Het shirt klopt, de broek klopt, de trainingspakken kloppen en langs de lijn staat zelfs een clubicoon. Het is Ajax, in het Athlone-stadion van Kaapstad, maar het gaat allemaal net een beetje langzamer. Stanley Menzo, oud-doelman van Ajax Amsterdam, weet het. Hij is opgeroepen om het zieltogende Kaapse zusje er weer bovenop te helpen. Als hoofd jeugdopleiding kwam hij naar Zuid-Afrika en nu is hij ‘ineens’ hoofdcoach. Menzo neemt de rafelrandjes van het Afrikaanse voetbal rustig zoals ze zijn. Alleen langs de lijn schreeuwt hij zich de longen uit het lijf. “Het is hier niet makkelijker of moeilijker, het is gewoon anders.”

Terwijl de ondergaande zon de lucht richting de zee oranje kleurt, staat Ajax Cape Town klaar voor de aftrap. De club is, dankzij twee zeges op rij onder Menzo, van de laatste plaats af. Nu wacht nummer vier van de ranglijst: Golden Arrows. Die houden van countervoetbal, maar dat lukt niet in Athlone. Stanley Menzo heeft voorlopig alle frivoliteit uit zijn elftal geslagen. “Een van mijn taken hier is structuur aanbrengen. We hebben een jong team, dat lager staat dan nodig is. Les één is de nul houden, dan hebben we in ieder geval een punt.” Er valt weinig tegenin te brengen, want Stan is the man, na drie opeenvolgende overwinningen. Ook Golden Arrows gaat eraan, dankzij een penalty in de 83e minuut.1000878100088720161203_1934361000890Voordat Menzo de drie punten mag bijschrijven, heeft hij zijn stem schor geschreeuwd. Hij staat schuin achter zijn dug-out of op het randje van het coachvak. Wat opvalt zijn de aanwijzingen die door het bijna lege stadion schallen; dit verwacht je eerder bij een jeugdwedstrijd dan in de Premiership. Korter dekken, aansluiten, in de bal komen… En als klap op de vuurpijl een keer of drie: “Je staat weer te dromen!” Hoofdschuddend hangt de coach tegen zijn dug-out als linksbuiten Mark Mayambela de zoveelste bal inlevert bij de tegenstander. Welgeteld één keer slaagt hij erin een wit-rood-witte ploeggenoot te vinden.


Terwijl de wedstrijd al een kwartiertje in volle gang is, komen er nog steeds fans binnen. De supportersschare van vijfhonderd man bij de aftrap, groeit langzaam uit tot een dikke duizend. Gewapend met vuvuzela’s en een luchtalarm, maken ze wel een herrie die af en toe de suggestie van een vol stadion wekt. De slechte resultaten hebben duidelijk hun weerslag op de bezoekersaantallen, want Athlone is de natuurlijke habitat van Ajax Cape Town. Het prestigeobject Cape Town Stadium, dat voor het WK van 2010 op een ansichtkaartenplek aan zee werd gebouwd, is met 70.000 plaatsen veel te groot voor Ajax. Alleen als de grote clubs Kaizer Chiefs of Orlando Pirates op bezoek komen, verdrinken de toeschouwers niet in leegte. Maar dan is het merendeel van de fans wel voor de tegenstander. Met de ‘townshipclubs’ uit Johannesburg hebben de bewoners van getto’s als Khayelitsha meer dan met Ajax. Hoewel de club veel goed werk doet in de townships van de Moederstad.

Athlone past Ajax Cape Town beter. Het ligt niet in een township, maar schuurt ertegenaan. Het scheelt de fans uit de achterstandswijken bij het vliegveld een duur buskaartje naar het centrum of een paar uur lopen. Het stadion kreeg een opknapbeurt toen ze er in Kaapstad nog vanuit gingen dat Athlone WK-wedstrijden toebedeeld zou krijgen. De half afgebouwde tribunes achter de doelen herinneren aan het moment dat FIFA het stadion in het centrum erdoor drukte. Inmiddels wordt hardop nagedacht over het slopen van het Cape Town Stadium. Met appartementen op de gewilde plek zou het verlies nog enigszins te beperken zijn.

10008811000885 20161203_220925Terwijl roodvleugelspreeuwen dankbaar gebruik maken van de aantrekkingskracht van de lichtmasten op insecten, komt beneden de mascotte aanhollen. Die is ook een kwartier te laat. Niemand maalt erom, hij krijgt de kinderen op de tribune alsnog zover de strijdkreet van de Urban Warriors aan te heffen: “Ahoo!”

Ruim een half jaar geleden werd Stanley Menzo in Kaapstad aangesteld als hoofd jeugdopleiding. Na een aantal jaren zonder Nederlandse inbreng was de klad er een beetje ingekomen op trainingscomplex Ikamva – de rechtstreekse Xhosa-vertaling van De Toekomst. “Dat was de reden dat ik door ‘Amsterdam’ hierheen ben gestuurd”, beaamt Menzo. Hij voelde zich vanaf de eerste dag thuis in Zuid-Afrika. “Ik had een mooie klus en het is hier heel fijn werken. Het land is prachtig, deze stad is fantastisch en het weer… dat is precies zoals ik het graag heb.” Menzo lacht zijn typische brede lach. Hij kijkt alleen even bedenkelijk als hij praat over zijn overstap van jeugdopleider naar hoofdcoach. Toen Roger de Sa na 2,5 jaar de handdoek in de ring gooide, werd meteen een beroep op de Nederlander gedaan. Eerder stonden onder anderen Leo van Veen, Foppe de Haan en Maarten Stekelenburg aan het roer in Kaapstad. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar langer over heb nagedacht dan over de keuze of ik hoofd jeugdopleiding wilde worden. Ineens moet ik omschakelen van langetermijndenken naar kortetermijndenken. En ik weet dat ik er als hoofdcoach ook weer snel uit kan liggen. Maar de club vroeg mij en Ajax kon mijn hulp hier goed gebruiken. Dus heb ik het gedaan.”

Menzo woont, met het grootste deel van zijn gezin, in Plattekloof, aan de rand van Kaapstad. Hij geniet er met volle teugen. “Ik mis mijn familie en vrienden natuurlijk, maar iedereen bij Ajax Cape Town doet zijn best om dat gemis goed te maken.” En dus kan hij ook niet lang boos zijn op zijn spelers, die negentig minuten bezig zijn ongebreideld enthousiasme af te wisselen met lamlendigheid en fouten die een trainer van de D’tjes nog grijze haren zou bezorgen. “Ze zijn jong en er is hier lange tijd te weinig gewerkt aan de basis. Dat zie je in het veld terug.” Menzo vindt het niet erg om zijn basisaanwijzingen over het gras toe te schreeuwen. “Wat je vanavond hebt gezien, dat is wel mijn stijl.” Lachend: “Nou ja, het zou wel wat rustiger kunnen. Maar ik zit er graag bovenop, ook op de trainingen. Ik speel bijna mee, al zorg ik er wel voor dat ik overzicht behoud. Het is hier nu eenmaal anders werken dan in Nederland. Niet beter of slechter, niet moeilijker of makkelijker. Anders. De achtergronden van spelers en collega’s zijn anders, de infrastructuur is anders. Maar bovenal is het hier fantastisch.”

Eric de Jager