Van het begrip ‘groundhoppen’ had ik nog nooit gehoord, laat staan dat ik wist wat ‘vincken’ was. Het is de zomervakantie van 1990 en ik ben als dertienjarige helemaal door elkaar geschud op de plaggen beton van de Joegoslavische snelweg. Maar eenmaal in Griekenland begint de vakantie voor mijn ouders en mij pas écht. We stoppen in Thessaloniki en niet veel later sta ik voor het stadion van PAOK. Beteuterd constateer ik dat er nergens een winkeltje met clubartikelen te vinden is. Ik probeer via een hek naar binnen te glippen om in ieder geval een aantal foto’s van de tribunes te kunnen maken.

Twee terreinknechten merken me op. De ene heeft een verweerd zonnehoedje op en ontfermt zich over me. Ondanks de taalbarrière snapt hij dat ik een souvenir van de zwart-witten wil. Hij loodst me door de gymzaal naar het kantoor van de voorzitter. Zijn collega beent achter ons aan. De vriendelijke grasspecialist haalt vrolijk de sjaal die achter het bureau van de voorzitter aan de muur hangt naar beneden. Dan ontstaat er een verhitte discussie tussen de twee collega’s. De ene wil me de sjaal geven, de ander vindt dat hij het niet kan maken om eigendom van de clubpreses te verpatsen aan een kleine Nederlander. Niet veel later stap ik dolgelukkig met het geweven souvenir weer bij mijn ouders in de auto.


Het is bijna zeventwintig jaar later en ik ben voor het eerst terug in Thessaloniki. Dit keer kan ik eindelijk een wedstrijd bijwonen van de club die ik altijd op afstand ben blijven volgen. PAOK speelt tegen AE Larissa. Daarmee staan de twee teams tegenover elkaar die er als laatsten in geslaagd zijn de hegemonie van de Atheense clubs Olympiakos, Panathinaikos en AEK te doorbreken. PAOK lukte het voor het laatst met een landstitel in 1985, Larissa pakte de titel voor het laatst in 1988.

Matig gevulde tribunes
Ik verwacht verkeerschaos en luidruchtige fans, maar het is opvallend rustig in de straten van de wijk Toumba. Op een pilaar van een lichtmast van het stadion zitten Nikos en Kleanthis. “Je had voor een écht grote wedstrijd moeten komen, dan weet je niet wat je meemaakt”, steken ze van wal. De mannen voegen zich straks bij de fanatieke fans van Gate 4. “PAOK is altijd in onze gedachten. We gaan naar elke wedstrijd. Het is niet slechts negentig minuten een duel bijwonen, we denken constant aan de club. Het is een ideologie.” Kleanthis vult aan: “Een zondag zonder PAOK is als koffie zonder sigaret.” Lachend geven de mannen elkaar een high five.

Ze zijn vol vertrouwen dat hun club binnen twee jaar een nieuwe landstitel kan winnen. “Met drie of vier écht goede spelers erbij kunnen we ons meten met Olympiakos.” De veelvraat uit Piraeus heeft achttien van de laatste twintig kampioenschappen behaald. “Ze betalen scheidsrechters en clubs onder de tafel. Het voetbal moet een grote schoonmaakbeurt ondergaan met betere scheidsrechters. In feite zorgen de voorzitters er zelf voor dat er geweld op de tribunes voorkomt.”

Tien minuten voor de aftrap staan er nog flinke rijen voor de kassa’s. Een vrouw houdt een beetje wanhopig stukken piepschuim omhoog. Zij probeert zo iets bij te verdienen door de stadionbezoekers wat comfort voor hun zitvlak te bieden. Op de zijkant van het stadion staat ‘Fuck Ajax’ geklad, verwijzend naar de uitschakeling van PAOK in de voorronde van de Champions League van vorig jaar. In Amsterdam werd het destijds 1-1, maar door een 1-2 in Thessaloniki ging Ajax uiteindelijk door.

Corruptie
Eenmaal binnen loop ik Sofia Papadopoulou en haar collega Stelios van de Athens News Agency tegen het lijf. Ze zijn journalisten, maar vandaag zijn ze als supporter aanwezig. PAOK zoekt direct de aanval en Mystakidis probeert met een enorme schwalbe de scheidsrechter te foppen, maar die trapt niet in het kunststukje. Niet veel later komt de thuisploeg wel op voorsprong.

Ondertussen vertelt Stelios over de hoop in de harten van de PAOK-fans. “Meestal is de Griekse kampioen in april al op vakantie”, refereert hij aan de dominantie van Olympiakos. “Ze willen de competitie veranderen en overschakelen op een Belgisch systeem waarin ook de kampioen door de play-offs bepaald wordt. Nu hebben we alleen een nacompetitie om de Europese tickets te verdelen tussen de nummers twee tot en met vijf. De mensen van Olympiakos hebben grote invloed op de organisatie van de Super League.”

Hij somt op: “Ze hebben hun greep op de aanstelling van de scheidsrechters, op de aanklager betaald voetbal en de familie van de voorzitter komt uit Chania op Kreta. Zo hebben ze invloed op de club Platanias en ook op Panionios waar veel spelers van Olympiakos aan worden verhuurd. De politieke partij Syriza heeft twee jaar geleden aangekondigd de corruptie binnen het Griekse voetbal een halt toe te willen roepen, maar dat zal gezien de diep gewortelde invloeden lang duren.”

De sfeer in het stadion is goed maar niet geweldig. De fans doen hun traditionele Sirtaki-schouderdans met de rug naar het veld. Voor de aftrap worden er wat kleine rookbommetjes naar het veld gegooid, maar daar blijft het bij. Vandaag gaat de tribune niet in de fik en wordt er niet met oude Drachmes gegooid. Er vliegen geen stoeltjes het veld op en de scheids hoeft niet bedekt te worden met wapenschilden van de ME. Kortom, geen wanordelijkheden waar de club weer een (UEFA-)schorsing voor zou krijgen.

Vorig jaar ging het in de halve finale van de Griekse beker tegen Olympiakos wél goed mis. PAOK-aanhangers waren boos dat de leidsman geen strafschop maar een gele kaart aan hun speler gaf waarna het op de tribunes compleet ontspoorde. PAOK weigerde voor de return naar Piraeus af te reizen en kreeg daarvoor aan het begin van het seizoen drie punten in mindering. Punten die nu welkom waren geweest om de druk op Olympiakos (kloof van zes punten) te houden.

Historie
Sofia Papadopoulou hecht veel waarde aan de historie van de club: “De club is opgericht door vluchtelingen uit Istanbul. Grieken die daar woonden werden na het Grieks-Turkse conflict begin jaren twintig van de vorige eeuw uitgewisseld met Griekse moslims. De dubbelkoppige adelaar in het clubembleem verwijst nog naar de Byzantijnse roots van de club, die in 1926 werd opgericht.

De rivaliteit met de Atheense clubs mag groot zijn, ook binnen Thessaloniki kan het goed spoken. De derby’s met stadsgenoot Aris (die nu een divisie lager speelt) gaan er heet aan toe. Met het in degradatienood verkerende Iraklis Saloniki is de rivaliteit minder groot. Sofia lachend: “We zeggen altijd dat de fans van Iraklis met één taxi naar de wedstrijd komen, zo weinig volgers hebben ze.” Stelios valt haar bij: “Ze zijn echter wel erg politiek geëngageerd. De supporters van PAOK komen van oudsher meer uit de lagere arbeidersklasse. De wijk Toumba is een relatief arme buurt. Aris behoort meer tot de gegoede burgerij. Hun voetbalfans zijn de club eigenlijk pas gaan volgen na het grote succes van de basketbaltak in 1987. PAOK heeft ook diverse sporttakken, maar voetbal is altijd de belangrijkste discipline geweest. Veel Griekse clubs hebben een handbal-en basketbalafdeling. Fans volgen alle sporten waar de club aan deelneemt.”

Net voor het laatste fluitsignaal komt PAOK op 2-0, een handvol zwart-witte ballonnen stijgen op. Stelios en Sofia zijn het erover eens dat het een matige wedstrijd was. “Kom voor een duel tegen Olympiakos, die zijn spannender. Als we van hen winnen, voelt het als een gewonnen kampioenschap.”

Geen kampioen, wél de beker
Heel even mochten de PAOK-fans vorig seizoen hopen op het kampioenschap. Het zou dan niet op het veld behaald zijn, maar dankzij de grillen van de Griekse voetbalbond én de fans van Olympiakos.

Na achtentwintig van de dertig speelrondes had PAOK zes punten achterstand op Olympiakos Piraeus. Laatstgenoemde club won vervolgens met 5-0 van PAS Giannina en was in puntentotaal niet meer te achterhalen voor de zwart-witten uit Thessaloniki. De spelers van Olympiakos vierden na afloop gewoon hun zevende titel op rij en de 44e in totaal voor de club uit de havenstad onder Athene.

Olympiakos hing echter een straf boven het hoofd na supportersgeweld in de halve finale van de Griekse beker tegen AEK Athene. Er was een reële kans op zes punten in de mindering. In dat geval zouden PAOK en Olympiakos met een gelijk aantal punten eindigen en PAOK door een iets gunstiger onderling resultaat (2-1 nederlaag in Piraeus, 2-0 thuisoverwinning) zich voor het eerst sinds 1985 weer tot kampioen mogen kronen. Zover kwam het niet. De Griekse bond vond een boete van 150.000 euro en vier thuisduels zonder fans een betere straf. Wellicht dat de connecties van Olympiakos binnen de bond hebben geholpen om er een mildere strafmaat door te krijgen.

Sofia Papadopoulous is er niet minder rouwig om. “Wij als PAOK-fans hoopten niet op een puntenaftrek van Olympiakos. Natuurlijk hebben wij het gevoel dat Olympiakos altijd wordt bevoordeeld door het ‘systeem’, zoals we dat noemen. We willen na al die jaren wachten op het veld kampioen worden en niet op papier. De vreugde zou niet hetzelfde zijn. Daarom is de bekerfinale tegen AEK Athene ook zo belangrijk voor ons.”

De Griekse Cupfinal werd vorig seizoen niet gespeeld in het Atheense Olympisch stadion – nu de thuishaven van AEK – maar in Volos, een stad die tussen Thessaloniki en Athene ligt. De beelden van de rellen voorafgaand aan de eindstrijd bereikten ook de Nederlandse media. Vliegende stoeltjes, pyromanen en gevechten; de fans van PAOK en AEK deden weer hun uiterste best om hun reputatie te bevestigen. Op het veld won PAOK met 2-1, waardoor ze de vijfde nationale beker uit de clubhistorie binnenhaalden. De eerste trofee sinds 2003, ondanks de landstitel voor Olympiakos werd het wachten dus ook een beetje beloond.

Heb jij, net als Staantribune-volger Stijn Slaats, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.