Wonnen we niet, dan was dat niet het einde van de wereld, zolang er maar gevochten werd.”

Je hebt ook een aantal avonturen gehad in het buitenland.
“Wisla Kraków was een hoogtepunt. We werden in mijn eerste seizoen meteen kampioen. Een geweldige ervaring, Wisla was een geweldige ploeg, die al vaak kampioen was geworden van Polen. Het was niet de verwachting dat we direct de titel zouden pakken, dus dat maakte het extra speciaal. Het feest in Krakau was ongehoord, er stonden 65.000 mensen op het grote plein, dat heeft veel indruk op me gemaakt.”

Wat deed het met je toen je hoorde dat RBC failliet was verklaard?
“Dat deed me wel wat. Ik had er drie periodes met veel plezier gewerkt. Het was vooral erg voor de fans en de medewerkers. Zij staken hart en ziel in de club, maar het mocht helaas niet baten.”

Wil je oude tijden herleven? Kom dan naar de Dag van de Verdwenen Clubs op zaterdag 25 november. Abonnees van Staantribune hebben gratis toegang (wel aanmelden via info@staantribune.nl!), tickets voor niet-leden zijn te koop in de webshop.