Willem-Alexander viert vandaag zijn vijftigste verjaardag in Tilburg, de stad waar zijn bet-betovergrootvader Willem II zo graag verbleef en waar die laatste over zei: “Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig.” Tilburg hield ook van Willem II. Veel zaken in de stad zijn vernoemd naar de oude koning. Een straat, een school en de belangrijkste voetbalclub. Tegenwoordig heet de thuishaven van Willem II zelfs het Koning Willem II Stadion. Dat is een stuk beter dan de naam van het stadion dat voorheen op die plek stond: Gemeentelijk Sportpark.

De naam dekte wel de lading, want het was meer een sportpark dan een stadion. In de VI-rubriek Persoonlijk noemden voetballers altijd De Goffert van NEC als lelijkste stadion, maar het Gemeentelijk Sportpark was toch zeker een goede tweede. Wat was het toch lelijk! En toch was het voor mij ooit het mooiste stadion ter wereld. Het is namelijk het eerste stadion dat ik ooit bezocht. Willem II – Cambuur in 1987 was de eerste profwedstrijd die ik zag en ik was op slag verkocht. Zoveel mensen bij elkaar had ik nog nooit gezien. De wedstrijd was ook geweldig. Het werd 3-3 en Willem II promoveerde naar de eredivisie. Ik had altijd al wel sympathie voor Willem II, maar sinds die dag ben ik – zoals het een ware gloryhunter betaamt – echt supporter.

Omdat ik niet uit een voetbalfamilie kom – mijn moeder liep altijd voor de televisie als er een belangrijke wedstrijd was en mijn pa viel zelfs in slaap bij de samenvattingen van Studio Sport – was het lastig om vaak naar Willem II te gaan. Zelf op de fiets naar de Goirleseweg mocht niet, daarvoor was ik nog te jong. Gelukkig kon ik vaak met mijn buurjongen Thomas en zijn vader mee. Zo was ik bij alle nacompetitiewedstrijden voor Europees voetbal in 1988. Tegen VVV waren we om een of andere reden omringd door drie Venlose hooligans. Die waarschuwden ons dat we niet mochten juichen als Willem II zou scoren. Het werd 4-1 en natuurlijk stonden Thomas en ik te juichen. De VVV’ers waren niet blij, maar om kinderen van negen te slaan, ging hen ook weer te ver.

De jaren erop ging ik een paar keer per seizoen naar Willem II. Wat ik mij vooral herinner van die wedstrijden is dat ik amper iets zag. Tussen de staantribunes en het veld had je een ijzeren hek en een sintelbaan. Meestal hield ik mij bezig met LTS’en op de tribune. Dan stampte je een blikje cola plat en probeerde je elkaar daarmee te poorten. Als dat gelukt was, ging je met z’n allen de jongen die door z’n benen was gespeeld schoppen, totdat hij de buut had aangetikt. Vermaeck was vroeger wat simpeler dan tegenwoordig. Het LTS’en stopte alleen als de snoepkar langskwam. Dan mocht iedereen een zakje snoep uitzoeken dat bol stond van de kleur- en smaakstoffen. Van de wedstrijden die ik toen heb bezocht, weet ik amper iets meer. Daar was ik niet zo mee bezig.

Een zekerheidje in het oude stadion was dat het bijna altijd regende. Er heerste daar een vreemd microklimaat. De staantribunes hadden geen dak, dus dan stond je daar in de regen te LTS’en. Eigenlijk is het überhaupt een wonder dat er mensen naar het stadion gingen, want het was vooral lijden. Willem II was in die jaren ook heel slecht met toppers als Leon Meijs en Meindert Dijkstra. Ieder seizoen ontliepen we maar net de degradatie. Vandaar dat er een nieuw stadion moest komen, want de club wilde vooruit. Het Koning Willem II Stadion staat op dezelfde plek als het Gemeentelijk Sportpark, maar het heeft weinig met elkaar te maken. Er is geen staantribune meer over en iedereen zit droog onder een dak. LTS’en doet niemand meer.

Waar supporters van ADO, FC Groningen, NAC en Vitesse vaak met nostalgische gevoelens terugkijken op hun oude stadion, leeft dat sentiment bij Willem II’ers helemaal niet. Bijna iedereen vond het Gemeentelijk Sportpark maar un lillike bak. En toch had het stadion wat. Een jaar of tien geleden ging ik naar Rot-Weiss Oberhausen en ik waande mij weer terug in ons oude stadion. De hoofdtribune, sintelbaan en onoverdekte staantribunes. Het leek wel of ik weer terug was in het Tilburg van de jaren tachtig. In de tweede helft begon het zelfs te regenen. Ik keek of er een snoepkar was en kreeg spontaan zin om te LTS’en.