Zo kan het dus ook. Terwijl Nederland aan de gourmettafel zit of diepongelukkig op de meubelboulevard wandelt, wordt in Groot-Brittanië gevoetbald op tweede kerstdag. Het is de speeldag waarop veel clubs het hoogste toeschouwersaantal van het seizoen bijschrijven. In Noord-Ierland worden traditioneel alleen derby’s gespeeld. De grootste daarvan is Glentoran-Linfield, tussen de twee succesvolste clubs van het land. Staantribune ging op bezoek bij El Belclasico.

Belfast ligt er verlaten bij op Boxing Day. De winkels zijn nog dicht, net zoals de meeste kroegen. Hier en daar is een koffietentje open en in het centrum lopen wat mensen doelloos rond. De enige opvallende persoon is een dronkaard die op de grond ligt te slapen. Waarschijnlijk heeft hij een heftige kerstavond gehad, want hij is veel te netjes gekleed voor een dakloze. Hij heeft een pylon stevig in zijn armen geklemd, terwijl de miezer zijn jas en broek langzaam doorweekt. Voor het Europa Hotel, dat tijdens de Noord-Ierse burgeroorlog 28 keer een bomaanslag kreeg te verwerken, staat een gapende portier. Niets wijst erop dat vandaag in Belfast de belangrijkste wedstrijd van het jaar wordt gespeeld. Sportief is het niet meer de grootste wedstrijd. Linfeld staat derde, Glentoran zesde en moet uitkijken dat ze ‘the split’ (de competitie wordt in maart in tweeën gedeeld in twee groepen van zes, een kampioensgroep en een degradatiegroep) niet gaan missen. Toch blijft deze wedstrijd dé klassieker van Noord-Ierland.

Pas aan de rand van de stad is er wat leven. In de pub Ronnie Drews worden voetballiederen gezongen. De aanjager van deze gezangen is Donald, een fanatieke Glenman. Hij is al aardig in de olie, maar de drank maakt hem niet overmoedig. Hij heeft er weinig vertrouwen in vandaag: “We gaan straks weer verliezen. De laatste jaren zijn we ontzettend slecht in de derby. Die wankers winnen bijna iedere keer. We hebben één keer gewonnen de laatste dertien keer. Eén keer! Zo’n slechte reeks hebben we nog nooit in de geschiedenis meegemaakt. Maar ik ben vooral blij dat ik vandaag het huis uit kan. Zo’n eerste kerstdag is doodsaai, ik verveelde mij echt kapot bij de schoonfamilie, dus wat is dan lekkerder om de dag erop naar The Oval te gaan? Er is niets mooier dan voetbal op Boxing Day.” Daarna zet hij weer een lied in over hoe graag hij een vogel zou zijn, zodat hij het stadion van Linfeld vol kan schijten. Zijn maten zingen hardop mee, de vazen bier hoog in de lucht.

East Belfast
Om bij The Oval, het stadion van Glentoran, te komen, moet je de rivier de Lagan oversteken. Eenmaal over de brug kom je in een totaal andere wereld terecht. East Belfast hoort niet bij de provincie Armagh, zoals de rest van de stad, maar bij Down. Het is een door-en-door protestants-loyalistisch gebied. Overal zie je Britse vlaggen wapperen, rood-wit-blauw geschilderde stoepranden en muurschilderingen ter ere van paramilitaire groeperingen als de UDA en de UFF. Dat waren de loyalistische tegenhangers van de IRA, met duizenden doden op hun geweten. Vanaf de zijkanten van de huizen kijken geschilderde mannen met bivakmutsen en volautomatische wapens je dreigend aan. Sinds het Goede Vrijdagakkoord uit 1998 is het een stuk rustiger in Belfast, maar onderhuids sluimert de strijd nog. De burgeroorlog mag dan wel vergeven zijn, vergeten is hij nog lang niet.

Ondanks de overdaad aan Britse symbolen, is het juist Linfeld en niet Glentoran dat bekend staat als de überloyalistische club. Glenman Craig Mackenzie legt dat uit, terwijl hij zijn vaste plekje op de staantribune opzoekt: “Wij zijn altijd de club geweest waar iedereen welkom was, of je nu protestant of katholiek bent. Bij Linfeld was dat niet het geval. Daar waren tot begin jaren negentig geen katholieken welkom op de tribunes of op het veld. Linfeld is de Noord-­Ierse variant van Glasgow Rangers. Ze hebben dezelfde clubkleuren en zijn beide helemaal gek van het Britse koningshuis. In hun kleedkamers hangen zelfs foto’s van koningin Elisabeth. Ik hoop dat onze jongens een wat aantrekkelijkere dame aan de muur hebben hangen, haha. Linfeld komt uit de wijk Windsor en heeft zelfs Windsor Castle in hun logo staan. Het is geen verrassing dat ze diepe banden met Rangers hebben. Ze passen ook goed bij elkaar: al hun supporters zijn tossers, haha.”

Vanaf het naastgelegen Queen’s Island slaan Samson en Goliath het zich langzaam vullende stadion gade. Deze twee knalgele kranen in de dokken van Belfast zijn hét symbool van de stad. Samson en Goliath zijn bijna vanaf elke plek in Belfast zichtbaar. Op Queen’s Island werden jaarlijks tientallen schepen gebouwd door rederij Harland & Wolf. Het bekendste schip was de Titanic, de onzinkbare boot. Er zijn grote en duurdere schepen gebouwd, maar door de ramp spreekt de Titanic het meeste tot de verbeelding. Tussen alle muurschilderingen rondom het stadion van boze gewapende mannen is er ook eentje te zien die opgedragen is aan de Titanic. Het is een indrukwekkende mural. Glentoran is altijd de club geweest van de scheepsbouwers en havenarbeiders. De volksclub tegenover het meer elitaire Linfeld. Ooit werkten er 35.000 mensen bij Harland & Wolf, maar vandaag de dag worden er geen schepen meer gebouwd in Belfast. Er heerst dan ook veel werkloosheid in de wijk, maar de trots op het verleden blijft. Harland & Wolf, Glentoran en George Best zijn de heilige drie-eenheid van East Belfast.

George Best
De vijfde Beatle is niet ver van The Oval geboren en ging in zijn jeugd altijd met zijn opa naar Glentoran kijken. Best mocht zelfs een keer op proef komen bij zijn favoriete club. De slechtste scout ter wereld vond hem maar niets. Volgens deze Stevie Wonder van het Noord-Ierse voetbal was Best technisch heel goed, maar veel te tenger en klein om profvoetballer te worden. De dribbelaar werd afgetest, ging naar Manchester United, won daar de Europa Cup I en wordt gezien als de beste Britse voetballer allertijden. Pas in 1982, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Glens, stond Best voor het eerst in een Glentoran-shirt op het veld van The Oval. Het was een erewedstrijd tegen Manchester United. Best heeft later ooit in een interview toegegeven dat zijn carrière alles had, maar dat hij graag een keer op The Oval de derby tegen Linfeld had gespeeld.

Of de derby vandaag doorgaat, is maar de vraag. Het regent al dagen in Belfast en op het veld zijn verschillende plassen water te zien. De wedstrijd is een uur uitgesteld om al het water weg te pompen, maar de verwachting is dat het wordt afgelast. Financieel een finke tik voor Glentoran, dat al niet zo goed in de slappe was zit met een schuld van een miljoen pond. Waar de club normaal met moeite duizend man trekt, is het vandaag met 6.600 man volle bak. Eigenlijk kunnen er veel meer mensen in, maar dat wordt tegenwoordig als te gevaarlijk beschouwd, nadat de wedstrijd verschillende keren totaal uit de was hand gelopen. De afgelopen jaren kwam het een paar keer voor dat hooligans van Linfeld het veld bestormden en met flessen de fans van Glentoran bekogelden. Het werd zelfs zo erg dat in 2008 werd besloten de derby niet meer op Boxing Day te spelen, omdat het te gevaarlijk was. Pas sinds een paar seizoenen is de Boxing Day derby terug. Het ene jaar wordt die bij Glentoran gespeeld en het jaar erop bij Linfeld. De kerstwedstrijd levert zó veel op, dat de club die thuis speelt daar extra spelers van kan aantrekken.

Vandaag lijkt er geen derby te komen. In de catacomben van The Oval lopen de meesten met sombere gezichten rond. Een van hen is Stephen Reid. Hij is verantwoordelijk voor het onderhoud van het stadion en een Glenman in hart en nieren. “Het ziet er slecht uit. Gelukkig konden we de brandweer inhuren om het water weg te pompen van het veld, maar mocht er ergens een brand uitbreken het komende uur, dan moeten zij vertrekken en wordt de wedstrijd zeker afgelast. Dat zou erg jammer zijn, want deze wedstrijd is voor ons fnancieel van groot belang. Als het vandaag wordt afgelast, zal deze wedstrijd doordeweeks worden ingehaald en dan komt er minstens de helft minder aan toeschouwers.”

The Oval
Terwijl op het veld overal mannetjes met rieken in het gras prikken en de brandweer duizenden liters water wegpompt, schudt Reid zijn hoofd. Hij wijst naar het dak van de hoofdtribune: “Dat dak is de oorzaak van deze ellende. Vijftien jaar geleden werd dat gerepareerd, maar de zware machine die dat deed, viel naar beneden. Die klap heeft het irrigatiesysteem aan deze kant van het veld kapot gemaakt. Sindsdien hebben we altijd ellende als het regent. Het water stroomt maar niet weg. Wat dat betreft zou een verhuizing voor de club niet eens zo slecht zijn, hoe zeer ik dit stadion ook ga missen.”

‘De kerstwedstrijd levert zoveel op dat de club die thuis speelt daar extra spelers van kan aantrekken’

De verhuizing van de club is erg actueel. De kans is groot dat Glentoran The Oval, waar het al sinds 1903 speelt, gaat verlaten. Objectief gezien een begrijpelijke beslissing. Glentoran krijgt tien miljoen pond van de overheid voor een nieuw stadion en The Oval is tot op de draad versleten. Eigenlijk is er sinds 1949 weinig aan veranderd. In dat jaar werd The Oval heropend, nadat het in de Tweede Wereldoorlog was platgebombardeerd. Het doel van Adolf Hitler was Harland & Wolf, dat oorlogsschepen bouwde, maar veel bommen kwamen verkeerd terecht. The Oval en veel huizen naast het stadion werden vernietigd. Glentoran kon een aantal seizoenen niet terecht in het eigen stadion en zwierf door Belfast. In 1949 kwam de club eindelijk weer thuis.

The Oval is door de geschiedenis historische grond en voor veel supporters zal het zwaar zijn om het stadion te verlaten. Stephen Reid beaamt dat: “Ik kom hier al sinds ik klein was. Zeker nu ik meewerk aan het onderhoud van het stadion, voelt het als een soort tweede huis. We gaan nu waarschijnlijk een stadion aan de andere kant van de snelweg bouwen, naast Samson en Goliath. Voor de club is dat beter, maar velen zullen The Oval missen. Dit stadion hoort bij Glentoran, zoals de clubkleuren dat ook doen. Maar het is nu zaak om snel te handelen. We mogen tot 2018 de subsidie van tien miljoen gebruiken, daarna wordt het bedrag teruggetrokken. Er is dus snelheid geboden. Vandaag zou dus zomaar de laatste Boxing Day derby op The Oval kunnen zijn. Ik hoop dus echt dat de wedstrijd doorgaat vandaag.”

Voor Reid en de 6600 andere toeschouwers komt om half drie het verlossende woord: de wedstrijd gaat door. Als het Glentoran – Warrenpoint Town was geweest, had de scheidsrechter de boel zeker afgelast. Het veld is namelijk nog steeds doorweekt, maar de belangen zijn te groot en daarom wordt er vandaag gevoetbald. Het veld oogt loodzwaar. Tiki-taka zal hier niet te zien zijn, maar die kans was ook klein geweest als er een biljartlaken had gelegen. In de Noord-Ierse competitie is het een kwestie van de bal zo hard en ver mogelijk naar voren schoppen en dan maar zien waar het schip strandt. Een soort oervoetbal.

Tifo en pyro
De mooiste momenten bij dit soort wedstrijden zijn de laatste minuten voor de aftrap. Beide supportersgroepen zingen tegen elkaar op, maken elkaar uit voor rukkers en de jonge gardes proberen elkaar uit de tent te lokken. Een van de fans van Linfield maakt met zijn handen het kom-maar-op-gebaar en trapt keihard tegen een hek aan om zijn statement kracht bij te zetten. Hij blesseert daarbij zijn voet. Hoongelach is zijn deel. Om zijn eer nog enigszins te redden, steekt hij zijn middelvinger op en maakt hij een keeldoorsnij-gebaar. Ondanks zijn Stone Island-jasje neemt niemand hem meer serieus. Op de houten tribune worden rookbommen en fakkels afgestoken door de thuisfans, terwijl de meegereisde Bluemen in het uitvak een tifo-actie hebben voorbereid met blauwe vellen. Het ziet er allemaal wat minder gelikt uit dan in Italië en Argentinië, maar de passie is vergelijkbaar. De Glenmen en de Bluemen zingen continu tegen elkaar en het aantal middelvingers en rukgebaren dat wordt uitgewisseld, is niet bij te houden.

‘Al hun supporters zijn tossers’

Jonge boefjes aan beide zijden dagen elkaar uit, maar daar blijft het bij. Niemand loopt het veld op vandaag. In het verleden werd er nog weleens iemand neergestoken rondom deze derby, maar tegenwoordig worden beide supportersgroepen vakkundig uit elkaar gehouden. Op het zompige veld speelt zich een wedstrijd af met veel goede bedoelingen, maar weinig kwaliteit. Nadat keeper Hogg van Glentoran een ‘Victor Krosje’ doet (hij werkt de bal zelf over de doellijn, zoals de legendarische Sparta-doelman in 2002), komt Linfeld op 0-1. Als het even later 0-2 wordt, is het feest in het uitvak. Het ‘Jingle bells, jingle bells, jingle all the way. Oh what fun it is, to beat the Glens on Boxing Day’ is in heel East Belfast te horen. Glentoran komt nog op 1-­2, maar daar blijft het bij. Linfeld blijft een kleine kans op de titel behouden, terwijl Glentoran moet oppassen om ‘the split’ niet te missen. Voor de Glenmen is die van groot belang, omdat ze dan weer een thuisderby tegen Linfeld hebben en dat betekent weer kassa.

Dit verhaal stond eerder in Staantribune nummer 5, na te bestellen in de webshop. In dit magazine ook een reportage over VfL Bochum, een openhartig interview met Orlando Smeekes, een reportage over de Zweedse voetbalclub Assyriska FF, die in 1974 werd opgericht door Assyrische vluchtelingen, een interview met de markante voetbaljournalist Iwan van Duren, een achtergrondartikel over de clubs in de Belgische Tweede Klasse en een fotoreportage over het Belgische Union Saint Gilloise.