Staantribune-redacteur Joris van de Wier reisde de afgelopen twee jaar langs de negen slechtste voetballanden van Europa. Het resultaat kun je lezen in Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa. Zo bezocht Joris onder meer Luxemburg. Een voorproefje:

Voorafgaand aan Luxemburg – Bulgarije heb ik afgesproken in Nito’s Bar met Batty Bentz. Bentz is de capo van de M-Block Fanatics 95, de ultras van het nationale team van Luxemburg. Heeft Luxemburg ultras? Jazeker. Er zijn zelfs drie supportersgroepen, maar alleen het M-Block beschouwt zichzelf als ultras. Nito’s Bar is hun vaste honk. Normaal verwacht je dan in een smerig stinkhol terecht te komen, maar dit is een heel nette kroeg. Jammer, maar het past ook wel bij Luxemburg.

De vier mannen van het M-Block die er al zitten, zien er ook niet echt uit als enorme boefjes en stellen zich allemaal netjes voor. Bentz begint zijn verhaal met het ontstaan van de groep: “Wij zijn opgericht in 1995, vandaar dat getal in onze naam. Destijds vonden enkele supporters dat het net een bibliotheek was als Luxemburg een thuiswedstrijd speelde. Vandaar dat zij besloten om voor wat meer sfeer en kleur in het stadion te zorgen. Wij zijn allemaal fan van verschillende clubs. Ik ben bijvoorbeeld supporter van Avenir Beggen en Roland hier tegenover mij van Differdange. In het verleden heeft het wel eens gezeik opgeleverd tussen supporters van verschillende clubs, maar dat is niet meer. Tijdens wedstrijden van het nationale elftal zetten we clubvoorkeuren aan de kant en staan we allemaal achter d’Roud Léiwen.”

Ik wil weten van Bentz of het niet zwaar is om bijna alleen maar nederlagen te zien. “Liever zou ik het ook anders zien, maar we zijn maar een klein land. Onze verwachtingen liggen dan ook lager. Een 1-1 in Wit-Rusland staat voor ons gelijk aan Nederland dat de kwartfinale van een eindtoernooi haalt. En die 0-0 in Frankrijk is onze wereldtitel. Natuurlijk hoop ik dat we ooit succesvol gaan zijn en in de voetsporen van IJsland treden, maar voorlopig zijn het de kleine successen die wij vieren. En het gaat al een stuk beter dan tien jaar geleden. Onze groep groeit ook nog steeds. Door de betere resultaten is het nu populairder geworden onder jongeren om Luxemburg te steunen in plaats van Duitsland of Frankrijk. Zelfs bij uitwedstrijden wordt het drukker. Er gaat iedere uitwedstrijd, ongeacht waar die gespeeld wordt, altijd minstens één persoon van M-Block mee. Als groep willen wij namelijk dat altijd onze vlag in het stadion hangt.”
Het wordt ondertussen drukker en drukker bij Nito’s Bar. Buiten wordt vuurwerk afgestoken en gezongen. Ik praat nog met wat andere ultras en vertel ze dat ik weleens stickers in Edinburgh heb gezien van Luxemburg met daarbij het logo van CSKA Moskou. Een van de ultras moet lachen. “Die stickers zijn van onze extreemrechtse eenmansfractie. Die is er vandaag niet bij. Dat is een Rus die hier een paar jaar geleden is komen wonen. CSKA Moskou is zijn club, maar zijn favoriete landenteam is Luxemburg en niet Rusland. Hij is ook lid van het M-Block, maar is iets te veel met politiek bezig terwijl wij een apolitieke ultragroepering zijn. We hebben hier mensen met linkse, rechtse en groene voorkeur, dus dat houden we gescheiden van het voetbal. Alleen onze Rus is het daar niet zo mee eens. Hij is wel goed in het promoten van Luxemburg, want zijn stickers zie je echt overal ter wereld.”
Het is nog een uurtje voor de wedstrijd en tijd voor de corteo, de traditionele wandeling naar het stadion. Van Bentz heb ik een kaartje gekregen voor het ultravak. Ondanks dat ik niet de grootste fan ben van ultragroepen, vooral die in Duitsland nemen zichzelf heel serieus en denken dat zij het middelpunt van het zonnestelsel zijn, zijn die van Luxemburg wel oké. Iedereen die ik spreek, heeft redelijk wat kennis van voetbal en zij volgen ook allemaal een lokale club. Het zijn ook geen clowns die alleen maar komen voor een feestje, zoals in Nederland en België. Onder begeleiding van vuurwerk, gezang en bier lopen we naar het stadion. Lege bierflesjes worden netjes in de vuilnisbak gegooid, maar toch is er iemand gekwetst. Een nuilerd in een van de appartementenblokken waar wij langslopen is het niet eens met het vuurwerk en schreeuwt vanaf de vierde verdieping dat de ultras asocialen en criminelen zijn. Hij voegt eraan toe dat hij de politie al heeft gebeld. De huilstruik wordt uitgelachen en krijgt wat verwensingen naar zijn kop, maar voor de rest wordt hij met rust gelaten. Als de harde kern van Rode Ster Belgrado hier had gelopen, was zijn huis de fik in gegaan. Niet veel later zie ik het Josy Barthel-stadion al. Vlak voor het stadion wordt nog flink wat vuurwerk aangestoken en dan gaat iedereen naar binnen.

Staantribune-redacteur Joris van de Wier reisde de afgelopen twee jaar langs de negen slechtste voetballanden van Europa. Het resultaat kun je lezen in Pot 6 – Op bezoek bij de voetbaldwergen van Europa