Het internet bestond nog niet in 1990, dus een Panini-album was een onschatbare bron van informatie. Het WK in Italië was het eerste dat ik bewust meemaakte, dus ik ploos het boek helemaal uit. Bij de stadions, die ik allemaal fantastisch vond, viel mij één ding op. Wat was dat voor toren in Stadio Renato Dall’Ara van Bologna?

Meer dan zesentwintig jaar later sta ik dan eindelijk voor de Torre di Maratona. De toren is in het echt nog indrukwekkender dan op foto’s. Dankzij deze toren is het stadion van Bologna FC een van de meeste bijzondere van Italië. Stadio Renato Dall’Ara wordt dit jaar negentig. In al die jaren zag het een wonderteam veel titels pakken, een standbeeld van Benito Mussolini verschijnen en weer verdwijnen, werd het beschoten door Poolse soldaten, was het stadion het decor van de finish van een etappe in de Giro en werden er WK-wedstrijden gespeeld.

De Italiaanse stad Bologna heeft veel bijnamen. La Dotta, oftewel de Geleerde, omdat de Università di Bologna de oudste universiteit (1088) ter wereld is. La Grassa, De Dikke, vanwege de geweldige keuken. Spaghetti alla Bolognese is naast pizza het bekendste gerecht van de Italiaanse keuken. Ironisch trouwens, want als er iets is dat de Bolognesi niet eten is het wel spaghetti. Dat is een pastasoort uit Zuid-Italië, hun befaamde saus daar overheen gooien wordt gezien als een schande. In Bologna eten ze het met verse tagliatelle. De derde bijnaam is La Rossa, De Rode, vanwege kleur van de stenen waar veel gebouwen in Bologna van zijn gemaakt en die de stad haar unieke uitstraling geven.

In zo’n stad kon natuurlijk niet zomaar een lelijke betonnen bak worden neergezet. Bologna FC was in 1925 voor het eerst Italiaans kampioen geworden en wilde een echt stadion. Iets waarmee ze zich konden onderscheiden van de andere clubs. Geld was geen probleem. De Rossoblù waren namelijk de favoriete club van Benito Mussolini, op dat moment leider van Italië. Het is dan ook niet zuiver toeval dat Bologna FC zes van haar zeven landstitels won tijdens het bewind van Il Duce.

Het stadion werd op 29 mei 1927 officieel geopend met een interland tussen Italië en Spanje. Maar liefst 55.000 toeschouwers kwamen op deze wedstrijd af, destijds een ongekend aantal in het Italiaanse voetbal. Bekende groundhoppers als de Italiaanse koning Victor Emmanuel III en Mussolini waren aanwezig bij de opening. Zij zagen Italië met 2-0 winnen van Spanje.

Het stadion was ontworpen door een fascistische architect en werd Il Littoriale genoemd, een naam die meer stadions kregen in die tijd. Om het geheel nog wat bombastischer te maken, werd twee jaar later de Torre di Maratona gebouwd. Die is precies 42 meter en 19,5 centimeter lang en is nog altijd het middelpunt van het stadion. Voor wie het nu nog niet duidelijk was dat dit een fascistisch bouwwerk was, werd voor de toren een standbeeld van Mussolini op een paard neergezet. Op de top van de toren plaatste de architect een kitscherige gouden engel met de naam Overwinning. In het nieuwe stadion duurde het niet lang voor er successen waren. Bologna FC werd in 1929, 1936, 1937, 1939 en 1941 Italiaans kampioen. 

Árpád Weisz
Natuurlijk was het niet in het nadeel van de Rossoblù dat Mussolini en bondsvoorzitter Leandro Arpinati supporter waren van de club, maar daarmee worden veel mensen te kort gedaan. Bijvoorbeeld de Hongaarse jood Árpád Weisz, die van 1935 tot en met 1938 trainer was van de club. Weisz schonk de club twee scudettos (eerder was hij al met Internazionale Italiaanse kampioen geworden), maar moest de club in 1938 verlaten vanwege de nieuwe rassenwetgeving. Hij kwam uiteindelijk in Nederland terecht, werd trainer van DFC uit Dordrecht, behoedde die club van degradatie, werd in 1942 opgepakt en stierf in 1944 in Auschwitz. Op de gevel van Stadio Renato Dall’Ara hangt een groot gedenkteken ter ere van hun oud-trainer.

Stadio Renato Dall’Ara werd zowel in 1934 als 1990 gebruikt voor WK-wedstrijden. Van dat tweede WK kan ik mij nog heel goed het duel tussen Engeland en België herinneren. David Platt maakte een einde aan de Belgische dromen. De Bolognesi mochten verder genieten van rasvoetballers als Carlos Valderrama, Robert Prosinečki en Dragan Stojković, want zowel Colombia als Joegoslavië had Bologna als thuisbasis. Tijdens het WK 1990 was de naam Il Littoriale al lang verdwenen. De fascistische naam leek in 1945 geen goed idee meer. De nieuwe naam werd het oersaaie Stadio Comunale. Dat paste ook weer niet helemaal bij het stadion en in 1983 werd het vernoemd naar oud-voorzitter Renato Dall’Ara. Daar kon iedereen wel mee leven.

Om meer te weten te komen over het stadion spreek ik af met Gloria Gardini, werkzaam voor Bologna FC, en Luciano Brigoli, de clubhistoricus. Ik was ooit bij het Olympiastadion in Berlijn, een bouwwerk waar de naziarchitectuur nog altijd vanaf druipt, en bij iedere vraag over de nazi’s werd het ongemakkelijk. Meestal volgde er een schaapachtige lach. Bij Bologna FC is dat anders. Vragen over Mussolini worden niet ontweken. Gardini: “Hoe je het ook wendt of keert, hij hoort bij onze geschiedenis. Daar voor die toren heeft zijn standbeeld gestaan en hij was supporter van Bologna. Ik denk dat je als club zijnde nooit je geschiedenis moet verloochenen, ook al is het een zwarte bladzijde. Wist je trouwens dat het standbeeld na de oorlog is omgesmolten? Bij de Porta Lame is een gedenkteken voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor staan twee standbeelden van partizanen. Die zijn gemaakt van het omgesmolten standbeeld van Mussolini. Ironisch eigenlijk.”

Torre di Maratona
Brigoli heeft een hele hoop spullen van zijn zolderkamer meegenomen voor mij. Hoogtepunt is een reeks postkaarten van het stadion. Daarop zie je hoe het stadion zich vanaf 1925 heeft ontwikkeld. Er zitten een paar prachtige foto’s bij van de toren. Brigoli: “Bologna is de stad van de torens. Vroeger stonden er honderden in de hele stad. De Torre di Maratona werd gebouwd in die traditie. De architect vond dat bij Bologna passen. Omdat het een fascistisch bouwwerk is, stond de toren ook voor kracht en moed. De lengte is precies 1/1000ste van de afstand van een marathon. Vandaar ook de naam. Van buiten ziet het er allemaal nog goed uit, maar van binnen is er wel renovatie nodig. Hopelijk gaat dat binnenkort gebeuren, zodat mensen weer in de toren kunnen.”

Terwijl we op het ereterras staan om de toren te bekijken, hebben we het over de supporters. Brigoli: “Daar links is Curva Bulgarelli. De fanatieke fans van Bologna staan daar altijd. Of ik daar ook sta? Nee, ik ben wel fanatiek maar te oud voor die tribune, haha. De tribune is vernoemd naar Giacomo Bulgarelli, de beste speler die ik ooit voor Bologna heb zien spelen. Hij begon in 1959 en stopte in 1975 en speelde al die tijd voor ons, terwijl hij Italiaans international was. Met hem als aanvoerder wonnen we de titel in 1964 en de Coppa Italia in 1970 en 1974. Die prijzen zijn ontzettend belangrijk geweest voor de club, want het wonderteam van de jaren dertig blijft toch altijd een beetje besmet door Mussolini. De tribune is niet alleen vernoemd naar Bulgarelli vanwege zijn voetbalkwaliteiten, maar ook vanwege zijn trouw aan de club.”

Terwijl we richting de Curva Bulgarelli lopen, wijst Gardini naar een kerk die op een heuvel achter het stadion ligt. “Die basiliek die je daar ziet liggen is de Santuario di Madonna di San Luca, het heiligste gebouw van de stad. Het is geen toeval dat de Curva Bulgarelli richting de kerk kijkt. Aan de andere kant sta je er met je rug naartoe en kun je het gebouw niet zien. Vroeger vonden spelers het ook altijd fijn om de kerk te zien en speelden ze altijd graag richting die kant. De veranda die hier voor het stadion ligt, en waar de Torre di Maratona overheen is gebouwd, begint in het centrum van de stad en eindigt daar bovenop. Het is de langste veranda ter wereld. Het stadsbestuur heeft die een paar honderd jaar geleden gebouwd ter ere van Maria. Bologna had last van veel regen en de oogst leek te mislukken. Daarop werd het icoon van Maria naar beneden gehaald en het stopte de volgende dag met regenen. Een hongersnood werd de stad bespaard. Dat het stadion uitgerekend op deze plek, naast de veranda is gebouwd, is natuurlijk geen toeval. Alles in Bologna is met elkaar verweven: de stad, religie, de club, het stadion.”

Verbouwing
Het hele stadion ademt nostalgie en dat betekent vaak einde verhaal. Gardini heeft dan ook een slechte boodschap. “Onze nieuwe eigenaar wil het stadion helemaal gaan overkappen. Hij wil meer families hier en die willen meer comfort. Die verbouwing zal nog niet zo makkelijk gaan, want dit stadion is een monument en daar moet goedkeuring voor worden aangevraagd. De bedoeling is om eind van dit seizoen te beginnen met de veranderingen. Wij gaan dan voor twee seizoenen ergens anders spelen. Krijgen wij de toestemming niet, dan zullen we helaas gaan verhuizen. Het zal wennen zijn om deze plek te verlaten.”

We lopen weer naar de voorkant van het stadion waar een pleintje ligt dat vernoemd is naar een andere legende: Angelo Schiavio. Brigoli beklaagt zich erover dat deze vedette slechts een rotonde naar zich vernoemd heeft gekregen, terwijl Gardini probeert de deur open te krijgen. Dat is nog niet zo makkelijk, want die is oud en klemt. Als we eenmaal binnen zijn, zie ik ineens de gouden engel Overwinning in de entreehal staan. Gardini: “In 1990, vlak voor het WK, is de engel naar beneden gehaald. Voor de veiligheid. Daarnaast was de engel aan het verweren. Natuurlijk is er een band tussen deze engel en het fascisme. Maar uiteindelijk is het nooit omgesmolten. Toch is het beeld niet helemaal ongeschonden uit de oorlog gekomen. Poolse soldaten hebben het beeld beschoten en het zat na de oorlog vol met kogelgaten. Nu staat het hier in de entreehal. De beeldhouder was zijn tijd ver vooruit, want het lijkt net of de engel een selfie neemt.”

Altijd stoned
Nadat ik afscheid heb genomen van Gardini en Luciano, wandel ik nog even de Curva Bulgarelli op. Vanuit daar heb ik een prachtig uitzicht, met rechts de hoofdtribune, links de Torre di Maratona en Santuario di Madonna di San Luca op de berg. Hier een wedstrijd tegen het gehate Juventus of Fiorentina zien, moet genieten zijn. Wat verder opvalt, is dat er veel leven in het stadion is. Er lopen allemaal mensen rond in de catacomben. De oorzaak heb ik snel gevonden, want er zitten onder andere sportscholen hier. Verder ligt er een afgesleten sintelbaan en daar is een groep vrouwen sprintjes aan het trekken. Heel apart, want het is vrij donker in deze gangen. Overal is graffiti gespoten. Een portret van Bulgarelli, veel logo’s van de club en over de Freak Boys, een van de ultragroepen van Bologna. Zij zijn niet alleen fan van de club, maar ook van wiet. Vaak staat deze plant afgebeeld naast hun logo.

Het kantoortje van de Freak Boys zit ook in deze catacomben. Dat ze niet alleen graag wiet tekenen, maar ook roken merk ik al meteen. Een paar keer diep inademen en ik ben zelf zo stoned als een garnaal. Gianni heeft vandaag kantoordienst en vertelt mij over de Freak Boys. Gezien de link met Mussolini wil ik graag weten of de supporters van Bologna rechts of links zijn. Gianni: “Ik snap je vraag vanwege Mussolini, maar Bologna is juist altijd een vrij linkse stad geweest. Het communisme was hier heel groot. De support hier op de Curva is gemixt. Er zijn groepjes rechtse en linkse fans. Het merendeel hoort bij de tweede groep. In principe zijn wij ook links, maar eigenlijk nemen wij het allemaal niet zo serieus. Ons motto is ovunque fattanza wat zoveel betekent als ‘altijd stoned’. Wiet roken, Bologna steunen en op Juve spugen is voor ons belangrijker dan politiek. Mijn ideale dag is als ik knetterstoned Bologna zie winnen van Juventus, haha. Juve Merda!”

Terwijl het steeds mistiger wordt in het kantoortje, vraag ik Gianni of hij het stadion niet gaat missen als het wordt verbouwd. “Zeker, maar ik moet het allemaal nog maar zien. Plannen zijn er vaak in Italië, maar ze uitvoeren is twee. Ik wil sowieso op deze plek blijven. Een nieuw stadion zou verschrikkelijk zijn. Dit is echt ons thuis. Kijk om je heen, wij hebben hier nu toch alles? Die toren waar jij het over hebt, hoort ook echt bij ons. Het is een gekke toren eigenlijk. Wie bouwt er nu zoiets in een stadion? Maar het hoort bij Bologna. We hebben ooit eens een heel groot spandoek van Bulgarelli voor die toren gehangen. Dat was mooi. Weet je wat ik tof zou vinden? Een heel groot spandoek van een wietblad met ‘Juve Merda’ erop als we tegen hen spelen.”

Dit artikel van Joris van de Wier is eerder gepubliceerd in Staantribune #11. Op de cover van dit nummer stond De Kuip, die op dat moment tachtig jaar bestond. Ook bezochten we voor deze editie Erik Pieters (ex-FC Utrecht en –PSV) in Stoke, de Rheinland Derby in Mönchengladbach tussen rivalen Borussia en FC Köln en Kees Kwakman in Volendam. Daarnaast maakten we reportages over EDON uit Zwolle, de club met de houten doelpalen, en de Trap in De Koel van VVV-Venlo. Bestel Staantribune #11 na in de webshop!