Hij is terug van weggeweest: de Tonny van Leeuwen-trofee, de prijs voor de minst gepasseerde doelman in het betaalde voetbal. En Richard Vennema (49) is er maar wat blij mee. Jarenlang was hij doelman bij FC Groningen, Heracles Almelo en BV Veendam, maar is tevens bekend als (buitenechtelijke) zoon van de Groningse naamgever van de prijs: Tonny van Leeuwen, die in de jaren zestig namens GVAV misschien wel de beste clubkeeper van Nederland was.

Er is een trein naar hem vernoemd, er staat een standbeeld van hem voor de Euroborg en hij heeft een eigen tribune in het Groningse stadion. En nu dus ook weer een eigen trofee. Hoe kan je een jongere nog meer overtuigen van de status van Van Leeuwen? “Nou, hij was heel, heel erg groot”, klinkt zoon Vennema trots. “Voor het noorden is hij wat Johan Cruijff voor Amsterdam is. Zeker voor Groningen en Drenthe. Friesland had namelijk Abe Lenstra, die misschien nog ietsje groter was.”

Richard Vennema en Tonny van Leeuwen

En Vennema kan het weten. In zijn tienerjaren vertelde zijn moeder hem het nieuws: hij bleek de zoon van een legendarische keeper te zijn. Een keeper die hij uiteraard kende – Vennema begon zijn profcarrière immers bij FC Groningen – maar nauwelijks bewust heeft meegemaakt. Van Leeuwen overleed in 1971 bij een auto-ongeluk, zijn buitenechtelijke zoon was toen drie.

Leugens voorkomen
En hoewel Vennema trots klinkt als hij het over zijn vader heeft, was het lang niet altijd leuk. Zeker in de periode dat het nog niet publiekelijk bekend was, gonsden de geruchten rond. “Zelfs vrienden van mij werden middenin de nacht wakker gebeld door journalisten. Of het waar was dat ik de zoon van Tonny van Leeuwen zou zijn. Zij lieten niets los, maar ik was wel bang dat er op een gegeven moment halve waarheden gepubliceerd zouden worden. Daarom ben ik zelf naar buiten getreden met het verhaal. Dat gebeurde in het voetbal- en artiestenwereldje wel vaker, gewoon om leugens te voorkomen.”

Richard Vennema en Tonny van Leeuwen

Die leugens kwamen dus niet. En ook de reputatie van het Groningse clubicoon, die afgelopen dinsdag 74 jaar oud zou zijn geworden, is gelukkig intact gebleven. Dat blijkt ook uit de talrijke vernoemingen en het standbeeld. “Als hij nu nog had geleefd, was het verhaal ook helemaal niet losgekomen”, denkt Vennema. “Geen trein, geen tribune; eerst moet je komen te overlijden om die eer te krijgen.”

En toeval of niet, net zoals zijn vader verkoos Vennema de keepershandschoenen boven een carrière als goalgetter. “En mijn halfbroer Harold is ook nog eens keeper geworden, hij heeft het tweede van FC Groningen nog gehaald. Alsof het in de genen zit”, lacht hij. “Maar ik heb een mooie carrière gehad, uiteindelijk bij elkaar opgeteld zo’n zeshonderd wedstrijden gespeeld. Bij FC Groningen heb ik nog samengespeeld met spelers als Johan Neeskens en Hennie Meijer. En bij Heracles voetbalde toen Folkert Velten, ook een clubicoon. Folkert schoot er elk seizoen zo 35 in, maar weigerde om op zondag te voetballen. Dat vind ik leuke dingen.”

Tonny van Leeuwen-trofee
Zelf greep doelman Vennema altijd naast de beruchte Tonny van Leeuwen-trofee. Tussen 1971 en 1987 waren het keepers als Piet Schrijvers (FC Twente), Jan van Beveren (PSV), Azing Griever (FC Groningen) en zelfs Jan Nederburgh (Telstar), die de prijs mee naar huis mochten nemen. “Er was één jaartje dat ik bijna geen tegendoelpunten kreeg. Stond ik in de winterstop op zeven, misschien acht tegengoals. Maar ja, mijn pa haalde dat soort cijfers aan het eind van het seizoen, echt legendarisch.”

Drie generaties Van Leeuwen

Opa Tonny, vader Richard en zoon Mats

En die prijs is dus nu terug, met dezelfde iconische naamgever als in de jaren zeventig en tachtig, mede georganiseerd door de supportersvereniging van FC Groningen. “En dat vind ik alleen maar mooi”, klinkt Vennema opgetogen. “Alle aandacht gaat vaak uit naar de jongste speler, het grootste talent of degene die de meeste doelpunten maakt. Keepers worden weleens vergeten, en dat is jammer. Dus zo’n prijs is gewoon heel erg leuk.”