De afgelopen twee jaar bezocht Staantribune-redacteur Joris van de Wier de negen slechtste voetballanden van Europa. Het negental was door de UEFA in ‘Pot 6’ gestopt voor de loting van de WK-kwalificatiepoules. Het zijn landen die al voordat de eerste bal is getrapt, weten dat ze kansloos zijn om zich te kwalificeren. Wat drijft deze teams om toch iedere keer weer mee te doen? En bestaat er in deze negen landen iets van voetbalcultuur? Het resultaat is het boek Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa. De komende weken plaatsen we voorproefjes uit een van de hoofdstukken. We beginnen met San Marino, de ultieme voetbaldwerg.

Tre Penne
Facebook is in veel opzichten de Satan, maar het is ook enorm handig. De San Marinese landskampioen Tre Penne heeft daar namelijk een eigen pagina. Ik stuur een berichtje en krijg al snel in het Engels antwoord. De man die de pagina beheert is Luca Nanni, de secretaris van Tre Penne. Ik google hem even en zie dat hij ook een ex-speler van de club is. Dat niet alleen, hij speelde zelfs acht interlands voor San Marino. Dat is net zoiets als wanneer Sami Hyypiä de beheerder zou zijn van de Facebook-pagina van Willem II. Ik vertel Nanni over mijn Pot 6-project en dat ik zijn club graag wil bezoeken, omdat ik ook wat over Tre Penne wil schrijven. Gelukkig is dat geen probleem.

Nadat Nanni hoort dat mijn achillespees is afgescheurd, biedt hij mij een lift aan. Zwaar geblesseerd zijn heeft toch ook zo zijn voordelen. In zijn auto – uiteraard een snelle Audi A4, het is per slot van rekening San Marino – praten we wat over het voetbal in zijn land en zijn carrière. Nanni: “Helaas heb ik, net zoals jij nu, een zware blessure gehad. Toen was het voetballen voor mij voorbij. Ik speel tegenwoordig zaalvoetbal op een laag niveau. Tre Penne is mijn echte passie. Nu ik niet meer zelf speel, wil ik toch graag betrokken blijven. Omdat wij maar een kleine club zijn, doe ik als secretaris van alles. Ik vlieg naar Zwitserland om bij de Europese lotingen te zijn, maar houd ook de Facebook-pagina bij. Een heel gevarieerde baan zoals ze dan zo mooi zeggen, haha.

De club is heel belangrijk voor mij. Het is de club van de Città. Ik geniet altijd als ik naar ons stadion rijd. Dan zie ik de drie torens op de Titano steeds dichterbij komen en dat is een prachtig gezicht. Vanwege de locatie is Tre Penne de mooiste club van San Marino. Veel castelli hebben meerdere clubs, maar de Città heeft er maar een: Tre Penne. Wij zijn de club van de oude stad. Daarom hebben we ook de drie torens in ons logo. Wist je dat onze club is vernoemd naar de drie veren op de torens? Vanuit ons stadion zie je Monte Titano goed liggen. Zeker ’s avonds is het mooi als de lampen aan zijn, maar dat zal je straks wel zien.”

Het Stadio Fonte dell’Ovo ligt inderdaad prachtig. Het is omringd door bossen aan de ene kant, aan de andere kant zie je de Apenijnen en achter de hoofdtribune waakt de Titano als een bezorgde vader over het stadion. Dit is geen kil industrieterrein waar veel Nederlandse clubs spelen. Als stadion an sich stelt het eigenlijk weinig voor, want buiten de hoofdtribune is er niets. Dat is ook niet nodig, want de paar honderd zitplekken zijn ruim voldoende voor normale competitiewedstrijden. En als er een Europese wedstrijd is, wordt er altijd uitgeweken naar het nationale stadion in Serravalle. Nanni legt uit dat het Stadio Fonte dell’Ovo het vaste trainingsstadion is voor Tre Penne, maar dat de club geen eigenaar van het stadion is. “Alle zes stadions in San Marino zijn eigendom van de bond en die bepaalt waar je speelt. Zo kan het zijn dat Tre Penne een thuiswedstrijd in het naastgelegen Domagnano speelt en een uitwedstrijd in het ‘eigen’ stadion heeft. Er zijn namelijk meer clubs dan stadions. De wedstrijden worden dan ook over het hele weekend uitgespreid.”

Ondertussen komt er een heel druk mannetje in een nog drukker overhemd langs die zich aan mij voorstelt. Hij ratelt wat in het Italiaans en gaat weer verder. Nanni ziet mij wat verbaasd kijken en geeft uitleg over de druktemaker: “Dat is onze vicevoorzitter. Als Tre Penne speelt, zijn wij hem altijd kwijt. Hij kan de wedstrijdspanning niet aan en verstopt zich altijd. Pas na afloop zien wij hem weer.” Niet veel later komt de voorzitter langs. Hij spreekt ook geen Engels, maar de tranen springen hem bijna in de ogen als hij hoort dat ik Nederlander ben. Hij is namelijk een Milanista. “Van Basten! Gullit! Rijkaard!”, schreeuwt hij uit. Daarna heft hij zijn armen theatraal in de lucht. Het is duidelijk dat hij die tijden mist. Niet alleen het Nederlands voetbal is heel matig geworden, maar ook AC Milan is niet meer wat het geweest is. Hij schudt mij nogmaals de hand en probeert duidelijk te maken dat hij verder moet. Terwijl hij opnieuw “Van Basten! Gullit! Rijkaard!” roept, loopt hij verder.

Maar het is nog niet afgelopen met mensen die mij formele handdrukken willen geven. Er komt weer iemand op mij af. Nanni stelt hem voor: “Dat is Robert. Ik heb hem gevraagd om langs te komen omdat hij veel beter Engels spreekt dan ik. Hij kan je nog veel meer vertellen over Tre Penne.” Robert vindt het leuk dat een buitenlandse journalist interesse toont in zijn club en geeft mij een rondleiding door het stadionnetje. Ik krijg veel te horen over Tre Penne en het San Marinese voetbal. Robert blijkt vooral groot liefhebber van de Europese wedstrijden van Tre Penne. Met het Welshe TNS is zelfs een vriendschap ontstaan na de duels in juli. Robert: “Onze trip naar Wales was geweldig. Niet alleen verloren we maar met 2-1, het waren ook nog eens heel vriendelijke mensen daar. En wat waren we dronken op het eind. Zuipen dat die mannen kunnen, zuipen. En we hoefden niets te betalen. Alleen het eten was wat minder. Ik heb nog nooit zulke vieze soep gegeten als daar. Het was een soort smakeloze brei. Als je als kok zoiets klaarmaakt in San Marino of Italië word je het land uitgeknikkerd.

Het is jammer dat wij altijd maar één ronde Europees spelen. Dat is het nadeel van een amateurclub zijn. Ook dit jaar waren er weer spelers die niet meekonden omdat zij geen vrij konden krijgen van hun werk. En één van onze spelers had een zwangere vrouw thuis, dus ook hij kon niet mee naar Wales. Zij hebben wat gemist, want het was een groot feest daar. Toen de Welshe supporters naar San Marino kwamen voor de return hebben wij hen uitgenodigd voor een feest in Bar Ferrovia. Dat is ons clubhuis, want dit stadion is tegenwoordig van de bond. Daarom staan onze prijzen ook in de bar en niet hier.”

Op het veld lopen ondertussen spelers warm. Omdat het interlandweekend is, speelt Tre Penne deze week geen wedstrijd. Vandaar dat de selectie, minus de vijf internationals, een potje gaat spelen tegen de supporters. Ja, dat kan hier allemaal. Robert doet zelf niet mee. “Ik ben hier wat te oud voor en ik zie dat jij ook niet mee gaat doen, haha. Maar neem plaats waar je wilt. Hier op de tribune of in de dug-out, dat maakt niets uit. Of je gaat daar bij de ultras staan. Pas op, die zijn heel gevaarlijk hoor, haha.”

Na de diss van Robert tegen zijn ultras ben ik wel nieuwsgierig geworden. De TCS ’11 Ultras bestaan uit vijf man, of eigenlijk vier jongens en een meisje. Niemand spreekt Engels, maar ze bieden mij wel een joint aan en wijzen naar hun vlag. Die moet ik zien. Ik val bijna flauw, zo goed is die. Er staat een gespierde, waarschijnlijk anabolen slikkende, vis met hanenkam op. Dat is het logo van deze groep. Om het af te maken heeft de vis ook nog een sigaar tussen zijn tanden zitten en kijkt hij vuil. Ik ben blij dat ik niet voor Libertas speel, want het zou mij dun door de broek lopen als deze ultras op de tribune zouden zitten.

Ondanks het feit dat de wedstrijd helemaal nergens om gaat, slaat een van de ultras toch de hele tijd op een trommel. Gek genoeg zie je op het eerste oog niet meteen wie de voetballers en wie de supporters zijn. Bij de fans lopen een paar afgetrainde jongens, terwijl sommige spelers van Tre Penne een paar kilootjes te veel bij zich dragen. Voetballend is er, zelfs op dit niveau, wel een groot verschil. Tre Penne voetbalt heel makkelijk en wint simpel met 7-0. In het supporterselftal zitten ook enkele leden van de ultras en die worden steeds uitgelachen door hun maten. Van de spelers bij Tre Penne heeft niemand vedetteneigingen. Na afloop drinken de twee ploegen samen een biertje en wisselen de laatste nieuwtjes uit. De vijf ultras op de tribune komen ook naar beneden met hun doos Aperol en het blijft nog lang onrustig in het Stadio Fonte dell’Ovo.

Zelf ben ik daar niet meer bij, want Nanni brengt mij weer terug naar het hotel. We passeren de befaamde Bar Ferrovia waar het logo van Tre Penne trots op de gevel staat. Terwijl ik afscheid neem van mijn gastheer, drukt hij mij een sjaal en een vaantje van Tre Penne in handen. “Omdat jij interesse hebt getoond in onze club, wil ik je dit graag geven. Hopelijk vind je het leuk. Zo heb jij ook een klein stukje Tre Penne in Schotland.” Waar je een flinke zak geld op tafel moet leggen om FIFA-leden om te kopen, ben ik de lastigste niet. Tre Penne is vanaf nu helemaal mijn favoriete club in San Marino.

Het boek Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa van Joris van de Wier is in een beperkte oplage en alléén te bestellen in de Staantribune Webshop!