Fortuna Sittard is gepromoveerd naar de eredivisie. Een zin waarvan ik tot amper een jaar geleden niet had gedacht dat ik hem ooit nog zou typen. De promotie vormt niet alleen een persoonlijk hoogtepunt. Het betekent ook het einde van een jarenlang lijden voor die andere hondstrouwe Sittardse supporters die ondanks alle ellende sinds 2002 nog bleven komen. “Het is nog niet zo lang geleden dat we voor achthonderd man onze thuiswedstrijden afwerkten.”

Op het zonovergoten terras van restaurant Raw in Tilburg kijkt Fortuna-fan Joris van Duin ogenschijnlijk ontspannen uit over de passerende treinen op het wat verderop gelegen rangeerterrein en naar enkele studenten die hun meivakantie inwijden met een lunch of drankje. In werkelijkheid gieren de zenuwen door het lijf van de 29-jarige Fortuna-fan. “Dat gaat al weken zo”, lacht hij. “Voorafgaand aan de wedstrijd tegen Jong FC Utrecht kon ik ook al de hele week nergens anders aan denken. De ontlading na die 0-1, ongekend. Ruim 1.200 supporters in het uitvak die maar bleven zingen, tot ver na afloop. Ik krijg opnieuw kippenvel als ik er aan terugdenk. Die goal van Hutten heb ik misschien wel tachtig keer teruggekeken. De eindfase van deze strijd om promotie vormt echt het absolute hoogtepunt van al die jaren dat ik naar Fortuna ga. Maar het is ongekend spannend. Op het ongezonde af.”

De wedstrijd waarin promotie wordt afgedwongen, eindigt uiteindelijk in een 1-0 overwinning, maar daarvan hebben wij beiden op het moment dat ik Joris spreek – zes dagen voor de wedstrijd tussen Fortuna Sittard en Jong PSV – allebei nog geen besef. “Ik ga sinds 2005 met een vaste groep vrienden naar de uit- en thuiswedstrijden. Ik zit achter het doel, op korte afstand van de fanatiekelingen, want ik houd ervan om mee te zingen. Maar tegen Jong PSV creëer ik een bubbel om heen me, zodat ik me kan focussen en me niet met andere zaken of mensen moet bezighouden. Maar als we winnen, ga ik het natuurlijk wel groots vieren met mijn maten.”

Gloryhunters
Dat de thuiswedstrijden van Fortuna Sittard de laatste weken van de competitie voor volle tribunes zorgen, vervult Joris met trots. “Vooral op social media lees ik meerdere berichten over gloryhunters bij Fortuna Sittard, maar ik was juist trots toen ik twee weken geleden thuis tegen FC Den Bosch meer dan achtduizend toeschouwers op de tribunes zag zitten. Een vol stadion is nu eenmaal leuker dan zo’n lege betonbak. Fortuna is niet alleen mijn club, het is ieders club. Ik kan mensen geen ongelijk geven dat ze jarenlang op een koude winterdag een wedstrijdje van Fortuna hebben overgeslagen. In de wetenschap dat het toch weer niks zou worden. Zo gek is dat toch niet?”

Zelf was hij al die jaren wel zo gek. Zoals bij de 1-8 thuisnederlaag tegen FC Emmen in 2014. “Je hebt de hele dag hard gewerkt en springt dan in de auto en komt door de files een kwartier te laat binnen”, schetst hij een persoonlijk beeld van die avond. “Ik kwam binnen en zag dat het gewoon al 0-3 stond. What. The. Fuck. Die avond heb ik moeten lachen. Uit een soort van wanhoop.”

Joris haalt een tweet aan van een VVV-supporter die zichzelf ‘Broddelwerk’ noemt: ‘Voetbalsupporters die ooit nog het woord gifbeker gebruiken, moeten verplicht een maand in Sittard gaan wonen.’ De tweet dateert uit 2015. “Feyenoord-fans hebben achttien jaar moeten wachten op het kampioenschap en hebben van hun ‘lijden’ een soort van merk gemaakt, maar de gifbeker in Sittard leek elk jaar alleen maar voller te geraken. Nooit eens zicht op promotie, tot dit seizoen. Als er ergens supporters recht hebben op een beetje geluk, dan zijn wij het”, lacht hij.

Kameraadschap
“Maar ook in al die jaren dat we slecht waren, ben ik altijd graag naar Fortuna gegaan”, vervolgt de Fortuna-supporter. “Kameraadschap en gezelligheid: ook dat betekent Fortuna voor mij. En helemaal bij uitwedstrijden, waar we het liefst met de trein naartoe gaan en er soms een dagje uit van maken. Zoals Telstar-uit. Eerst een biertje op het terras in Amsterdam en vervolgens met het boemeltje naar IJmuiden. De eerste jaren dat ik naar uitwedstrijden gingen, stonden we soms met een paar man in het uitvak. Ik kan me een keer herinneren dat er maar 22 supporters van Fortuna bij Cambuur-uit aanwezig waren. Een paar jaar geleden is dat helemaal opgebloeid. Ook de voorbije jaren, toen we tegen degradatie vochten en sportief niets voorstelden, namen we altijd een paar honderd man mee naar uitwedstrijden. Dit seizoen is er geen enkele club die meer supporters meeneemt naar uitwedstrijden dan Fortuna. Met het duel bij Jong FC Utrecht dus als absolute hoogtepunt. Weet je, ondanks dat we een paar keer laatste zijn geëindigd in de Jupiler League, is er voor mij nooit een andere club geweest. Ik kan me niet voorstellen om supporter te zijn van een andere club dan Fortuna.”

Wanhoop
Niet zozeer de slechte resultaten als wel de vele keren dat Fortuna failliet dreigde te gaan, hebben de voorbije vijftien jaar meermaals tot wanhoop geleid bij Joris. “Ik kan me herinneren dat we eens na een 6-0 nederlaag bij Dordrecht tot diep in de nacht de spelersbus hebben opgewacht om bij de trainer een straftraining te eisen, maar de absolute dieptepunten in al die jaren waren zonder meer de bijna-faillissementen”, legt hij uit.

“In 2009 zag het er heel slecht uit. Er lagen plannen om samen met Roda JC te fuseren tot Sporting Limburg en onze directeur (Hans Erkens, red.) voelde er niets voor om te onderzoeken of een zelfstandige doorstart mogelijk was. De fusieplannen waren gebaseerd op gebakken lucht, maar we dreigden ook nog de licentie kwijt te raken omdat ook de KNVB per se een fusie wilde. Toen de rechter een paar weken later het besluit van de bond ongedaan maakte en we de licentie terugkregen, hebben we een dag lang gefeest op de Markt in Sittard.”

Fusie-die-er-nooit-kwam
Joris ziet ook negen jaar later logischerwijs niets in een fusie met Roda. “Een voetbalclub is als een moeder. Die heb je er maar één. Beide clubs hebben hun eigen cultuur. Johan Derksen heeft ook constant zijn mond vol over FC Limburg, maar die snapt de verschillen totaal niet. Voetbal is geen ratio. Emotie is iets heel belangrijks. Erkens noemde ons destijds ‘natuurlijke broeders’, maar toen we besloten om met onze broeders een biertje te gaan drinken in het centrum van Kerkrade, moest de ME eraan te pas komen om een massale vechtpartij te voorkomen. Nee, Roda en Fortuna hebben helemaal niets met elkaar. Gelukkig denkt Işitan Gün (eigenaar Fortuna, red.) er ook zo over.”

De fusie-die-er-nooit-kwam, wakkerde de rivaliteit met de buurman uit Kerkrade alleen maar aan. “Laat ze maar degraderen”, zegt Joris, die mooie herinneringen bewaard aan de laatste onderlinge clash in 2015. “Iedereen bereidde zich voor op een complete afgang, maar we wonnen in Kerkrade met 1-3. Een Roda-supporter had op het hek een vlag opgehangen met de tekst ‘Eén club in Limburg’. Die haalde hij na een dik uur spelen weer weg. Fantastisch was dat. Van zulke succesjes hebben we het lang als supporter moeten hebben.”

Dagjesmensen
Tot afgelopen zaterdag dus, toen Fortuna voor een uitverkocht huis afrekende met Jong PSV en de club promoveerde. Joris, ik en een groot deel van de 12.000 toeschouwers die er zaterdag bij waren, kunnen zich voor de eerste keer sinds 2002 weer opmaken voor eredivisievoetbal. Wij zijn erbij. Maar dat zouden we ook zijn geweest als na de zomer de tegenstanders opnieuw Cambuur, Helmond Sport en FC Eindhoven zouden heten. En dat geldt dan weer niet voor de dik zesduizend ‘dagjesfans’ die er zaterdag tegen Jong PSV óók waren. Irriteert het Joris dan helemaal niet? “Nee, echt niet”, zegt hij nogmaals. Of toch? “Nou ja, mensen moeten natuurlijk niet vergeten waar Fortuna Sittard vandaan komt. Mensen mogen echt niet vergeten dat het nog maar anderhalf jaar geleden was dat we voor amper achthonderd toeschouwers tegen Eindhoven speelden.”

Fortuna Sittard bestaat op 1 juli 2018 exact vijftig jaar. Supporter en Staantribune-redacteur Martijn Schwillens duikt voor de editie die eind juli uitkomt in het verleden en heden van de eerste profclub van Nederland, die zaterdag 28 april na zestien jaar weer promoveerde naar de eredivisie. In de aanloop naar dat nummer zal hij een paar keer schrijven over (randzaken bij) zijn favoriete club.