Staantribune besteedt de komende tijd, in aanloop naar De Dag van de Verdwenen Clubs,  veel aandacht aan de clubs die (recent) zijn verdwenen uit het betaald voetbal: SVV, FC Wageningen, SC Veendam, RBC, HFC Haarlem, FC Amsterdam, VC Vlissingen, SC Amersfoort, AGOVV en FC Vlaardingen.
Vandaag een interview met Marnix Kolder, die zijn voetbalcarrière bij Veendam begon en er uiteindelijk twaalf seizoenen speelde.

Hoe herinner je je periode in de jeugd van Veendam?
“Ik speelde bij een amateurclub in de buurt en werd opgemerkt door de scout van Veendam. Ik heb geen moment getwijfeld en ben er direct heen gegaan. Het is de droom van ieder voetballertje om opgepikt te worden door een profclub.  We trainden drie keer in de week en ik werd, samen met een paar andere jongens, met een busje naar Veendam gebracht. We trainden vlak naast het stadion en dat helpt zeker mee. Je wilt per se later in dat stadion voetballen. Ik ontwikkelde me snel en mocht na een jaar in de B-jeugd en een jaar in de A-jeugd al naar het eerste elftal. Ik maakte mijn debuut in 1997, tegen ADO Den Haag. We hadden een rode kaart gekregen en ik ging er eigenlijk niet meer vanuit dat ik nog in zou mogen vallen, maar dat gebeurde een kwartier voor tijd alsnog. We wonnen die wedstrijd uiteindelijk ook nog, met 4-3.


Ik heb uiteindelijk twaalf geweldige jaren gehad bij Veendam. We waren een middenmoter in de eerste divisie. In die jaren dat ik in De Langeleegte speelde, hebben we ook geen enkele keer nacompetitie gehaald. Het was wat dat betreft een beetje kleurloos allemaal, maar het was een heel leuke club met een goede sfeer. Misschien was het ook wel een beetje té gezellig, het heeft mijn ontwikkeling een beetje in de weg gestaan. Ik vond het allemaal wel prima toen, had niet echt de drang om door te stoten naar de eredivisie. Dat kwam pas op latere leeftijd.”

Welke wedstrijden van Veendam staan je het meeste bij?
“We hebben in de beker een keer tegen Feyenoord gespeeld. We verloren die wedstrijd  weliswaar met 2-3, maar toch wisten we Feyenoord het vuur aan de schenen te leggen. De derby’s met FC Emmen vond ik ook erg bijzonder. Dat waren de belangrijkste wedstrijden van het jaar. 

We hebben ook een keer in de ArenA gespeeld, in de achtste finale van de KNVB Beker. De materiaalman had vooraf gezegd dat, als we onze shirt wilden ruilen, we zelf maar een nieuw shirt moesten betalen. Ik kon het toch niet laten om het aan Luis Suárez te vragen. Ik had alleen niet verwacht dat hij mijn shirtje ook wilde hebben. Ik weet niet of hij hem nog heeft, misschien hangt er in Barcelona wel een shirtje van Marnix Kolder bij hem aan de muur, haha.”

Kon je aan het einde van je periode bij Veendam merken dat het financieel minder ging?
“ Vooral tijdens de laatste twee jaar die ik bij Veendam voetbalde, werd het steeds meer zichtbaar. We moesten de maaltijden bij de club contant betalen, want op rekening deden ze helemaal niets meer. Op een gegeven moment zaten we onderweg naar een uitwedstrijd op een vrachtwagentrailer onze maaltijden te eten. Het faillissement zat er dus helaas wel een beetje aan te komen.

Ik speelde bij Go Ahead Eagles op het moment dat bekend werd dat Veendam failliet was verklaard. Het is natuurlijk triest om te horen dat een club waar je jarenlang met veel plezier hebt gevoetbald gedwongen wordt om te stoppen. Ik vond het vooral erg voor al die mensen die echt leven voor de club, zoals de vrijwilligers en supporters. Voetballers zijn wat dat betreft vaak maar passanten, die vinden wel weer een andere club.”

Je maakte je eerste doelpunt in de eredivisie bij Go Ahead Eagles. Dat heeft een tijd geduurd.
“Dat was in een wedstrijd tegen ADO Den Haag. Ik vind Go Ahead, net als Veendam, echt een club van het volk. De achterban van Go Ahead is echt geweldig, daarmee had ik helemaal geen rekening gehouden toen ik naar Deventer vertrok. Ik had het gevoel dat ik zowel met de supporters van Veendam als van Go Ahead Eagles een goede band had. Ik kreeg wel eens kritiek, maar ik heb altijd keihard gewerkt en mijn stinkende best gedaan. Dat is ook het minste dat je voor de supporters kan doen.”

Op het moment voetbal je bij vv Veendam 1894. De thuiswedstrijden worden gespeeld op sportpark De Langeleegte. Waarom besloot je om daar te gaan voetballen?
“Ik heb, omdat ik al vroeg het profcircuit in ging, de leuke wedstrijden hier in de buurt nooit gevoetbald. Zo had ik nog nooit de derby tegen Wildervank gespeeld. De drang om op hoog niveau te voetballen was ook een beetje weg. Ik heb nog aardig wat aanbiedingen afgeslagen, want ik wilde me meer gaan richten op mijn maatschappelijke carrière en op een gezonde manier aftrainen. Bij vv Veendam speel ik samen met Angelo Cijntje, een maat van me uit mijn tijd bij de profs.

Ik hoop nog een aantal jaar door te kunnen gaan. Ik zie mezelf nog niet in een veteranenelftal spelen op zondagochtend. Het gaat me nog wel om het winnen, maar als we verliezen, zet ik het ook wel wat makkelijker van me af. Ik ben nog lekker aan het voetballen en als ik dat nog een aantal jaar kan doen, sluit ik mijn carrière mooi af.”

Wil je oude tijden herleven? Kom dan naar de Dag van de Verdwenen Clubs op zaterdag 25 november. Abonnees van Staantribune hebben gratis toegang (wel aanmelden via info@staantribune.nl!), tickets voor niet-leden zijn te koop in de webshop.