Staantribune-redacteur Joris van de Wier reisde de afgelopen twee jaar langs de negen slechtste voetballanden van Europa. Het resultaat kun je lezen in Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa. Zo bezocht Van de Wier onder meer Hibernians uit Malta. Een voorproefje:

In een donkere zeecontainer sta ik te wachten. Ik ben hierheen gelokt door een oudere man met de mededeling dat hij mij “iets heel moois” wil laten zien. Binnen is het pikdonker en staat de man te rommelen in dozen. Ineens slaakt hij een vreugdekreet. Langzaam loopt hij mijn kant op en laat hij mij het moois zien. Dan slaak ook ik een vreugdekreet. Ik sta hier in Paola, een stad waar de haven van Malta ligt, bij het stadion van Hibernians. Een paar meter verderop beginnen de droogdokken en op deze plek zie ik iets wat ik hier nooit had verwacht: een ingelijst Willem II-shirt uit 2005. Ik val bijna flauw.

In ieder Pot 6-land wil ik er één club uitlichten en ik heb mijn zinnen op Hibernians gezet. Dat heeft een aantal redenen. Ten eerste is mijn lokale club in Schotland Hibernian en ik wil uitzoeken wat die clubs met elkaar te maken hebben. Ten tweede is Hibernians de enige club met een eigen stadion en dat ziet er op foto’s heel aardig uit. Ten derde, en dat heeft weer met punt twee te maken, is het dak van de hoofdtribune van het Hibernians Stadium afkomstig uit Gzira. Alles bij elkaar lijkt het mij een interessante club om te bezoeken.

Omdat ik zeker wil zijn het stadion in te kunnen en iemand te kunnen spreken, benader ik de club. Ik krijg het telefoonnummer van ene Salvu Cachia die mij alles over Hibernians kan vertellen. Ik bel hem de dag voor mijn bezoek om te checken of hij aanwezig is. Dat is hij en het is geen enkel probleem om langs te komen. We spreken om 9.00 uur af bij het Hibernians Stadium. Waar ik tot nu toe iedere dag zon heb gehad in Malta en ik echt een vakantiegevoel heb, miezert het vandaag. Dat past ook wel bij Paolo, een echte arbeidersstad. Deze plaats ligt aan de andere baai van Valletta. Waar je ten noorden van de hoofdstad Sliema, Gzira en Floriana hebt, is de zuidkant veel minder hip. Er zijn hier minder toeristen en de haven maakt het wat minder aantrekkelijk, maar het is wel een echte voetbalstad. Op het centrale plein staat een enorm clubhuis van Hibernians en ik zie overal in de stad stickers en sjaals van de club.

Het Hibernians Stadium ligt midden in het industriegebied. Daardoor heb ik een wat vreemd gevoel als ik daar rondloop. Als ik bij het stadion aankom, heb ik door de regen en de industriële entourage het gevoel dat ik in Schotland ben. De droogdokken liggen echt pal naast het veld. Eén harde trap en de bal belandt zo op een boot. Het Hibernians Stadium stelt eigenlijk weinig voor. Het is de tribune met het dak van het Empire Stadium en dat is het dan wel. Maar toch heeft het wel wat met de omgeving erbij en de ene tribune die er is, is wel een juweeltje. Ik maak wat foto’s en ga dan op zoek naar Cachia. Die zit in het clubhuis van Hibernians dat achter het doel is gebouwd.

Salvu Cachia is een oudere, vriendelijke man. Hij biedt mij een kop koffie aan op zijn kantoor en zijn maat Charlie komt er ook bij zitten. Beide mannen zijn gepensioneerd en brengen tegenwoordig hun dagen door in het Hibernians Stadium met praten over voetbal en het opknappen van het stadion. Salvu begint over zijn verleden te vertellen: “Voor mijn pensioen was ik bankier. Ik ben nog altijd de penningmeester van Hibernians en stadionopzichter. Samen met Charlie houd ik hier de boel op orde en daarnaast doe ik de administratieve kant. Dit is ons stadion, maar de bond bepaalt waar je moet spelen. De rest van de clubs heeft, op Hamrun Spartans na, namelijk geen eigen stadion. Verder heb je nog het Ta’ Qali Stadium waar ook het nationale elftal speelt en daarnaast ligt het Centenary Stadium. In die vier stadions worden wedstrijden in de Maltese Premier League gespeeld. Wij spelen maar een deel van onze thuiswedstrijden in ons eigen stadion en het kan zelfs zo zijn dat wij hier een uitwedstrijd hebben. Het grote verschil tussen het Hibernians Stadium en de rest is dat hier echt gras ligt. Daarom komen er in de winter vaak buitenlandse clubs hier op trainingskamp. Die willen niet op die plastic rotzooi spelen. Jij had het over Willem II, jouw favoriete club? Die zijn hier ook geweest. Kom maar eens mee.”

Terwijl Salvu het Willem II-shirt uit een zeecontainer tevoorschijn tovert, vertelt hij verder. “Eerder dit seizoen speelde Hearts hier in dit stadion tegen Birkirkara. Hun supporters vonden het natuurlijk niets om in het Hibernians Stadium te spelen, maar achteraf konden ze er wel om lachen. Het Schotse Hibernian en wij worden wel vaker door de war gehaald. Zo stond een groep Slowaken een keer in Edinburgh, terwijl hun club hier een Europese wedstrijd speelde, haha. Heel gek eigenlijk, want je verdiept toch een beetje in je tegenstander voordat je een reis boekt? Iedereen denkt trouwens dat onze naam afkomstig is van die Schotse club, maar dat is niet helemaal zeker. Er zijn twee versies van de ontstaansgeschiedenis. De eerste is dat enkele Schotse soldaten, supporters van Hibernian, de naam hebben verzonnen. De tweede, en die versie wordt als waarschijnlijker beschouwd, is dat daar beneden in de haven de SS Hibernia lag en dat daar onze naam op is gebaseerd. Wij hebben trouwens nog nooit tegen het Schotse Hibernian gespeeld. Kun jij niet regelen dat zij een keer hier komen? Of nog beter, wij naar daar? Ik ben nog nooit in Edinburgh geweest en dat lijkt mij wel een mooie trip.”

Salvu laat mij daarna de kleedkamers zien, die erg spartaans zijn. Ik had die veel luxer verwacht bij een club die vaak trainingskampen organiseert. “Je moet spelers niet te veel verwennen. Hier worden ze hard van,” reageert Salvu. We komen weer aan in zijn kantoor en hij laat mij allerlei souvenirs zien die hij heeft gekregen van clubs. Het is een mooie verzameling. Dan opent hij zijn kluis en haalt er een boek uit. “Dit is een speciaal boek over de verbouwing van dit stadion. Uniek, want er is er maar een van.” Tien jaar geleden werd het hele stadion opgeknapt. Eigenlijk is alleen het dak nog maar gebleven. In het boek staan mooie foto’s van hoe de verbouwing in z’n werk is gegaan. Zelf ben ik vooral fan van de luchtfoto’s waar je goed op ziet hoe dicht de droogdokken naast het stadion liggen.

Dan tovert Salvu een ander boek tevoorschijn. Het is de geïllustreerde historie van Hibernians. “Hier, die mag je hebben. En deze programmaboekjes ook.” Ik blader er even doorheen. Het ziet er goed uit en ik zie prachtige foto’s van Hibernians tegen Europese topploegen, zoals Manchester United. Salvu: “De foto die je daar ziet is uit 1967. In 1967/1968, het seizoen dat United de Europa Cup I won, speelden zij in de eerste ronde tegen ons. Dat was een topteam met Bobby Charlton, Denis Law, Nobby Stiles, Paddy Crerand en natuurlijk George Best. Heel Malta was van slag toen zij hierheen kwamen. Natuurlijk moesten wij uitwijken naar het Empire Stadium. Daar lag geen fijn gras, zoals hier, maar keiharde kiezels. Het bleef 0-0, maar we verloren in Manchester. Drie jaar later kwam Real Madrid hier en dat bleef ook 0-0. Wij hadden toen echt een goede ploeg. Op Malta verloren we zelden, maar uit waren we kansloos. De laatste tien, vijftien jaar is dat natuurlijk anders. Teams spelen graag in dit stadion en het Maltese voetbal is ook een stuk zwakker geworden. Nu liggen we er iedere keer in de eerste kwalificatieronde al uit.”

Terwijl ik met Salvu en Charlie over Hibernians en voetbal in het algemeen aan het praten ben, zie ik dat ik hier al vier uur zit. Ik heb nog een afspraak en moet helaas vertrekken. Van Charlie krijg ik nog een vaantje van de club en Salvu vraagt of ik zijn gastenboek wil tekenen. “Wij krijgen hier regelmatig bezoek van groundhoppers of vakantievierders die van voetbal houden. Zeker in de zomer heb ik iedere week een paar bezoekers. Ik vind dat altijd heel gezellig en vraag dan of ze hun naam in het gastenboek willen zetten. Er komen ook weleens Nederlanders langs. Jij zult die er waarschijnlijk zo uit kunnen pikken.” Ik zie inderdaad Nederlandse plaatsnamen als Wijk bij Duurstede, Nijmegen en Den Haag langskomen. Om Tillywood in Malta te vertegenwoordigen teken ik met ‘Joris van de Wier, Tilburg’. We schudden nog even handen en dan moet ik er helaas vandoor. Hibernians is vanaf nu mijn favoriete Maltese club. Gloryhuntertechnisch een goede keuze, want een halfjaar later worden ze kampioen.

Het boek Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa van Joris van de Wier is in een beperkte oplage en alléén te bestellen in de Staantribune Webshop!