Met Aad de Mos heb ik een speciale band. Hij niet met mij. Het eerste stukje dat ik ooit schreef, was een ingezonden brief naar De Gelderlander, elf jaar geleden. Dat briefje werd gepubliceerd. Een magisch moment. Nee, in dat briefje leverde ik geen kritiek op Aad. Integendeel. Ik nam het op voor Aad, die toen onder vuur lag als Vitesse-trainer. Mijn strekking was: met Aad is het in ieder geval nooit saai. Vitesse was armlastig en middelmatig. Niet-saai was in die jaren het hoogst haalbare. Saai was het met Aad aan het roer nooit. Zo wisselde hij de Israëlische vleugelverdediger Haim Megrelishvili twee wedstrijden op rij. Een keer na tien minuten, de tweede keer na zes. “Nogal laat”, zei Aad toen over die wissel na zes minuten.

Elf jaar later vul ik een contactformulier in op aaddemos.com. Ik vraag of ik ‘Beste meneer De Mos’ namens Zwart op Geel (supportersmagazine Vitesse) mag interviewen. Al snel komt er een mailtje terug. Het mag! We spreken af bij Aad om de hoek: het Eindhovense Novotel, waar hij zich vaker laat interviewen. De afspraak maakt me nerveus. Aad is mijn tegenpool, in de zin dat hij – net als Louis van Gaal – beschikt over een ogenschijnlijk onverwoestbaar zelfvertrouwen en altijd, hoe twijfelachtig het verkondigde soms voor buitenstaanders klinkt, heilig gelooft in wat hij zegt.

In de lobby van het Novotel, na een trein- en busreis van twee uur, ben ik bang dat Aad niet komt opdagen. De een na de ander loop het Novotel binnen, maar steeds is het niet Aad. Keurig te laat (acht minuten) wandelt hij binnen. Aad, die net een radioprogramma heeft gedaan, blijkt in het echt heel aardig. Hoewel hij niet graag terugkijkt, heeft hij een fotografisch geheugen. Wat van pas komt als we terugblikken op zijn Vitesse-tijd (“FC Hollywood, het GelreDome, jeugdspelers en Theo Janssen: Vitesse was op mijn lijf geschreven”).

“Als je veel tijd investeert in iemand op de training en hij brengt het elftal desondanks in gevaar, dan moet je wisselen”, vertelt Aad over de Megrelishvili-wissels. “Mensen denken dat ik met zo’n vroege ingreep met mijn macht pronk, maar ik handel puur in het belang van het elftal. Spelers snappen dat niet, tot ze later zelf trainer worden. Dan komen ze naar me toe: ‘Trainer, nu begrijp ik u pas.’ Megrelishvili was trouwens de enige speler in mijn Vitesse-periode die ik zelf niet had gezien, omdat ik door mijn verleden in de Emiraten Israël niet in mocht. Die jongen begreep gewoon echt niet hoe hij moest dekken…”

De Analyticus
Noem een naam en de geboren analyticus somt de kwaliteiten en minpunten van een speler of coach op, zowel voetbaltechnisch als karakterologisch. “Alleen al de plek waar ik nu ben gaan zitten. Jij zit met de rug naar het hele gebeuren toe en ziet niks: ik overzie alles. Ik zorg er altijd en overal voor dat ik daar zit waar ik een perfect overzicht heb. Zo maak ik dingen heel bewust mee. Nee, dat is niet vermoeiend, de hele dag door analyseren. Hoewel: als mijn hoofd het kussen raakt, slaap ik al.”

Natuurlijk is het vooral eenrichtingsverkeer, maar Aad vraagt ook dingen aan mij. Bijvoorbeeld wat ik van de huidige Vitesse-trainer, Henk Fraser, vind. “Ehm, ik ben niet enthousiast”, mompel ik onzeker. “Ik zie niet wat Fraser wil. Vitesse zet geen druk, maar zakt ook niet in. Vlees noch vis.” Aad: “Dat heb jij goed gezien, jongen. Dat vonden we in Den Haag ook.”

Van binnen veer ik – door het compliment van Aad – op. Ik begin over Peter Bosz, de beste Vitesse-trainer ooit. Nu overspeel ik mijn hand, want Aad reageert niet enthousiast. “Bosz heeft visie, maar kent maar één manier. Bosz beweert dat hij nooit kijkt naar de tegenstander. Nou, dan ben je niet goed bij je hoofd! Je moet juist creatief inspelen op sterktes en zwaktes van de tegenstander. Dat deed ik vroeger wel. En als je kijkt naar de goals die Dortmund maakte tegen Schalke: allemaal vanuit de omschakeling…”

Aad-boek
Ik vraag of Aad tevreden is over zijn trainerscarrière. “Kon niet beter, ik heb veel meegemaakt, zo’n rijk leven gehad in verschillende culturen.” Om daarna – sympathiek – relativerend toe te voegen: “Met mijn laatste club, Sparta, ben ik gedegradeerd. Was dat mijn eerste club, dan was het direct mijn laatste geweest. Maar omdat ik bij Ajax begon en won, werd ik gelanceerd. Het belang van beeldvorming moet je niet onderschatten.” De bijnaam Aad Afkoopsom hoort ook onder het kopje beeldvorming thuis. “Vergis je niet. Ontslagen worden gaat niet altijd over resultaten: zeker in het buitenland is het vaak een kwestie van politiek.”

Gaat hij met dat fotografische geheugen van hem eindelijk eens een Aad-boek maken? “Dat heeft Derksen al zo vaak gevraagd. Nee… Een boek is een afsluiting, een einde. Ik wil nog hoofdstukjes toevoegen.” Later in het gesprek zegt Aad dat hij de KNVB graag helpt met de trainersopleiding. “Ik zou met plezier met jonge trainers tot in diep in de nacht over het spelletje sparren. Beargumenteer maar waarom je het zo en zo zou doen…”

Zelf begon hij als trainer bij de amateurs. “Een ideale leerschool. In de basis is het ook hetzelfde als bij de profs: elf tegen elf en je werkt met mensen.” Ik gooi de naam op van de man die juist vanuit het ogenschijnlijke niets bondscoach werd, Marco van Basten. “Onzekere man. Ik herinner me dat Marco bij Sport1 kwam analyseren. Arriveerde hij met volgeschreven paperassen, voor een wedstrijd van Stoke City. De grote Van Basten…”

De telefoon gaat. Aad neemt op. “Hoi Geer! Ja, is goedddd.” Geer? “Gerarda, mijn vrouw. We zijn al samen sinds de middelbare school.” Nog steeds bij dezelfde vrouw, Aad kan niet meer stuk. Dat hij zeventig (!) is en nog zo gezond en blond valt nauwelijks te geloven. Zijn geheim? “Ik bezoek trouw de sportschool. En ik ben iemand die naar dingen uitkijkt. De gym, dit gesprek, mijn werk… Wanneer ik ontslagen werd, dacht ik ook altijd direct: ‘Nou, nu komt er ook weer wat nieuws.’ En ik ga vol met alle ontwikkelingen mee hè, met de sociale media en zo.” Dat is bekend: Staantribune riep de levenslustige Hagenaar op zevenenzestigjarige leeftijd uit tot Voetbaltwitteraar van 2014.

Tot besluit – ik moet helaas snel terug naar Arnhem (avondbaantje) – toont Aad me met een filmpje de reden waarom hij de trainersaanbiedingen die hij nog steeds krijgt afslaat. “Kijk, mijn jongste kleinzoon van anderhalf. Ik heb al goaltjes in de woonkamer gezet… Opa zijn is fantastisch. De opvoeding van mijn kleinkinderen maak ik nu echt mee, iets wat ik heb gemist bij mijn dochters.” Dan nemen Aad en ik afscheid. Daarna, na het toiletteren voor de terugreis, zie ik hoe Aad bij de balie het filmpje van zijn kleinzoon laat zien aan het Novotel-personeel.