Elke week plaatsen we een gedeelte uit een van de hoofdstukken van ‘Van Middlesbrough naar Millwall’ (alleen te koop in de webshop mét presentje). Hoofdstuk zes gaat over Northern Soul, dé muziek voor voetbalsupporters uit Noord-Engeland. Het epicentrum van deze muziek was Wigan, een grauwe industriestad in Lancashire. 

Wigan is een leuke stad om uit te gaan. In King Street heb je veel kroegen naast elkaar en het is nog niet kapotgemaakt door vervelende hipsters. Eigenlijk kun je beter hier gaan stappen dan in Manchester als je een authentieke Engelse ervaring wil meemaken. Veel leuker. Vroeger, ik heb het nu over de jaren zeventig, was Wigan zelfs de place to be. Uit het hele land kwamen mensen naar de stad voor een bepaalde club: Wigan Casino. Op haar hoogtepunt had deze disco meer dan honderdduizend leden en stonden mensen uren in de rij om naar binnen te mogen. Het blijft gek dat in een grauwe industriestad het mekka van stappend Engeland stond, maar als clubber werd je niet serieus genomen als je Wigan Casino niet op je vincklijst had staan. De reden? Northern Soul.


Northern Soul heeft eigenlijk niets met Noord-Engeland te maken. Tenminste, de muziek werd daar niet gemaakt. Het was zwarte muziek uit de Verenigde Staten met een hoog tempo. Oersaaie burgermannetjes geven vaak af op voetbalfans en vinden hen het schuim der aarde, maar in de jaren zestig waren zij het die trends verspreidden over het land. Weinig mensen reisden zoveel als supporters, die iedere twee weken in een andere stad waren. Daar werden nieuwe trends opgepikt. Voetbalfans wisten vaak als eerste welke kledingstijl en muzieksoort hip waren. Of zij maakten het hip. Eén van die trends was de snelle soulmuziek van Motown. Supporters van clubs uit Noord-Engeland kochten platen in Londen, namen die mee, gaven ze aan de lokale DJ’s en het sloeg enorm aan. Het duurde niet lang voordat het dé muzieksoort was die in Noord-Engelse clubs werd gedraaid en een nieuwe subcultuur was ontstaan. 

De man die de term Northern Soul verzon was Dave Godin, een muziekjournalist die in de jaren zestig en zeventig een platenzaak had in Covent Garden. Godin: “Ik gaf de naam aan die muziek, omdat mijn personeel dan meteen wist waar ik het over had. Als voetbalsupporters uit Noord-Engeland in mijn zaak kwamen, waren ze altijd op zoek naar snelle soulmuziek. Zelfs toen die trend over was in de Verenigde Staten en men daar overging op funk, bleven de noordelingen trouw vasthouden aan de soul uit midden jaren zestig. Ik vertelde mijn personeel dat zij geen moeite hoefden te doen om de nieuwste platen te draaien als er noordelijke voetbalfans in de zaak kwamen. Geef ze wat ze willen: Northern Soul. Die term is blijven hangen.”

Befaamd waren de all-nighters, die rond middernacht begonnen en pas de volgende ochtend ophielden. Het waren de voorlopers van de raves uit de jaren negentig. Net zoals daar werd er tijdens de all-nighters ook volop drugs gebruikt. Met name amfetamine was erg populair. Het waren avonden waar het niet ging om zoveel mogelijk te drinken, zoals in de pubs, maar om het dansen. Ook dat had Northern Soul gemeen met de latere housemuziek. De eerste befaamde clubs waren in Manchester (Twisted Wheel) en Stoke-on-Trent (The Golden Torch). In die tweede stad werd ook het beroemde Northern Soul-logo ontworpen, met de gebalde vuist en de tekst Keep the Faith. De vuist was afgeleid van de Amerikaanse Black Power-beweging. Noord-Engelsen voelden een verwantschap met de zwarte bevolking uit de VS, want ook zij werden niet voor vol aangezien.

In 1973 opende Wigan Casino haar deuren voor de eerste all-nighter en binnen een paar weken wist iedereen in Noord-Engeland dat je daar moest zijn. Er konden 1200 mensen naar binnen, maar nog was het te klein. Al uren voordat de club openging, stonden er lange rijen. Wat Wigan Casino zo uniek maakte, waren de DJ’s. Zij speelden niet de bekende platen, maar juist obscure muziek. Voor de nieuwste muziek moest je daarom in Wigan Casino zijn. De concurrentiestrijd onder DJ’s was zo groot dat velen valse labels op de platen plakten, zodat niemand wist wat de naam van de artiest was. Ook op de dansvloer heerste er veel rivaliteit. De beste dansers mochten vooraan staan, vlak bij de DJ. Had je een slechte dag, dan moest je verder naar achteren.

Als je wil weten hoe Northern Soul klinkt dan zijn Tainted Love van Gloria Jones, There’s A Ghost In My House van R. Dean Taylor en Frank Wilson’s Do I Love You goede nummers om een idee te krijgen. Ik ben zelf geen soulkikker, maar Northern Soul vind ik best aardig om te horen. Zeker als ik in Noord-Engeland ben. Het hoort er daar echt bij. Ooit zat ik eens in Hull in een kroeg waar ze veel Northern Soul draaiden en dat was wel heel mooi. Op dat moment klopte echt alles.

Helaas wordt de muziek niet meer zo heel vaak gedraaid. Tijdens mijn stapavond in Wigan zelfs helemaal niet. Wigan Casino zelf werd in 1981 al platgegooid. Op die plek staat nu een winkelcentrum. Er is wel een blauw gedenkbordje geplaatst. Het hangt naast een foute winkel. Ook is er in het winkelcentrum een klein Northern Soul-museumpje gemaakt met foto’s, kleding en platen. Een klein aandenken aan de tijd dat Wigan voor heel even de hipste plek van Engeland was.