Het is alweer even geleden dat ik met schrijver Özcan Akyol een thuiswedstrijd van zijn favoriete club Go Ahead Eagles bezocht. Het was voorjaar, Go Ahead speelde nog in de eerste divisie. Ik, een Arnhemmer, was nog nooit in Deventer geweest. Van de Eagles wist ik weinig. Ik herinnerde me een studiegenoot en Go Ahead-fan, Stef Vloedgraven. Tien jaar geleden reisde Stef bij sommige uitwedstrijden, door gebrekkige belangstelling, met de spelersbus mee. Daar kon ik me destijds geen voorstelling van maken. Spelers en supporters samen in een bus na een verloren partij: dat is als met je ex op vakantie gaan, “want ’t was al geboekt.”
fullsizerender2
Eenmaal uit de trein gestapt bekijk je een stad alsof je in het nieuwe huis van een vriend staat: je gaat vergelijken. Arnhem, stad met zowel een megalomaan station als stadion, beide vergeleken met een ruimteschip, versus Deventer, waar rondom de Adelaarshorst nog vier relikwieën staan van lichtjaren terug, de lichtmasten. Een vreemd stadion trouwens, de Adelaarshorst. Het is maar voor de helft ‘vernieuwbouwd’, want er is te weinig geld. Alsof je slechts geld hebt voor één siliconenborst, met als resultaat een verlepte uier naast een fonkelnieuwe tiet. “Die andere tiet liften we in mei, van ’t vakantiegeld.”

Mijn bezoekje was op maandag. “De sfeer zal straks rustig zijn. De B-Side gaat op maandag niet aan de pillen”, waarschuwde Özcan vooraf verontschuldigend. “En ik kan zelf ook niet doorzakken op maandag.” Het zou zuipen met de handrem erop worden dus. Getuige zijn van maandagavondvoetbal is als getuige zijn van een huwelijk op maandag: geen feest, maar een formaliteit.
fullsizerender1
Voor mijn ontmoeting met Özcan had ik gemengde gevoelens. Niet alleen vanwege die weinig belovende maandag, maar ook omdat Özcan de baan heeft die ik wil hebben: schrijver. Özcan schrijft romans en columns voor onder meer het AD, Nieuwe Revu en de VARAgids. Ik schrijf geen romans en geen columns voor het AD, Nieuwe Revu en de VARAgids. Toch een verschil. Als Özcan – ook bekend van onder meer Studio Voetbal – zo doorschrijft, is hij binnenkort Zomergast.

soccerfanshop.nl

Eigenlijk vreemd dat Özcan die baan als schrijver heeft, en ik niet. Zo heeft hij een strafblad en ik niet. In de literatuur wordt dat strafblad blijkbaar ook nog beloond, want Özcan brak door met het autobiografische Eus, waarin hij zijn eigen Michel van Egmond is en zijn zwarte bladzijdes omtovert in een biechtboek met bravoure. De harde waarheid is, vermoedelijk dat Özcan goed schrijft, hard en in klare taal. De Theo Janssen van de literatuur. No-nonsens, weinig opsmuk. Het enige lastige aan zijn teksten is zijn naam.
fullsizerender4
Mijn jaloezie sloeg bij de kennismaking op het station van Deventer snel om in sympathie. Özcan bleek een aardige kerel. En een geestverwant. Zo vroeg ik hem of hij als literair auteur niet in de Amsterdamse grachtengordel moet wonen in plaats van in de Koekstad. “Ik heb er effe gewoond, maar ik heb niks met Amsterdam”, antwoordde hij. “Lees mijn column Als Amsterdam een ras was, dan was ik een racist maar eens.“ In deze column zet Özcan de vanuit de provincie naar Amsterdam geëmigreerde, ingewikkelde biertjes zuipende hipsters neer als mensen die het in Amsterdam wonen beschouwen als het lopen in bepaalde merkkleding, een manier om je te verheffen boven de rest.

Het werd uiteindelijk de beste maandagavond uit mijn leven. Lees over die avond, Özcan Akyol en de unieke Eagles-sfeer – met schitterende foto’s van Thijs Brouwers – in het nieuwe magazine.

Staantribune #8 is verkrijgbaar bij meer dan duizend verkooppunten in Nederland en België en in de webshop (ook zonder verzendkosten met nummer 7!). Of word nu lid van Staantribune en ontvang het magazine automatisch op de mat.
fullsizerender3