Ik was zaterdagmiddag verdwaald in de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Dat ik geen uitgang zag, vond ik niet erg. Bluesmuziek, een goede kop koffie en een scala aan voetbaltrivia. Beter wordt een regenachtige novembermiddag niet.

Die avond kwamen vrienden eten. Snert, roggebrood met katenspek en speciaalbier. Het cliché van een herfstdag werd tot in treurnis uitgemolken. De gesprekken waren echter niet interessant. Alle aandacht werd opgezogen door de atlas. Even snel je oude voetbalclub opzoeken op een kaart. Op welke positie is mijn favoriete voetbalclub door de jaren heen geëindigd in de eredivisie. Het is meer dan een atlas; een kleine encyclopedie, een grote almanak. 

Zaterdag zag ik waar in mijn ogen de atlas voor is bedoeld. Bladeren, plaatjes kijken, kaarten uitpluizen, trivia opsnuiven; in willekeurige volgorde, voor ieder wat wils. De atlas is onderverdeeld in verschillende categorieën en alle facetten van het Nederlandse voetbal komen erin voor. Op ene bladzijde kijk je nog naar de Europese wedstrijden die SC Heerenveen heeft gespeeld, een paar pagina’s later kun je zien welke voetbalclubs de gemeente Dongen allemaal herbergt.

Het is een schitterend document en prachtig vormgegeven. Alle reden voor Staantribune om contact op te nemen met een van de initiatiefnemers achter dit prachtige project. Jurryt van Vooren is in het land der sporthistorici een bekende verschijning. De Amsterdammer, waarbij het hart sneller klopt voor Feyenoord, beheert al jarenlang de site sportgeschiedenis.nl. Schreef meerdere artikelen en columns voor landelijke dagbladen en werkte mee aan een televisieprogramma zoals Andere Tijden Sport. Dit is maar een kleine greep uit het omvangrijke oeuvre van de historicus. Niet gek dat hij een van de vier grote krachten was achter de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Van Vooren nam bijna het volledige schrijfgedeelte op zich. “Op een klein stukje over het PSV-stadion na”, laat hij aantekenen. Om te vervolgen met:

“Het maken van de atlas was een ontdekkingstocht door bekend gebied. Als sporthistoricus kom je op veel verschillende terreinen. Een voorbeeld hiervan is de taal. Je ziet rond de Eerste Wereldoorlog dat de voetbalwereld steeds meer Nederlandse woorden gaat gebruiken. Captain werd aanvoerder, header kopbal en keeper doelman. Maar ook de economie komt om de hoek kijken. De Kuip en De Goffert werden gebouwd tijdens de crisis van de jaren dertig en waren vooral bedoeld als werkverschaffingsprojecten. Zo zijn er vele voorbeelden in het boek te noemen: geloof, infrastructuur en het veiligheidsbeleid. Ik heb me dus op de organisatorische kant van het voetbal gefocust. In de atlas staat dus niets over tactische wijzigingen door de jaren heen.’’

“Veiligheid was voor mij een nog vrij onbekend terrein. Ik heb daarvoor bijvoorbeeld Friso Schotanus geraadpleegd. Hij is de schrijver van het boek Toen was geweld nog heel gewoon over hooliganisme. Ik wilde de bevindingen na mijn bronnenonderzoek aan hem voorleggen. Kijken of hij er ook zo over dacht. Bijvoorbeeld dat hooligans anno 2017 een beheersbaar probleem zijn. Hij was het daar mee eens. Ook leuk om te weten: bij Ajax en Feyenoord zijn gemiddeld minder politieagenten per duizend toeschouwers aanwezig dan bij een wedstrijd van bijvoorbeeld Fortuna Sittard of Almere City. Daar kom je door dat bronnenonderzoek achter.”

“Natuurlijk konden we niet alle onderwerpen die we wilden in de atlas kwijt. Soms waren er niet genoeg gegevens. Als iets in die atlas komt, dan moet het goed zijn en feitelijk correct. Ik had zelf bijvoorbeeld een overzicht willen maken van alle leden van Ajax vóór de Eerste Wereldoorlog. Waar kwamen ze vandaan, wat was de sociale samenstelling van de club. Maar ook wat de machtsgreep van Bouterse voor invloed had op Ajax. Niet alleen het eerste elftal, maar ook in de jeugd. Al die Surinaamse spelers die daar voetbalden. Mijn stelling is dat Ajax dankzij Bouterse de Champions League van 1995 won. Ik heb nog niemand gevonden die het kan ontkrachten. Maar ik moet wel voldoende bewijs hebben.”

“Er is van enorm veel bronnen gebruikgemaakt. Ik woon zowat in Delpher. Maar onder andere de Universiteit van Groningen, de eredivisie en eerste divisie, de KNVB, het Huygens Instituut, Voetbalstats.nl, Voetbalkroniek.nl, en Hollandsevelden.nl zijn onmisbare bronnen bij de atlas. Daardoor kom je ook aan veel nerdfacts. Wanneer werd er voor het eerst in Nederland onder kunstlicht gespeeld? Welke voetbalwedstrijd in Nederland trok de meeste bezoekers? Maar ook zaken die voor de massa onbekend zijn en maar leven bij een kleine groep komen in de atlas naar voren. Dat Gerrit Visser, geboren te Nieuwendam (nu Amsterdam) en speler van Stormvogels, de eerste Nederlandse profvoetballer was.”

“Je ziet in de atlas ook terug welke rol religie speelt in de ontwikkeling van het voetbal. Er is een afbeelding met een overzicht van alle zaterdag- en zondagclubs. Hier is precies te zien waar de biblebelt ligt. Als je het overzicht van de zaterdag- en zondagclubs van nu legt naast een kaart uit 1850 over waar welke gelovigen wonen, dan komt die voor een groot gedeelte overeen. Wat me het meest heeft verwonderd is de rol die het katholicisme heeft gespeeld in de ontwikkeling van het voetbal na de Eerste Wereldoorlog. Ze mochten als eerste van alle geloofszuilen voetballen maar natuurlijk wel alleen in een katholieke competitie. Je ziet daardoor een enorme groei van het aantal katholieke clubs tot aan de Tweede Wereldoorlog.”

“Voetbal is geen onderdeel van de maatschappij, het is de maatschappij. Voetbal is de spiegel van de tijd. De verzuiling, de discussie over Amrabat en Ziyech, of bijvoorbeeld de emancipatie van de vrouw. Dat er redelijk veel over vrouwenvoetbal in staat, komt trouwens niet door het afgelopen EK, dat was altijd al de bedoeling. Natuurlijk gaat het vooral over mannenvoetbal. Mannen hebben een veel grotere impact gehad op het Nederlandse voetbal dan vrouwen. Maar het EK in Nederland van afgelopen zomer gingen we sowieso meenemen. De Oranje-dames kwamen steeds verder, dus ik moest steeds meer uitgummen en herschrijven. Tot wat het nu geworden is.”

“Het is kijken of het een succes wordt. Ik hoor veel positieve verhalen en hoop op een herziene druk. Ik heb zelf al een paar foutjes ontdekt. In een nieuwe druk kunnen we die eruit halen en weer andere dingen erin zetten. Daarnaast ben ik benieuwd of een Atlas van het voetbal ook voor andere landen te maken is en zodoende te vergelijken. Nederland is natuurlijk behapbaar en heeft goed bijgehouden archieven waar je uit kan putten. Maar ik ben benieuwd hoe dat bijvoorbeeld in Spanje of België eruitziet. Maar eerst eens kijken hoe deze atlas bevalt en wat de mensen ervan vinden.’’