Als er iemand is wiens carrière is gekenmerkt door de oorlog, dan is het wel Hans Pesser. De in Wenen geboren speler heeft een prijzenkast en carrièrepad die het Oostenrijk van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog laten zien. De annalen van zijn loopbaan tonen de tranen van het Oostenrijk in de decennia na het Habsburgse Rijk. Een chronologische geschiedenis die zich het makkelijkst laat lezen als: Oostenrijk-Hongarije werd Oostenrijk, werd Ostmark en vervolgens weer Oostenrijk.

Pesser, geboren in 1911, beleefde zijn kleuterjaren tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Radetzkymars, die de tonen van zijn prille jeugd vormden, verstomde na Versailles. De muziek die tijdens het Oostenrijk-Hongaarse Rijk door elke stad schalden, gingen over in het geroezemoes van de Weense koffiehuizen. Waar de Radetzkymars het symbool was voor de eenheid van vóór de Eerste Wereldoorlog, waren de koffiehuizen juist bronnen van diversiteit. Oostenrijk had in de jaren twintig en dertig een grillig politiek klimaat waarin economische malaise, politieke tegenstellingen en geweld de boventoon voerden. Juist in die sfeer ontspon zich misschien wel het beste landenteam dat het Europa van voor de Tweede Wereldoorlog kende.


Hans Pesser circa 1940

Het Oostenrijkse Wunderteam kwam voort uit de koffiehuizen. Midden jaren twintig had Oostenrijk de eerste profcompetitie op het Europese vasteland. In de koffiekamers kwamen spelers, trainers en fans bijeen. Iedere club had zijn eigen taverne. Daar werden tactieken bepaald, opstellingen gemaakt en ideeën bedacht.

In die sfeer groeide de jonge Pesser verder op. Hij werd lid van Rapid Wien en debuteerde daar op achttienjarige leeftijd. De aanvaller was hierdoor deelgenoot van de beste periode in het Oostenrijkse clubvoetbal. De Mitropacup (de voorloper van de Europacup) was menigmaal voor een Oostenrijks team en binnen de stadsgrenzen vochten de verschillende Weense teams voor vaak meer dan 50.000 mensen hun duels uit.

Op zijn eerste interland in dienst van het nationale team moest Pesser wachten tot 1935. Begin jaren dertig was de concurrentie voorin zo groot bij het Oostenrijkse elftal, dat Pesser niet in beeld kwam. Nadat het Wunderteam op het WK van 1934 hopeloos faalde, kwam er ruimte voor nieuwe spelers. Pesser greep zijn kans en op 23-jarige leeftijd maakte hij in zijn thuisstad zijn debuut tegen Italië. Hij zou uiteindelijk nog zeven caps voor zijn vaderland. Toen verstoorde Hitler bruut zijn Oostenrijkse interlandcarrière. Op 13 maart 1938 rolden de Duitse tanks Oostenrijk binnen. In zijn streven naar het Groot-Duitse Rijk had Hitler het voorzien op de Alpenstaat. Hij annexeerde het land en de Anschluss was een feit. Oostenrijk was vanaf dat moment niet meer dan een Duitse provincie met de naam Ostmark.

Voorafgaand aan Zwitserland – Duitsland op het WK van 1938 Vanaf links naar rechts: Hans Mock, Rudi Raftl, Willi Schmaus, Jupp Gauchel, Rudi Gellesh, Ernst Lehner, Paul Janes, Willi Hahnemann, Anderl Kupfer, Hans Pesser, Albin Kitzinger

Beide landen hadden zich echter wel geplaatst voor het wereldkampioenschap van 1938. Oostenrijk moest de deelname afzeggen omdat het nu een gedeelte van Hitlers Derde Rijk was. Aan de Duitse bondscoach Sepp Herberger de taak om één team te smeden van de Duitse en Oostenrijkse internationals. Beide teams speelden nog één interland apart van elkaar. Duitsland tegen Engeland, op zaterdag 14 mei (hierover is meer te lezen in Staantribune #12) en Oostenrijk een dag later tegen Aston Villa. Beide potten waren in Berlijn. Echter, om tactische redenen werd Pesser geruild met de Duits international Jakob Streitle. Zo was Pesser de eerste Oostenrijker die namens Duitsland in actie kwam. Hij scoorde die wedstrijd ook meteen.

Pesser sloot zijn carrière een jaar later af om zich vervolgens op het trainerschap te richten. Hij werd eindverantwoordelijke bij zijn grote liefde Rapid Wien in de periode 1945-1953. Oostenrijk was toen nog een bezettingszone van de geallieerde machten, maar had wel zijn eigen competitie. Hij haalde in die periode vier landskampioenschappen met als belangrijkste speler Ernst Happel. De latere Feyenoord-trainer zag in zijn oude leermeester een groot voorbeeld. Van Pesser wordt dan ook gezegd dat hij een van de vele vaders is van het Nederlandse totaalvoetbal.

In 1953 maakte Pesser de overstap naar Wiener Sport Club, waar hij eind jaren vijftig nog tweemaal kampioen werd. Oostenrijk was inmiddels de staat geworden die wij nu kennen en Pesser werd in de nadagen van zijn carrière nog een erebaantje gegeven. Hij was in de jaren 1967 en 1968 bondscoach van het land dat hij door oorlog in vele hoedanigheden had meegemaakt en aan het einde van zijn voetbalcarrière eindelijk tot rust was gekomen.

Afbeelding bovenaan: https://impromptuinc.wordpress.com
Afbeelding Pesser: http://www.fanphobia.net/profiles/hans-pesser

Dit verhaal is eerder verschenen op voetblah.nl.