Jean-Marie Pfaff wordt nog regelmatig badend in het zweet wakker, denkend aan Rabah Madjer. Zijn flamboyante hakje in de Europa Cup I-finale tegen Bayern München bracht de ‘Cup met de Grote Oren’ naar Porto. Het leverde Madjer, die vandaag 58 jaar is geworden, een godenstatus op in zijn geboorteland Algerije.

Alle Algerijnen veren op wanneer men spreekt over Rabah Madjer. Zo ook Karim Bridji. De voormalig voetballer van onder meer Heracles en RKC speelde ooit een enkele interland voor de Woestijnvossen. “Madjer geniet in ons land de status die Cruijff in Nederland heeft. Hij is de grootste voetballer die Algerije heeft voorgebracht.”


Madjer kende zijn hoogtijdagen toen hij in de jaren tachtig bij FC Porto speelde. “Het was een sierlijke speler, een pure technicus”, blikt Bridji, die inmiddels is gestopt met profvoetbal, terug. “Hij was het beste van twee werelden: hij had het technische van een Algerijnse speler, maar combineerde dat met westers tactisch vernuft en efficiëntie. Voetballers uit ons land draven nog wel eens door in schoonheid.”

Bedrog van Gijón
De sierlijke vedette speelde ook twee WK’s. Onder aanvoering van Madjer en zijn kompaan Lakhdar Belloumi won Algerije het openingsduel van het WK 1982 tegen West-Duitsland. “Belloumi was een spelverdeler, een type Zidane”, analyseert de 35-jarige Nederlander met Algerijnse roots. “Madjer is vergelijkbaar met Neymar: flamboyant, snel en daarnaast nog tweebenig.”

Een startschot voor een prachtig toernooi, maar het eindigde in een deceptie. Het tweede duel verloor Algerije van Oostenrijk, maar de derde wedstrijd wonnen de Woestijnvossen van Chili. Later op de dag speelden Duitsland en Oostenrijk tegen elkaar. Algerije zou doorgaan bij elke mogelijke uitslag, tenzij die Mannschaft met 1-0 zou winnen van de Oostenrijkers.

De Duitsers scoorden al in de tiende minuut en daarna volgden tachtig minuten rondtikken van de bal. De hele wereld zag dat beide ploegen het op een akkoordje hadden gegooid. Het Spaanse publiek riep woest Fuera! Fuera! (“Eruit! Eruit!”) en zwaaide met bankbiljetten. Iedereen walgde van de deal, maar desalniettemin moesten Madjer en Algerije gedesillusioneerd naar huis.

“Dat toernooi zal altijd blijven steken bij de Algerijnen”, weet Bridji. “Het wordt natuurlijk over de jaren iets minder, omdat de generatie kijkers van toen ouder is geworden. Net als dat Engeland de Hand van God nooit zal vergeten, zal ook het bedrog van Gijón altijd door het hoofd van de Algerijnen blijven spoken.”

Onafhankelijkheid
Algerije was voorheen als kolonie onderdeel van Frankrijk. Tot 1962, toen er een einde kwam aan de Franse overheersing door een onafhankelijkheidsoorlog die acht jaar duurde. Twee jaar later werd de Algerijnse voetbalbond pas erkend door de FIFA. “Dat was een turbulente tijd voor het land, waarbij de Algerijnse vlag nog heiliger werd voor het volk”, aldus Bridji, die inmiddels jeugdtrainer is bij Ajax. “Naast zijn fameuze hakje, schitterende techniek en inzicht, wordt Madjer in Algerije ook geroemd om zijn passie in de nationale ploeg. Hij vocht voor Algerije en haar vlag, juist in de tijd dat het zo nodig was.”