Op de plek waar ooit stadion Filadelfia van Torino stond, is in 2017 een nieuw trainingscomplex geopend: Nuovo Stadio Filadelfia. Supporters van de club uit Turijn die Filadelfia nog hebben bezocht, deden in Staantribune #8 (september 2016) hun verhaal. 

Meer dan acht miljoen euro kost het project dat, naast een trainingsstadion voor het eerste elftal (met tribunes die vierduizend toeschouwers kunnen herbergen) en een veld waarop de jeugdelftallen hun wedstrijden zullen spelen, ook een café en een pension omvat. Daarbij zal de meest betekenisvolle link met het roemruchte verleden weggelegd zijn voor de Cortile della Memoria, het Plein van de Herinnering, waar mensen letterlijk kunnen stilstaan bij het verleden. Het is de plek waar de spelers van Il Grande Torino tussen 1943 en 1949 maar liefst 93 wedstrijden achtereen ongeslagen bleven (83 overwinningen en tien gelijke spelen). Het betreft slechts een van de vele records die de club nog steeds in handen heeft.

Het aantal mensen dat uit eigen herinnering kan vertellen over het mythische team van Il Grande Torino uit de jaren veertig van de vorige eeuw, dunt uit. Zij die het stadion Filadelfia zelf bezochten, leven anno 2016 steeds meer bij de dag. En kijken steeds minder naar morgen. Foto’s van zichzelf uit die tijd hebben de grijsaards veelal niet, maar als ze hun ogen sluiten zien ze zichzelf weer als jongetje opkijken tegen de contouren van het Engels aandoende stadion. De tribunes stonden dicht op het veld zodat de toeschouwers de spelers bijna konden aanraken.

Op mijn vraag welke betekenis het nieuwe complex zal hebben, antwoordt Domenico Beccaria (54), voorzitter en initiatiefnemer van het Museo del Grande Torino lyrisch: “Voor de club is het een oefencomplex, maar voor de fans is het de bekroning van een droom, de wedergeboorte van een tempel en een terugkeer naar huis.” Dit klinkt onverdeeld positief, maar geldt dit ook voor de oudere garde? Het nieuwe complex betekent ook definitief een emotioneel afscheid van de laatste resten van het stadion van hun jeugd. Vanaf het moment dat het stadion eind jaren negentig gedeeltelijk werd gesloopt en er als gevolg daarvan nog slechts enkele repen tribunes overeind stonden, werd het een ‘memento mori’.

Piero Gay (80) herinnert zich alles nog goed. “Het was echt het beste elftal ter wereld. Ik heb het team als jongetje vaak zien spelen. Wanneer de spelers aan kwamen rijden op hun fietsen of scooters stopten ze altijd om een praatje te maken. Dat was geen verplicht nummertje, maar een gewoonte waar ze zelf ook plezier in hadden. Supporters en spelers vormden samen één grote familie. De enige die met de auto kwam, was Valentino Mazzola. Ook hij was altijd vriendelijk naar ons toe.” Gay’s stem is breekbaar, maar zijn woorden klinken duidelijk en vol vuur. “We zijn allemaal heel erg blij dat ze een nieuw stadion zijn gaan bouwen. Omdat het de historie van onze geweldige club accentueert en wij, de oude tifosi, elkaar weer kunnen ontmoeten op de plek waar al die geweldige spelers hebben gespeeld en hun sporen hebben achtergelaten.”

Volgens Gay was Mazzola onbetwist de beste speler van het team, maar zijn persoonlijke idool was Guglielmo Gabetto, de spits, vanwege zijn spectaculaire omhalen. “Hij maakte acrobatische bewegingen in de lucht waar ik ademloos naar kon blijven kijken.” De dag van de ramp bij Superga (basiliek Turijn, red.) staat hem nog helder voor de geest. “Ik woonde in het centrum van Turijn en het was regenachtig en mistig toen we op een gegeven moment een doffe klap hoorden. Dat bleek later het moment te zijn waarop het vliegtuig zich in de basiliek van Superga had geboord. Er was geen televisie, dus we hoorden pas enkele uren na de ramp via de radio wat er daadwerkelijk was gebeurd. Mijn ouders hebben me toen niet naar Superga laten gaan. Drie dagen heb ik op bed liggen huilen. Mijn helden waren er ineens niet meer. Ga maar na wat dat voor impact heeft op een fanatieke voetbalfan van dertien jaar.”

Op 17 oktober 2016 wil Piero Gay er absoluut bij zijn. “Ik kan die dag niet zomaar voorbij laten gaan. Mijn hele leven ben ik naar ‘Fila’ gegaan. Als scholier kwam ik er bijna dagelijks, na school om naar de trainingen te gaan kijken. Het stadion was altijd open. Wij waren er kind aan huis. Ik heb Filadelfia geboren zien worden, zien groeien en zien sterven.” De dagindeling van Gay’s jeugd was altijd dezelfde: ‘s ochtends naar school en ‘s middags naar Filadelfia. “Iets anders was er voor mij niet.”

Het publiek werd gevreesd door de tegenstanders. Want iedereen ging als één man achter het team staan, zeker op de spaarzame momenten dat het even niet liep. Gay vervolgt: “Dan blies Oreste Bolmida op zijn hoorn om aan te geven dat de mouwen moesten worden opgestroopt. Mazzola deed dat ook letterlijk en dan ging er een enorm geschreeuw door het stadion: ‘Tó-ro, Tó-ro, Tó-ro!’ Nou, daar kreeg je kippenvel van, hoor!”

Tifo bestiale
Allemaal staand, dicht op elkaar gepakt, zonder hekken, werd gezorgd voor een tifo bestiale, een fantastische ondersteuning. “Ik heb er ongelooflijke wedstrijden gezien. Zoals de 10-0 tegen Alessandria, nog steeds een record in het Italiaanse voetbal. Wat ik me daarvan nog herinner is dat de arme doelman van Alessandria ‘Diamante’ heette. Zo’n schitterende naam en dan zoveel doelpunten tegen krijgen. En, misschien nog wel indrukwekkender, de wedstrijd tegen Lazio Roma. 0-3 stonden we achter na 45 minuten en toen het publiek na de rust erger dan ooit tevoren tekeerging, werd het binnen een half uur onder leiding van Mazzola 4-3. Als een wervelwind ging het team over de tegenstander heen. Zoiets vergeet je nooit meer, legendarisch.”

Gay ging altijd naar de wedstrijden met zijn vader of met zijn moeder. “Dat klinkt misschien gek, maar mijn moeder was nog een grotere tifosa dan mijn vader. Het waren de oorlogsjaren, maar we gingen, ondanks het risico terecht te komen in bombardementen. De gevaren en obstakels deerden ons niet. We moesten erbij zijn. Net zoals ik nu zal gaan.” Pas dan is de cirkel van geboorte, sterven en herrijzenis van Filadelfia voor hem rond.

Umberto Motto (85) heeft nog gespeeld met de spelers van Il Grande Torino. Zich verontschuldigend voor zijn stemproblemen na een recente keeloperatie, blijkt hij in het bezit van een olifantengeheugen. Hij was de aanvoerder van de squadra primavera (het jeugdteam) dat, na het drama bij Superga, de laatste vier wedstrijden van het seizoen noodgedwongen heeft gespeeld in plaats van Il Grande Torino. Ook in het seizoen erna heeft hij nog voor Torino gespeeld, maar omdat zijn vader een grote hemdenfabriek had, moest hij zijn voetbalshirt inruilen voor werkkleding. Als ik hem vraag wat het voor hem betekent dat nu een nieuw trainingsstadion wordt gebouwd op de plek van het oude stadion, zegt hij: “Voor mij is het veld van Filadelfia de plek waar ik als voetballer ben geboren. Met elf jaar ben ik voor de club gaan spelen. Mijn vader was zo’n beetje de consigliere (de adviseur, red.) van de toenmalige voorzitter van de club, de grote Ferruccio Novo. Iedere week werd een wedstrijd gespeeld tussen het eerste elftal en de jongelingen. Met als enige verschil dat we onze doelmannen uitwisselden. Guido Vandone werd ingezet bij het eerste en Valerio Bacigalupo bij ons.

Zij waren natuurlijk de fuoriclasse (exceptionele kampioenen, red.), maar omdat wij zo vaak tegen hen speelden, konden we hun bewegingen op een gegeven moment wel dromen. En soms, als we echt een goede dag hadden, verloren we maar met 3-1 of 2-0 van hen. Maar gewonnen hebben we nooit.” Die wedstrijden werden altijd op het veld van Filadelfia gespeeld, meestal voor drie- of vierduizend mensen op de tribunes. Als het gespreksonderwerp verschuift naar 4 mei 1949, wordt het even stil. Na een paar seconden herpakt hij zich en zegt: “Een jaar eerder, op 19 april 1948, kwamen wij met het jeugdteam terug uit Engeland. Wij hebben ook een incident gekend toen we landden in Turijn. Gelukkig konden de vleugels van het vliegtuig de klap opvangen. En dus hebben wij alle geluk van de wereld gehad, iets dat het eerste team een jaar later niet was gegeven.”

Steen in kofferbak
De bekende Italiaanse journalist in ruste, Gian Paolo Ormezzano (80), heeft gemengde gevoelens bij het nieuwe trainingscomplex. Zijn werk als journalist heeft hem er nooit van weerhouden zijn voorliefde voor de club Torino te uiten. Voor hem staat ‘Toro’ gelijk aan ademen. Zonder de club kan hij niet leven. Hij noemt Virgilio Maroso als beste speler van het beroemde team. “Hij had een fragiel lichaam, maar ook meer voetbalklasse dan de rest. Als teamspeler en aanvoerder was Mazzola de allerbeste. De beste aller tijden”, voegt hij er veelbetekenend aan toe. Ormezzano vertelt dat hij alle wedstrijden van Torino in het stadion Filadelfia heeft gezien na de oorlog. Het betrof een pact met zijn vader als beloning voor de belofte van Ormezzano jr. dat hij nooit een dag zou missen op school. De officiële opening van het Nuovo Stadio Filadelfia doet hem zonder meer wat. “Ik zou er zeker bij willen zijn, alleen maar om erbij te huilen. Het kan me niet schelen als ze me dan een arm oud mannetje vinden.” Al jaren heeft hij in de kofferbak van zijn auto een steen van stadion Filadelfia liggen. Zonder die steen gaat hij nergens naartoe.

Toch staat niet iedereen te springen om bij die feestelijke opening aanwezig te zijn. Beppe Bonetto (81) heeft het glorieuze team regelmatig zien spelen in Filadelfia. De indruk die het team als geheel maakte, is hem altijd bijgebleven. “Het team was krachtig en altijd op de aanval gericht. Mazzola kon goed verdedigen, was een heerser op het middenveld en maakte veel doelpunten. Een alleskunner. Met hem was het team onverslaanbaar. Maar ook hij was een schakel in een geoliede machine.”

Als ik hem vraag naar de betekenis van de nieuwbouw op de plek van Filadelfia wil hij niets weten van grote symboliek: “Laten we het alsjeblieft geen stadion noemen. Het is een veredeld trainingsveld, niets meer, niets minder. Een historisch herstel van een onverkwikkelijke situatie die decennialang heeft voortgeduurd. De oude garde zal er niets van vroeger in herkennen.” Hij weet nog niet of hij er op 17 oktober 2016 bij zal zijn. “Op mijn leeftijd plan je niet zo ver vooruit.”

Dit artikel verscheen eerder in Staantribune #8.

Voor hetzelfde nummer bezochten we onder meer Spangen, waar Het Kasteel van Sparta zijn honderdste verjaardag vierde, en Tsjernobyl, voor een achtergrondverhaal over de verdwenen voetbalclub Stroitel Pripjat. Ook brachten we in Rome een bezoek aan Edson Braafheid, destijds speler van Lazio. Verder gingen we op zoek naar de roots van Lionel Messi in Rosario en samen met schrijver Özcan Akyol bezochten we een wedstrijd van zijn club Go Ahead Eagles in de Adelaarshorst. Je kunt het magazine nabestellen in de webshop