Het is 16 november 1986 en het Nederlands Elftal speelt een kwalificatiewedstrijd voor het EK in 1988 tegen Polen. Plaats van handeling is het Olympisch Stadion in Amsterdam en ik ben erbij, met wat Bredase voetbalvrienden. De omstandigheden zijn regenachtig en de Zangeres Zonder Naam staat op het veld haar levensliederen over het publiek uit te storten. Ze zingt over Mexico, waar Nederland ontbrak eerder dat jaar. De regen kan dus met een gerust hart als een hemelse huilbui worden gezien.

Onvergetelijk
We hebben kaartjes voor de tribunes voor de wielerbaan, slechtere plaatsen zijn in het Olympisch niet denkbaar. Om op die gammele tribunes te komen moeten de supporters door een tunnel die onder de tribunes doorloopt. Het verlaten van die tunnel is onvergetelijk: we zien een tjokvol Olympisch opdoemen, gonzend van verwachting. We kunnen niet meer terecht op de tribune en blijven daarom maar in de tot modder getransformeerde gravel staan. Wat maakt het uit, het Nederlands Elftal heeft de eerste wedstrijd van de reeks, in en tegen Hongarije, gewonnen en het team bulkt van het talent. Dit wordt ongetwijfeld een spektakel van de eerste orde.

Niet dus. Nederland krijgt wat kansjes en de orkaan van geluid die daardoor wordt veroorzaakt wordt prachtig, maar verder dan 0-0 komen de mannen van Rinus Michels niet. De teleurstelling die dat veroorzaakt, wordt grotendeels vergeten als de hekken naar het veld open gaan. Men durft het niet aan om al die mensen ook op weg naar de uitgang door die krappe tunnel te sturen, daarmee misschien wel een stadionramp voorkomend. We mogen over het veld het Olympisch verlaten, door de Marathonpoort. Zeiknat zijn we al, dus al slidings nemend op de doorweekte grasmat en de middenstip kussend gaan we op weg naar onze bus. Nederland-Polen staat in het geheugen gegrift en dat kwam niet door Gullit, Van Basten en Rijkaard.

Verdwenen charme
Tegenwoordig is het Olympisch een cultureel verantwoorde hangplek voor modern volk. De tribunes achter de doelen werden eind jaren negentig in het kader van een grootscheepse renovatie tot hun oorspronkelijke grootte teruggebracht en waar ooit een wirwar van tientallen kleedkamers voor Olympische sporters en rare gangetjes werd gecreëerd, bevinden zich nu kantoorruimtes en cafés waar je koffie met veel melk kunt drinken. Alles beter dan sloop, maar de charme van die ouwe betonnen pisbak is wel een beetje verdwenen.

Na die wedstrijd in 1986 kwam ik er nog vaak en probeerde telkens iets van de sfeer vast te leggen. De eerste foto is de tunnel waar we ooit uitkwamen om Simon Tahamata nog naast de grote drie van (toen nog niet) Milaan te zien spelen.