De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Eelco Brandes (Staantribune, AD).

Andrea Pirlo, Fabio Cannavaro, Gennaro Gattuso, Alessandro Del Piero, Luca Toni en Mauro Camoranesi, ze wandelen allemaal op Schiphol in hun blauwe trainingspakken van de Squadra Azzurra. Het is een rijtje om je vingers bij af te likken, maar toch speur ik gehaast langs ze heen. Want ik moet ze niet hebben. Nee, ik zoek namelijk mijn held: Alessandro Nesta.

Eerst even terug naar hoe een gezonde, Nederlandse jongeman in godsnaam Nesta, een speler van het Italiaanse Lazio, als zijn held kan zien? Dat is te danken aan Aron Winter, die in 1992 in Rome neerstreek om voor de biancocelesti te spelen. Ineens werden er tijdens Studio Sport Buitenlands Voetbal naast Barcelona (Johan Cruijff en Ronald Koeman) en Milan (Van Basten, Gullit en Rijkaard) ook geregeld beelden van Lazio de woonkamer van mijn ouderlijk huis in geslingerd. Ik, net 12 jaar oud, was op slag verliefd. Simpelweg weerloos tegen zoveel schoonheid.

Bij die club, Lazio, drukt een jonge, talentvolle verdediger binnen enkele jaren steeds meer zijn stempel op het spel van de biancocelesti. Het is Alessandro Nesta, die als geboren Romein en aanvoerder uitgroeit tot het lichtblauwe antwoord op Francesco Totti, van ‘die andere club uit Rome’. Zijn spel kenmerkt zich als stijlvol, hard, maar ook fair. Op de meest fraaie manieren weet hij met tackles en hakballetjes moeilijke situaties in de achterhoede op te lossen. Kunstzinnig soms, maar wel functioneel. Zijn engelachtige uiterlijk met donker lang haar maken het plaatje compleet. Volwassen mannen verafgoden hem als voetballer en kopiëren zijn uiterlijk, en vrouwen dromen van een nachtje met hem in de slaapkamer.

In de zomer van 1995 zie ik Nesta en Lazio in het Olympisch Stadion in Amsterdam voor het eerst live spelen tegen het Ajax van Louis van Gaal, dat enkele maanden eerder Europa wist te veroveren. Het wordt een afdroogpartij (5-0) voor de Romeinen die bij rust al vier treffers moeten incasseren. Toch geniet ik van de prachtige tenues, en van Nesta, altijd spelend met rugnummer 13, in het bijzonder.

Meer dan tien jaar later, het is 11 november 2005, hoop ik hem opnieuw te treffen, maar dan face to face. Italië neemt het een dag later op tegen Nederland in de Amsterdam Arena en ik sta op de luchthaven te wachten samen met nog een handvol fans van het Italiaanse elftal. Selfies, WhatsApp en smartphones bestaan nog niet, dus sta ik ‘ouderwets’ gewapend met een zwarte viltstift en een voetbalshirt in mijn hand te trappelen op wat komen gaat. Verwachtingsvol tuurt het groepje naar de deur van aankomsthal 1, waar de zojuist gelande selectie van Italië vandaan moet komen. Totdat ineens één fan wegrent naar aankomsthal 2. De rest kijkt onrustig om zich heen en ook ik begrijp het: de ploeg hoopt op een rustige doortocht over Schiphol en heeft stiekem een andere aankomsthal genomen. Snel kom ik in beweging en volg de anderen.

Daar! Daar! In de verte lopen ze! Versnipperd in groepjes van twee à drie spelers lopen ze over de luchthaven, duidelijk herkenbaar aan hun identieke blauwe hotelpakken. Het is de groep, die een half jaar later met de wereldbeker in handen in Berlijn zou staan. Maar dat vermoedt op dat moment nog niemand. Nu moet ik dus als de wiedeweerga gaan zoeken, besef ik meteen. Negen van de tien Italiaanse spelers heeft gitzwart haar net als Nesta, inmiddels speler van Milan, dus ik moet snel scannen en schakelen. Scannen en schakelen, scannen en schakelen. Pirlo, Del Piero, ik zie ze allemaal, maar laat ze links liggen. Denk over die zin nog maar eens twee keer na. Het kon voor mij echter niet anders. Het enige wat ik dacht was: shit, zou het dan alsnog mis gaan?

Ineens zie ik hem. Ja! Daar loopt hij. Dit is mijn kans. Vlak voor dat de verdediger samen met een teamgenoot een draaideur wil betreden spreek ik hem aan. Italiaans spreek ik op dat moment nog niet, maar het witte Lazio-shirt dat tijdens het honderdjarig bestaan van de club werd gedragen met zijn naam achterop moet hij vast wel herkennen. Niet geheel onder de indruk van mijn komst keuvelt hij nog even door met zijn medespeler als we gedrieën geduldig enkele seconden de draaideur nemen. Hier sta ik dan met mijn held Nesta en ik voel dat het me tegenvalt dat hij niet enthousiaster reageert. Als eerste loop ik door de deuropening en druk nogmaals het tenue voor zijn neus, waarin Lazio voor het laatst kampioen werd. Vluchtig pakt hij het aan, zet een krabbel en loopt, al grappend in het Italiaans met zijn collega, door. Een handtekening rijker, maar een illusie armer keer ik huiswaarts.

Toch zal Nesta altijd mijn held blijven. Op een dag zal ik hem als trainer van mijn favoriete club Lazio opnieuw treffen. En komt alles goed.

Eelco Brandes

 

#tbt #lazio #campionato #seriea @official_sslazio

Een bericht gedeeld door Alessandro Nesta (@nesta) op