Roel Cramer is assistent-coach van Qingdao Red Lions FC en werkzaam als manager van de jeugdafdeling van de club. Voor Staantribune schrijft hij elke maand een column over zijn verblijf in China en over het Chinese voetbal.

In den beginne was er de bal. Maar waar deze bal op een manier begon te rollen waardoor het een voetbal werd, daarover zijn de meningen verdeeld. Calcio Fiorentino, Knattleikr en Harpastum zijn enkele balsporten die worden gezien als voorloper van het huidige voetbal. Maar om naar de oorsprong van de voetbalsport te gaan, moet je volgens de FIFA in China zijn.

Om precies te zijn in de provincie Shandong, waar ruim voor het begin van onze jaartelling tegen een bal werd getrapt. Dat werd toen Cuju genoemd. Om die reden is er een aantal jaren geleden in de plaats Linzi (op zo’n drie uur rijden van Qingdao) een gigantisch voetbalmuseum gebouwd. Afgelopen maand bezocht ik de bakermat van het voetbal om met eigen ogen te zien waar het ooit allemaal begon.Bij aankomst in Linzi vallen de verwijzingen naar Cuju direct op. Grote beelden van langharige Chinezen die tackelend een bal van elkaar proberen te veroveren. Eenmaal bij het museum kun je niet om de grootte van het gebouw heen. In de nabije toekomst wordt er naast dit gigantische museum een voetbalpretpark geopend en zal de nu nog stille omgeving meer reuring krijgen. Het museum (toegang vijf euro) blijkt uit drie gedeelten te bestaan: een gedeelte over Cuju, een gedeelte over het moderne Chinese voetbal en een gedeelte over het voetbal in de rest van de wereld. Voor de entree van de Cuju-afdeling staat een immense plakkaat van kopergoud met daarop figuren die de balsport in verschillende hoedanigheden beoefenen. Van Hollandse kneuterigheid is in Chinese musea over het algemeen geen sprake. 

De sport Cuju wordt van kop tot staart belicht. Dit gebeurt in de vorm van teksten, tekeningen en maquette. In vrijwel iedere zaal bevindt zich een soort van Asterix-en- Obelixdorpje, bewoond door talloze figuren (soldaten, vrouwen of kinderen) die een bal hoog houden. De voorstelling geeft de sport vanaf de derde eeuw voor Christus tot en met de zestiende eeuw weer. Verandering van spelregels en populariteit worden keurig vermeld. Ook wordt beschreven hoe snel de sport zich verspreidde over het Chinese Keizerrijk en zelfs daarbuiten. Het aantal platen met daarop een steeds groter wordend Chinees Rijk zijn ontelbaar. Zoals bekend zijn de Chinezen niet vies van een beetje chauvinisme.Verderop in het museum wordt door middel van een Eftelingachtige Fata-Morgana-voorstelling uitgelegd hoe de Cuju-ballen werden vervaardigd en hoe ze in de loop der eeuwen veranderden van vorm. Opvallend is daarnaast de aandacht voor Cuju dat werd gespeeld door vrouwen van goede komaf en de enorme hoeveelheid beelden van kinderen die zich bezighouden met een voorloper van het huidige Freestyle Football, Xieshu genaamd. Op de binnenplaats van het museum is een Cuju-speelveld nagebouwd zoals dat rond het jaar 700 gebruikelijk was. Het lijkt een beetje op het Zwerkbalveld uit de Harry Potter-films. Overigens worden er in de zomer tot op heden nog steeds wedstrijden gespeeld op verschillende plaatsen in de provincie.Over het gedeelte met betrekking tot het Chinese moderne voetbal kan ik niet veel zeggen, het is namelijk nogal kort. Slechts een kleine zaal met wat foto’s van Mao Zedong die het nationaal elftal bezoekt en wat foto’s van de Chinese voetbalcompetitie door de jaren heen. Zoals gebruikelijk in China geen woord over de corruptie en omkopingsschandalen uit het verleden, waardoor op een gegeven moment zelfs de landelijke voetbalcompetitie werd geschrapt.

Verder staat men kort stil bij de grote successen in het vrouwenvoetbal en ze besteden daarnaast aandacht aan de Chinezen met een carrière in de Europese voetbalcompetities. De deelname aan het WK in 2002 wordt zijdelings vermeld. Al met al behoorlijk karig. Opvallend is dat het hele gedeelte over Cuju bijschriften in het Engels heeft, maar dat is bij het gedeelte over het moderne Chinese voetbal niet zo.

Het gedeelte over het voetbal in de rest van de wereld voldoet gelukkig ruimschoots aan mijn verwachtingen. Er bevindt zich een lange Europese straat in het museum, compleet met café en kerk, met uitleg over het voetbalspel in Europa. Uiteraard komen clubs als Notts County en Sheffield voorbij en zelfs voor de voetbalhumor van Paul Gascoigne is een plaatsje ingeruimd.

 Wie ook niet ontbreekt, is Joseph Blatter. Met een grote buste, zijn handtekening op verschillende voorwerpen en talloze foto’s, waaronder van zijn bezoeken aan China en het museum in opbouw, is hij prominent aanwezig. Zelfs op de voorgevel van het museum mag zijn handtekening niet ontbreken. Wat wel ontbreekt is een verwijzing naar de onthullingen van de afgelopen jaren. In Chinese ogen is Blatter zo te zien nog niet door de mand gevallen. En Nederland? In de beeldentuin zijn levensgrote standbeelden van zowel Johan Cruijff (herkenbaar) als Marco van Basten (onherkenbaar) te zien. Verder komen de goede prestaties op WK’s aan bod. Een zwart-witfoto van Gullit en Michels op de fiets is een van de vele verwijzingen naar het Nederlands Elftal.
Dat ook de Vader des Vaderlands een plaats heeft gekregen in dit Chinese voetbalmuseum deed mijn ogen drie keer knipperen. Naast een uitleg over het middeleeuwse voetbal in Europa, hangt een groot portret van Willem van Oranje. Zouden ze in het verre China dan meer weten over de verwevenheid van de Prins van Oranje met de voetbalsport? Een korte blik op het Chinese bijschrift deed mijn hoop op een primeur van nationaal belang vervliegen. Blijkbaar is het voor de Chinezen lastig om het portret van de Normandische Koning Willem de Veroveraar en Prins Willem van Oranje Nassau uit elkaar te halen. Benieuwd of ze deze misser ooit zullen ontdekken.

Na een wandeling van dik twee uur zat het bezoek aan het voetbalmuseum erop. Bij de uitgang word je uitgezwaaid door David Beckham en twee ‘schone’ dames. En hoe gaat het met de Rode Leeuwen? Afgelopen maand is het weer in Qingdao drastisch omgeslagen. Waar je begin oktober nog gerust met een T-shirtje de spreekwoordelijke ‘wei’ in kon, zijn nu twee lagen kleding extra geen overbodige luxe. Onder leiding van hoofdcoach Gert Heerkes wordt er nog steeds fanatiek getraind. In het weekend worden er vriendschappelijke wedstrijden gespeeld tegen verschillende lokale teams. Verder waren wij als jeugdcoaches aanwezig op het grote internationale scholentoernooi van Qingdao. Kortom, ook in de koude wintermaanden is er genoeg te doen.

Zai Jian!